Jazzlijn (Muziek vwo), les 2: Examentraining

MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN

EXAMENTRAINING

Jazzlijn: zo pak je examenvragen aan

1 / 21
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen voor het plaatsen van onbekende werken: stijl en argument op klankkleur, op tempo en vorm, twee stijlen onderscheiden en vrije vorm herkennen. Acht vragen, waarvan vier luistervragen.

Onderdelen in deze les

MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN

EXAMENTRAINING

Jazzlijn: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: William P. Gottlieb / Wikimedia Commons, publiek domein

♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan een onbekend fragment in een jazzstijl plaatsen en dat beargumenteren met stilistische, vormtechnische en muziekhistorische argumenten.

Deze slide heeft geen instructies

♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN

ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN

  • 1. Luister: let eerst op de bezetting, het tempo en de beat.

  • 2. Noteer: schrijf kenmerken op in klankkleur, melodie, ritme en vorm.

  • 3. Kies: welke stijl past bij alle kenmerken tegelijk?

  • 4. Beargumenteer: noem een stilistisch, een vormtechnisch en een muziekhistorisch argument.

Deze slide heeft geen instructies

♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN

VRAAGTYPE 1: STIJL EN ARGUMENT OP KLANKKLEUR

  • Let op de bezetting: bigband, combo of collectief spelende blazers.

  • Een uitgebreide ritmesectie met Latin percussie wijst op Latin jazz.

  • Controleer bij elk argument of het echt in het fragment klinkt.

A3: plaatsen op een stilistisch argument (klankkleur en bezetting). Bij Latin jazz is de ritmesectie het sterkste argument; bigband-kenmerken passen ook bij andere stijlen.

Video: Dizzy Gillespie and his Orchestra: Manteca, 1947 (kanaal: Dizzy Gillespie - Topic). Wat leerlingen horen: een orkest met een duidelijke Latin-ritmesectie, onder andere conga's. Goede antwoord: Latin jazz, met als argument de uitgebreide ritmesectie met Latin percussie.

Welke stijl past bij dit fragment, met het juiste argument?

A

Bebop: kleine combo met saxofoon en trompet als solisten

B

Latin jazz: uitgebreide ritmesectie met Latin percussie

C

Free jazz: vrije improvisatie zonder afspraken over tempo

D

Cool jazz: ingehouden manier van spelen met dempers

Het fragment heeft duidelijke Latin percussie. De afleiders noemen kenmerken van een combo, van vrije improvisatie en van ingehouden spel; die klinken hier niet.

Welk kenmerk wijst op New Orleans jazz en niet op swing?

A

Uitgeschreven partijen voor alle instrumenten

B

Een basis beat in kwarten en achtsten

C

Gelijktijdige collectieve improvisatie

D

Een ritmesectie met piano, contrabas en drums

Collectieve improvisatie hoort bij New Orleans jazz. De ritmesectie met piano, contrabas en drums komt in beide stijlen voor en onderscheidt dus niet.

Charlie Parker, Miles Davis en hun combo, Three Deuces, New York, 1947

♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN

VRAAGTYPE 2: STIJL EN ARGUMENT OP TEMPO EN VORM

  • Bebop zoekt extremen in tempo en gebruikt onregelmatige korte frases.

  • Vorm: thema in unisono, daarna improvisaties, aan het eind het thema weer.

  • Combineer een klankargument met een argument over de vorm.

A3: vormtechnische argumenten. De opbouw thema, improvisatie, thema is typisch voor bebop met eigen composities. Image credit: William P. Gottlieb / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Charlie Parker: Ko-Ko, 1945 (kanaal: Charlie Parker - Topic). Wat leerlingen horen: altsaxofoon en trompet spelen het thema samen in unisono, in zeer snel tempo, met contrabas en drums eronder. Goede antwoord: bebop, met als argumenten het zeer snelle tempo en het unisono thema.

Welke combinatie van stijl en argument klopt voor dit fragment?

A

Bebop: zeer snel tempo en een unisono thema

B

Swing: bigband met call-and-response tussen secties

C

Cool jazz: lange frases in een ingehouden stijl

D

New Orleans jazz: klarinet en trombone improviseren tegelijk

Het thema wordt in unisono gespeeld in een zeer snel tempo. Wie cool jazz kiest, mist het tempo; wie swing kiest, mist de bigbandbezetting.

Hoe is een typisch bebopnummer opgebouwd?

A

Eerst improvisatie, daarna pas het thema

B

Unisono thema, improvisaties, herhaling van het thema

C

Associatief aaneengeregen fragmenten zonder thema

D

Een thema dat steeds door collectieve improvisatie wordt vervangen

Bebop: thema aan het begin unisono, daarna improvisatie, aan het eind herhaling van het thema. De afleiders beschrijven free jazz en New Orleans jazz.

Miles Davis met trompet, New York, 1947

♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN

VRAAGTYPE 3: TWEE STIJLEN ONDERSCHEIDEN

  • Bebop en cool jazz delen een kleine bezetting maar klinken verschillend.

  • Bebop is vaak heel snel en druk. Cool jazz speelt ingehouden, met brushes en dempers.

  • Cool jazz ontstaat als reactie op bebop: dat is een muziekhistorisch argument.

A3: onderscheid bebop en cool jazz op dynamiek, ritmesectie en klankkleur; muziekhistorisch: cool jazz als reactie op bebop. Image credit: William P. Gottlieb / Wikimedia Commons, publiek domein

Video: Miles Davis: Boplicity, 1949 (kanaal: Miles Davis - Topic). Wat leerlingen horen: een groep met onder andere trompet, trombone, saxofoons, hoorn en tuba die ingehouden en zacht speelt, zonder de heftigheid van bebop. Goede antwoord: cool jazz, ingehouden manier van spelen.

Welke stijl past bij dit fragment, met het juiste argument?

A

Bebop: zeer snel tempo met onregelmatige korte frases

B

Free jazz: onafhankelijk van akkoorden en tempo

C

Jazz-rock: riffs op een straight rock beat

D

Cool jazz: ingehouden manier van spelen

Het fragment klinkt zacht en ingehouden, zonder heftigheid. De afleiders noemen kenmerken van bebop, free jazz en jazz-rock die niet te horen zijn.

Welke muziekhistorische reden hoort bij het ontstaan van cool jazz?

A

Het ontstond als reactie op bebop

B

Het ontstond uit de samensmelting van jazz, soul en rock

C

Het ontstond uit marsmuziek en populaire songs

D

Het ontstond voor bigbands in danszalen

Cool jazz (ca. 1950) is een reactie op bebop. De afleiders horen bij jazz-rock, New Orleans jazz en swing.

Ornette Coleman tijdens een optreden

♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN

VRAAGTYPE 4: VRIJE VORM HERKENNEN

  • Bij free jazz is er geen vast akkoordenschema, metrum of tempo.

  • Musici halen experimentele klanken uit hun instrument en rijgen fragmenten associatief aaneen.

  • Zoek dus eerst naar wat ontbreekt: schema, maat en tempo.

A3: vormtechnisch argument bij free jazz, het ontbreken van schema, metrum en tempo. Image credit: Andy Newcombe / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Video: Ornette Coleman Double Quartet: Free Jazz, 1960 (kanaal: Ornette Coleman - Topic). Wat leerlingen horen: twee kwartetten die door elkaar improviseren zonder vast akkoordenschema, vaste maat of vast tempo. Goede antwoord: free jazz, geen vast akkoordenschema, metrum of tempo.

Welke stijl is dit, en waarom?

A

Swing: een regelmatige swing beat met call-and-response

B

Cool jazz: ingehouden spel met lange frases

C

Free jazz: geen vast akkoordenschema, metrum of tempo

D

Latin jazz: uitgebreide ritmesectie met Latin percussie

Het fragment heeft geen regelmatige beat of vast tempo. De afleiders noemen kenmerken van swing, cool jazz en Latin jazz.

Welk kenmerk past niet bij free jazz?

A

Experimentele klanken uit het instrument halen

B

Vrije improvisatie zonder afspraken over tempo

C

Een vast akkoordenschema waarover wordt geïmproviseerd

D

Associatief aaneengeregen melodische fragmenten

Bij free jazz vervallen de akkoordenschema's. De andere drie opties zijn kenmerken van free jazz. Wie hier twijfelt, denkt aan blues of bebop.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Stijl en argument op klankkleur

2

Stijl en argument op tempo en vorm

3

Twee stijlen onderscheiden

4

Vrije vorm herkennen

Gebruik de uitslag om de lastigste stijlen nog eens samen te beluisteren.

♪ MUZIEK EN CULTUUR · JAZZLIJN

TIPS VOOR OP HET EXAMEN

  • Noem bij een argument altijd het kenmerk zelf, niet alleen de stijlnaam.

  • Gebruik drie soorten argumenten: stilistisch, vormtechnisch en muziekhistorisch.

  • Streep afleiders weg door te letten op wat je niet hoort.

Deze slide heeft geen instructies