Verpleegkundig proces en feedback
Verpleegkundig proces en feedback
Deze les duurt 90 minuten. Houd de gezamenlijke introductie kort. Studenten kennen de theorie en hebben al ervaring met peerfeedback. Vandaag onderzoeken zij hun eerdere handelen en passen ze een gekozen verbeterpunt toe. De opdracht verpleegkundig proces vormt de inhoudelijke basis.
Lesdoelen
Je past de eerste drie fasen van het verpleegkundig proces toe in je eigen patient journey.
Je kunt het verschil tussen feedback en feedforward uitleggen en deze theorie toepassen om terug te blikken op situaties waarin je feedback en feedforward hebt gegeven of ontvangen.
De doelen komen samen: studenten verbeteren hun verpleegkundig proces met feedback en onderzoeken hoe zij feedback geven en ontvangen. Dit levert input op voor beide relevante rubriconderdelen van de eindpresentatie.
Sluit aan bij deze onderdelen uit de rubric
Wat ze vandaag doen komt direct terug in hun eindpresentatie/eindbeoordeling.
Even terughalen
Verpleegkundig proces
Anamnese: welke relevante gegevens heb je verzameld?
Verpleegkundige diagnose: welk verpleegkundig probleem blijkt daaruit?
Zorgresultaat: welke verandering wil je voor de patiënt bereiken?
Feedback: wat gaat al goed en wat vraagt aandacht, gezien de criteria?
Feedforward: welke concrete vervolgstap helpt om verder te komen?
Vraag kort hoe de drie fasen samenhangen. De diagnose moet voortkomen uit de anamnese en het zorgresultaat moet daarop aansluiten. Haal het verschil tussen feedback en feedforward op. Gebruik zo nodig: Feedback: “In je diagnose noem je angst, maar in je anamnese zie ik nog niet waarop je dat baseert.” Feedforward: “Controleer welke uitspraken of observaties deze diagnose ondersteunen en maak die zichtbaar in je anamnese.” Geef geen volledige herhaling van de theorie.
Zo werk je vandaag
Organiseer docentfeedback in kleine groepjes. Spreek af wie eerst komt en hoe de volgende groep wordt opgeroepen. Studenten met een uitgewerkte opdracht kunnen als eerste aansluiten. Anderen werken eerst aan een bespreekbare anamnese, diagnose en zorgresultaat. Geef een korte inhoudelijke check en antwoord op de gerichte vraag. Het is geen volledige beoordeling. Plan de groepen zo dat studenten daarna tijd overhouden voor de overige stappen. Zorg dat studenten de volgende opdrachtslides zelfstandig kunnen raadplegen. Deze overzichtsslide kan tijdens het werken op het bord blijven staan.
Deze lessonup is in PDF voor studenten in brightspace geplaatst bij de les van vandaag. zij kunnen daar dus zelf de werkwijze volgen. neem misschien eerst voor de volledigheid alles sheets even door zodat duidelijk is wat ze moeten doen. start daarna de docentfeedback door groepjes studenten bij je te roepen en laat de rest zelfstandig werken.
1. Docentfeedback
Neem je uitwerking van het verpleegkundig proces erbij en vertel kort aan docent:
welke anamnesegegevens je diagnose ondersteunen;
hoe je zorgresultaat aansluit bij je diagnose;
Stel één gerichte vraag voor feedback aan de docent.
Noteer de feedback en de vervolgstap die je meekrijgt.
Laat studenten de samenhang in eigen woorden uitleggen. Vraag bijvoorbeeld: “Waarop baseer je deze diagnose?” “Wat verandert er voor de patiënt als dit resultaat bereikt is?” Let op de verpleegkundige blik: reacties op de ziekte of situatie en gevolgen voor het dagelijks functioneren. Een zorgresultaat beschrijft wat de patiënt bereikt, doet of kan. Studenten oefenen met PES en SMART. Richt de feedback vooral op de samenhang en het begrip van de fasen; de precieze technische toepassing van PES en SMART wordt nu nog niet beoordeeld. Geef concrete feedback en een bruikbare vervolgstap. Studenten noteren zelf. Ook deze ontvangen docentfeedback mogen zij gebruiken als voorbeeld voor hun presentatie.
2. Terugkijken
Pak eerdere feedback erbij die je bij PVS hebt gegeven én ontvangen.
1. Bekijk wat je zelf hebt gegeven
Wijs aan: waar benoem je concreet wat goed gaat of beter kan?
Weet de ander hiermee wat die kan doen? Waarom wel of niet?
Wat zou je nu anders formuleren?
2. Bekijk wat je hebt ontvangen
Wat heb je ermee gedaan? Geef een concreet voorbeeld.
Als de feedback onduidelijk was of je het ermee oneens was: wat deed je toen?
Wat hielp of belemmerde jou om de feedback te gebruiken?
3. Wat neem je mee naar de volgende feedbackronde?
Wat wil je behouden in jouw manier van feedback geven of ontvangen?
Wat wil je deze keer anders aanpakken, en waarom?
Wat heb je daarvoor nodig?
Studenten gebruiken hun eerdere peerfeedbackformulieren. Vraag bij algemene uitspraken waarop ze die baseren: wat schreven, zeiden of deden ze? Het oefenpunt kan gaan over geven of ontvangen. Bijvoorbeeld: een tip koppelen aan een criterium; duidelijk benoemen wat ontbreekt; doorvragen bij onduidelijke feedback; onderbouwd beslissen wat je overneemt. Leg de koppeling met de rubric: studenten moeten hun conclusie over het eigen handelen onderbouwen met concrete voorbeelden en benoemen wat lastig was en wat dit betekent voor hun professionele ontwikkeling. Heeft iemand geen formulier beschikbaar, laat die een concrete eerdere feedbacksituatie beschrijven en later het formulier erbij zoeken.
3. Oefenen
Je hebt al docentfeedback op je verpleegkundig proces gekregen. In deze ronde oefen je vooral met hoe jij zelf bruikbare feedback en feedforward geeft.
Werk met een medestudent en gebruik het bekende peerfeedbackformulier.
Vertel wat jij wilt oefenen. Wat wil je op basis van je terugblik anders aanpakken bij het geven van feedback?
Lees de opdracht van je medestudent. Kijk of anamnese, diagnose en zorgresultaat logisch op elkaar aansluiten.
Formuleer en bespreek je feedback en feedforward. Gebruik het formulier en pas bewust toe wat jij wilt oefenen. Wissel daarna van rol.
Vraag hoe jouw feedback overkwam: “Wat was duidelijk en bruikbaar? Wat had je nog nodig om ermee verder te kunnen?”
Noteer kort: wat deed je bewust anders en wat bleek uit de reactie van je medestudent?
Bewaar dit concrete voorbeeld voor je eindpresentatie.
Gebruik het bestaande formulier. Studenten vergelijken het werk met de opdracht en criteria, bespreken onduidelijkheden, benoemen wat aanwezig is, stellen vragen over wat ontbreekt en formuleren een concrete tip. Stap 6 van het formulier volgt bij het verwerken. Beide studenten geven én ontvangen feedback. Laat hen hun persoonlijke oefenpunt bewust toepassen. Het gesprek is onderdeel van de oefening. Bij inhoudelijke twijfel noteren studenten een vraag voor de docent. Laat hen relevante uitspraken vastleggen, zodat zowel gegeven als ontvangen feedback en feedforward zichtbaar worden in hun presentatie.
4. Verwerken
Verbeter je verpleegkundig proces met de ontvangen feedback. Noteer wat je aanpast en waarom.
Pak daarna je antwoorden uit de terugblik van vandaag (stap 2) erbij. Vul ze aan met wat je zojuist hebt ontdekt:
Wat heb je bewust anders gedaan bij het feedback geven? Wat bleek uit de reactie van je medestudent?
Wat heb je geleerd van het ontvangen en gebruiken van feedback?
Wat bevestigt of verandert dit aan jouw eerdere beeld van wat goed gaat en wat je lastig vindt?
Scherp je conclusie aan: wat wil je behouden of verder ontwikkelen, en waarom is dat belangrijk voor jou als toekomstig verpleegkundige?
Onderbouw je conclusie met concrete voorbeelden van gegeven én ontvangen feedback en feedforward. Bewaar dit als input voor je eindpresentatie.
Studenten combineren hun eerdere reflectie met de nieuwe feedbackervaring. Ze mogen voorbeelden uit eerdere lessen en vandaag gebruiken. Korte aantekeningen zijn voldoende; er is geen nieuw uitgebreid verslag nodig. Vraag door bij algemene conclusies zoals “Feedback is belangrijk”. Wat laat hun eigen handelen zien? Welke volgende stap volgt daaruit? Voorbeeld: “Ik bleef vaag omdat ik een verbeterpunt spannend vond. Vandaag wees ik een concrete passage aan en stelde daar een vraag over. Daardoor konden we bespreken wat nog ontbrak. Ik wil blijven oefenen met duidelijk benoemen wat ik zie.” De rubric vraagt concrete voorbeelden van gegeven én ontvangen feedback en feedforward, een kritische conclusie, aandacht voor wat lastig was en betekenis voor de professionele ontwikkeling. Kritisch reflecteren betekent onderzoeken wat goed ging en wat beter kan. Studenten hoeven geen effect te claimen dat zij niet hebben waargenomen.
Welke stap hielp jou vandaag het meest vooruit?
Reflectie zonder goed/fout. Stimuleer concrete antwoorden over de lesaanpak, bijvoorbeeld docentfeedback, terugkijken, peerfeedback of verwerken.
Afronden
Controleer of je hebt:
een aangescherpte uitwerking van anamnese, diagnose en zorgresultaat;
concrete voorbeelden van gegeven en ontvangen feedback en feedforward;
een onderbouwde conclusie over je eigen handelen en ontwikkeling.
Bewaar dit als input voor je eindpresentatie.
->Nog iets niet af? Noteer wat je nog moet doen.
-> eerder klaar? begin vast aan de voorbereiding voor les 1 van week 7.
Gebruik de laatste tien minuten voor individueel afronden, bewaren en resterende vragen. Voeg geen afsluitende duo-opdracht toe. De hele eindpresentatie duurt maximaal acht minuten en bevat meerdere rubriconderdelen. Studenten kiezen uit hun aantekeningen passende voorbeelden. Ze hoeven niet iedere reflectievraag afzonderlijk te behandelen. Controleer of studenten weten wat zij nog moeten uitwerken en of belangrijke inhoudelijke vragen over de samenhang tussen de drie fasen zijn opgehelderd.
Volgende les
Let op, dit is de eerste keer dat je leert over rapporteren binnen de verpleegkunde. Dit onderwerp is nog niet teruggekomen binnen een van de andere domeinen. Om jezelf goed voor te bereiden, lees daarom eerst zorgvuldig de volgende aanbevolen literatuur:
Maak van de opdracht Rapportage het onderdeel 'voorbereiding thuis'
(Her) bestudeer uit Van der Burgh, A., Eisenberg, I., Luitjes-van Engelen, M., & Van 't Hul, L. (2026). Kritisch denken binnen het verpleegkundig proces. Pearson:
Hoofdstuk 1.6 Het verpleegkundig proces
Je hebt de opdracht verpleegkundig proces afgerond en neemt deze ee naar de les.
Gebruik de laatste tien minuten voor individueel afronden, bewaren en resterende vragen. Voeg geen afsluitende duo-opdracht toe. De hele eindpresentatie duurt maximaal acht minuten en bevat meerdere rubriconderdelen. Studenten kiezen uit hun aantekeningen passende voorbeelden. Ze hoeven niet iedere reflectievraag afzonderlijk te behandelen. Controleer of studenten weten wat zij nog moeten uitwerken en of belangrijke inhoudelijke vragen over de samenhang tussen de drie fasen zijn opgehelderd.