1. Je buren waren boos. Schrijf wat er was gebeurd, waarom ze boos waren en hoe de situatie is opgelost.
2. Je telefoon was ineens weg. Je dacht dat hij was gestolen. Schrijf wat er gebeurde, waar je hebt gezocht en hoe het eindigde.
3. Je eerste dag als vrijwilliger. Beschrijf je eerste dag. Vertel wat je moest doen, wat er onverwacht gebeurde, wie je hebt ontmoet en wat je hebt geleerd.