MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
JAZZLIJN
Examenstof muziek vwo
MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
JAZZLIJN
Examenstof muziek vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A3, bijlage 3 (II a en II b). Image credit: William P. Gottlieb / Wikimedia Commons, publiek domein
♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan een onbekend jazzfragment plaatsen in een stijl en dat beargumenteren met stilistische, vormtechnische en muziekhistorische argumenten.
Deze slide heeft geen instructies
Welke jazzstijlen en jazzmusici ken je al? Wat valt je op als je jazz hoort?
Verwachte woorden: improvisatie, swing, bigband, saxofoon, trompet, blues, solo, Louis Armstrong, Miles Davis. Sorteer de woorden alvast op bezetting, ritme en tijd. Dat zijn de drie ingangen om een onbekend fragment te plaatsen. Het examen vraagt stilistische, vormtechnische en muziekhistorische argumenten; culturele argumenten horen bij het schoolexamen.
Bluesmuzikant Lead Belly met gitaar, tussen 1938 en 1948
♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
BLUES
De blues klinkt overwegend langzaam, met zang en gitaar of piano.
Melodie: blue notes, dirty intonation en glissando's met slidetechniek.
Vorm: I - IV - V in een twaalfmatig bluesschema met call-and-response.
Voorlopers: field holler en worksongs; de blues bezingt het dagelijks leven en onrecht.
Syllabus A3 jazzlijn, voorloper blues: melodisch (dirty intonation, glissando op gitaar met slidetechniek, blue note), harmonisch (I - IV - V), tempo (overwegend langzaam), klankkleur (zang en gitaar, piano), structuur (veelal 12-matenstructuur/bluesschema, call-and-response). Historisch: field holler en worksongs, bezingen van onrecht en onderdrukking. Veelgemaakte fout: de blue note een foute noot noemen; het is een bewust verlaagde toon. Image credit: William P. Gottlieb / Library of Congress via Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Robert Johnson: Come On In My Kitchen, 1936 (kanaal: Robert Johnson - Topic). Wat leerlingen horen: een zanger die zichzelf begeleidt op gitaar, in langzaam tempo. De gitaar glijdt met slidetechniek tussen de tonen en reageert op de zang. Kijkvraag: waar hoor je de slide glijden?
Scott Joplin, ca. 1907
♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
RAGTIME
Ragtime (ca. 1900) is pianomuziek met een syncopische melodie: accenten voor of na de tel.
Het ritme heet ragged time, de maatsoort is een 2/4-maat.
In de onderstem wisselt de pianist een basnoot in octaven af met akkoorden.
Het is de eerste gecomponeerde en genoteerde muziek van Afro-Amerikanen.
Syllabus A3, voorloper ragtime (ca. 1900): ritmisch (syncopische melodie, accenten voor of na de tel), metrisch (ragged time, 2/4), harmonisch (onderstem wisselt basnoot in octaven en akkoorden af). Veelgemaakte fout: ragtime voor improvisatiemuziek houden. Ragtime is genoteerd en wordt gespeeld zoals het staat. Image credit: Onbekend / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Scott Joplin: Elite Syncopations, 1902, Joshua Rifkin (kanaal: Joshua Rifkin - Topic). Wat leerlingen horen: een solopiano. De rechterhand speelt een syncopische melodie, de linkerhand wisselt een basnoot in octaven af met akkoorden. Kijkvraag: waar zet de melodie accenten tussen de tellen in?
♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
GENERIEKE KENMERKEN VAN JAZZ
Een solist past improvisatie toe en gebruikt vaak blue notes.
Het ritme heeft een beat met swing; de contrabas speelt een walking bass.
Bezetting: een small band/jazzcombo of een bigband, met zang of scatten.
De melodiesectie bestaat voornamelijk uit blazers. De ritmesectie heeft een akkoordinstrument, een basinstrument en drums.
Vorm: thema en solo wisselen elkaar af.
Syllabus A3 jazzlijn, generieke kenmerken: improvisatie, walking bass, gebruik blue notes, beat, swing, small band/jazzcombo naast bigband, melodiesectie (voornamelijk blazers), ritmesectie (akkoordinstrument, basinstrument, drum), scatten, zang, afwisseling thema-solo. Deze kenmerken gelden voor alle stijlen hierna; de stijlen verschillen in de accenten.
Vul in
Een blues volgt meestal een bluesschema van twaalf maten, in een overwegend langzaam tempo.
Bluesschema: twaalf maten met I, IV en V, overwegend langzaam. Wie acht invult, haalt de blues door elkaar met korte liedvormen.
Wat doet de pianist in een ragtime in de onderstem?
Een walking bass loopt in gelijke noten door
De linkerhand speelt alleen lange liggende tonen
De linkerhand improviseert een eigen solo
Een basnoot in octaven wisselt af met akkoorden
Ragtime: onderstem wisselt basnoot in octaven en akkoorden af. De walking bass hoort bij jazz met een contrabas, niet bij ragtime op de piano.
Trompettist Bunk Johnson en Lead Belly met gitaar, New York, 1946
♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
NEW ORLEANS JAZZ EN LATIN JAZZ
New Orleans jazz (ca. 1910) ontstaat uit blues, spirituals, ragtime, marsmuziek en populaire songs.
Klarinet, trompet of cornet en trombone spelen gelijktijdige collectieve improvisatie.
Ritmesectie: piano, banjo, gitaar, contrabas (soms tuba of sousafoon) en drums.
Latin jazz (ca. 1924): jazz met Zuid-Amerikaanse ritmes en een uitgebreide ritmesectie met Latin percussie.
Syllabus A3: New Orleans jazz (ca. 1910): gelijktijdige collectieve improvisatie; melodiesectie klarinet, trompet/cornet, trombone; ritmesectie piano, banjo, gitaar, contrabas (soms tuba of sousafoon) en drums; samensmelting van blues, spirituals, ragtime, marsmuziek en populaire songs. Latin jazz (ca. 1924): uitgebreide ritmesectie met Latin jazz percussie, mengvorm van jazz met Zuid-Amerikaanse ritmes. Veelgemaakte fout: collectieve improvisatie verwarren met een solo met begeleiding. Image credit: William P. Gottlieb / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: King Oliver's Creole Jazz Band: Dippermouth Blues, 1923 (kanaal: King Oliver's Creole Jazz Band - Topic). Wat leerlingen horen: cornet, klarinet en trombone spelen door elkaar heen, terwijl de ritmesectie met banjo, piano en drums doorspeelt. Dat is gelijktijdige collectieve improvisatie. Kijkvraag: kun je de drie blazers apart volgen?
Benny Goodman met klarinet, New York, 1946
♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
SWING
Swing (ca. 1930): bigbands spelen in danszalen; het artistieke element groeit naast het entertainende.
Basis: een beat in kwarten en achtsten, in half time (2/2), met uitgeschreven partijen.
De bigband heeft saxofoons, trompetten en trombones, plus ritmegitaar, piano, contrabas en drums, soms met vocalist(e).
Vorm: call-and-response en instrumentale solo's. Harmonie: II - V - I.
Syllabus A3 swing (ca. 1930): ritmisch swing, basis beat in kwarten en achtsten; bigbands spelen in danszalen; metrisch half time (2/2); harmonisch II - V - I (drieklank met toevoegingen); bezetting bigband met melodiesectie saxofoons, trompetten, trombones en ritmesectie ritmegitaar, piano, contrabas, drums, ook met vocalist(e); structuur call-and-response, instrumentale solo's; uitgeschreven partijen voor alle instrumenten. Veelgemaakte fout: denken dat in een bigband alles geïmproviseerd wordt. Alleen de solo's zijn geïmproviseerd. Image credit: William P. Gottlieb / Library of Congress via Wikimedia Commons, publiek domein
Charlie Parker, Miles Davis en hun combo, Three Deuces, New York, 1947
♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
BEBOP
Bebop (ca. 1940): jazzcombo met saxofoon en trompet als solisten en piano, contrabas en drums.
Het tempo zoekt extremen, heel snel of juist langzaam. De frases zijn onregelmatig en kort.
Chromatiek krijgt een rol in melodie en harmonie.
Musici schrijven eigen composities (originals): thema unisono, dan improvisatie, aan het eind weer het thema.
Syllabus A3 bebop (ca. 1940): chromatiek in melodie en harmonie; tempo zoekt extremen (langzaam en snel); small band/jazzcombo; solisten saxofoon en trompet; ritmesectie piano, contrabas en drums; onregelmatige korte frases; musici maken eigen composities (originals) met ruimte voor improvisatie; thema aan het begin unisono, daarna improvisatie, aan het eind herhaling van het thema. Veelgemaakte fout: bebop alleen snel noemen; de syllabus noemt ook langzaam. Image credit: William P. Gottlieb / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Charlie Parker: Ko-Ko, 1945 (kanaal: Charlie Parker - Topic). Wat leerlingen horen: altsaxofoon en trompet spelen het thema samen in unisono, in zeer snel tempo, met contrabas en drums eronder. Goede antwoord: bebop, met als argumenten het zeer snelle tempo en het unisono thema.
Een jazzorkest speelt in een danszaal met uitgeschreven partijen. Welke stijl past hierbij?
Bebop
Swing
New Orleans jazz
Free jazz
Swing: bigband in danszalen met uitgeschreven partijen voor alle instrumenten en solo's. Wie bebop kiest, denkt aan een combo met eigen composities.
Miles Davis met trompet, New York, 1947
♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
COOL JAZZ
Cool jazz (ca. 1950) ontstaat als reactie op bebop.
Lange melodische frases en een ingehouden manier van spelen.
De ritmesectie speelt exact en accentloos in tempo, vaak met brushes; blazers gebruiken dempers.
Er komen andere instrumenten bij, bijvoorbeeld dwarsfluit, hoorn en cello.
Syllabus A3 cool jazz (ca. 1950): lange melodische frases; ritmesectie speelt exact en accentloos in tempo; ontstaan als reactie op bebop; dynamiek ingehouden; klankkleur brushes en dempers; uitbreiding met andere instrumenten (bijvoorbeeld dwarsfluit, hoorn, cello). Veelgemaakte fout: cool jazz saai of langzaam noemen. Het gaat om ingehouden spel en een ander ritmegevoel, niet om een vast tempo. Image credit: William P. Gottlieb / Wikimedia Commons, publiek domein
Ornette Coleman tijdens een optreden
♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
FREE JAZZ
Free jazz (ca. 1960) is onafhankelijk van akkoordenschema, metrum, tempo, ritme en vorm.
Akkoordenschema's vervallen: de melodie beweegt zich vrijelijk over akkoorden heen.
Musici improviseren vrij, zonder afspraken over bijvoorbeeld tempo, toonsoort en ritme.
Melodische fragmenten worden associatief aaneengeregen; musici halen experimentele klanken uit hun instrument.
Syllabus A3 free jazz (ca. 1960): experimentele klanken uit het instrument halen; associatief aaneenrijgen van melodische fragmenten; onafhankelijkheid van akkoordenschema, metrum, tempo, ritme en vorm; vrije improvisatie zonder afspraken; akkoordenschema's vervallen. Veelgemaakte fout: free jazz willekeurig noemen. De musici luisteren naar elkaar en reageren op elkaar. Image credit: Andy Newcombe / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
JAZZ-ROCK, FUSION EN NU-JAZZ
Jazz-rock (ca. 1970) is een samensmelting van jazz, soul en rock.
De swing beat maakt plaats voor een straight (rock) beat. De melodie is gebaseerd op motieven en riffs.
Vanaf 1980 heet jazz-rock fusion, met invloeden van latin jazz, funk en soul.
Nu-jazz is een mix van moderne jazz en Elektronische Dance Muziek (EDM): improvisatie over beats als house, drum & bass en techno.
Nu-jazz gebruikt draaitafels, samplers en laptops.
Syllabus A3 jazz-rock (ca. 1970): melodie gebaseerd op motieven en riffs; swing beat vervangen door straight (rock) beat; samensmelting van jazz, soul en rock; vanaf 1980 fusion met invloeden van latin jazz, funk en soul. Nu-jazz: draaitafels, samplers, laptops; live improvisatie met elektronische stijlen; mix van EDM en moderne jazz. Veelgemaakte fout: jazz-rock en fusion als twee losse stijlen zien. Fusion is de latere naam, met extra invloeden.
Zet de stijlen van oud naar nieuw
Swing ca. 1930, bebop ca. 1940, cool jazz ca. 1950, free jazz ca. 1960, jazz-rock ca. 1970. Veelgemaakte fout: cool jazz voor bebop zetten; cool jazz is juist een reactie op bebop.
Wat vond je het lastigst?
De stijlen uit elkaar houden
De bezetting per stijl
Kenmerken op gehoor herkennen
De volgorde in de tijd
Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.
Welke stijl herken je het best? Waarom?
Geen vast antwoord. Laat leerlingen de stijl benoemen met minstens een stilistisch kenmerk, zoals bezetting, ritme of klankkleur.
♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
BEGRIPPEN (1/2)
blues: langzame stijl met zang en gitaar, blue notes en een twaalfmatig bluesschema
ragtime: pianomuziek met een syncopische melodie in een 2/4-maat, ca. 1900
New Orleans jazz: collectieve improvisatie van klarinet, trompet en trombone, ca. 1910
Latin jazz: jazz met Zuid-Amerikaanse ritmes en Latin percussie
swing: bigband in danszalen, beat in kwarten en achtsten, solo's en uitgeschreven partijen
Deze slide heeft geen instructies
♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN
BEGRIPPEN (2/2)
bebop: jazzcombo met extreme tempo's, chromatiek en eigen composities
cool jazz: ingehouden spel, lange frases, exacte en accentloze ritmesectie
free jazz: vrije improvisatie zonder vast akkoordenschema, metrum of tempo
jazz-rock en fusion: jazz met soul en rock, later ook funk en latin jazz, op een straight beat
improvisatie: muziek die je bedenkt terwijl je speelt, binnen of buiten afspraken
Deze slide heeft geen instructies