VAKTHEORIE · MELODIE
MELODISCHE RELATIES
Examenstof muziek havo
VAKTHEORIE · MELODIE
MELODISCHE RELATIES
Examenstof muziek havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 j (melodische relaties). Image credit: Thomas Hardy / Wikimedia Commons, publiek domein
♪ VAKTHEORIE · MELODIE
WAT GA JE KUNNEN?
Ik kan melodische figuren, relaties en motiefverwerking in een fragment herkennen en benoemen.
Deze slide heeft geen instructies
Welk stukje van een liedje blijft steeds in je hoofd terugkomen?
Verwachte woorden: refrein, riedeltje, melodie, gitaar, herhalen, intro, baslijn. Zet de woorden op het bord en vraag: wat is het eigenlijk dat blijft hangen? Zo kom je bij motief, thema en riff (blok 1 en 3) en bij wat een componist met een melodie doet (blok 2).
Contour: stijgend, dalend en een boog
♪ VAKTHEORIE · MELODIE
MOTIEF EN CONTOUR
Een motief is het kleinste melodiestukje dat je herkent, vaak maar een paar tonen.
Wat een componist met een motief doet, heet motiefverwerking: herhalen, veranderen of op een andere hoogte zetten.
De contour is de omtrek van een melodie: stijgend, dalend of een boog.
Teken de contour met je vinger mee terwijl je een melodie hoort.
Syllabus A1/A2 j: motief, motiefverwerking en contour. Contour is een begrip met een sterretje: leerlingen hoeven het alleen te herkennen, niet zelf te geven als antwoord. De afbeelding laat een stijgende, een dalende en een boogvormige melodie zien. Veelgemaakte fout: contour verwarren met ritme. De contour gaat over hoog en laag, niet over lang en kort. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Joseph Haydn, schilderij van Thomas Hardy, 1792
♪ VAKTHEORIE · MELODIE
HET THEMA
Een thema is de hoofdmelodie van een muziekstuk, de melodie waar het stuk op gebouwd is.
Een thema is langer dan een motief en kan uit een of meer motieven bestaan.
Een thema komt in een stuk vaak terug, soms veranderd.
Luister naar het thema uit de Verrassingssymfonie van Haydn.
Syllabus A1/A2 j: thema. Het fragment is het begin van het tweede deel van Haydns symfonie nr. 94. Veelgemaakte fout: motief en thema door elkaar halen. Een motief is een paar tonen, een thema is de hele hoofdmelodie. Image credit: Thomas Hardy / Wikimedia Commons, publiek domein
Video: Haydn: Symfonie nr. 94 "Verrassing", tweede deel (Koninklijk Concertgebouworkest). Wat leerlingen horen: een eenvoudige, zangerige melodie op strijkers die rustig begint en daarna meteen herhaald wordt. Kijkvraag: is dit een kort motief of een hele hoofdmelodie? Antwoord: een hele melodie, het thema van dit deel.
Voorzin en nazin in het begin van de Ode an die Freude
♪ VAKTHEORIE · MELODIE
MUZIKALE ZIN: VOORZIN EN NAZIN
Een melodie bestaat uit muzikale zinnen: stukjes melodie met een begin en een rustpunt.
De voorzin is de eerste zin. Die klinkt als een vraag en blijft vaak open.
De nazin is de tweede zin. Die klinkt als een antwoord en rondt de melodie af.
Zo klinkt het in de Ode an die Freude: de voorzin eindigt op D, de nazin op C.
Syllabus A1/A2 j: muzikale zin, voorzin en nazin. De afbeelding toont het begin van de Ode an die Freude van Beethoven, hier in C met een vereenvoudigd ritme. De eerste zin eindigt op D en klinkt open, de tweede zin eindigt op C en klinkt af. Veelgemaakte fout: de nazin voor de voorzin zetten. De voorzin komt altijd eerst. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Wat is het verschil tussen een motief en een thema?
Een motief is de begeleiding, een thema de melodie
Een motief hoort bij pop, een thema bij klassiek
Een motief is kort, een thema is de hoofdmelodie
Een motief is langer dan een thema
Een motief is maar een paar tonen, een thema is de hele hoofdmelodie. Wie de begeleiding kiest, verwart motief met een patroon in de bas.
Sequens: een motief van vier noten, steeds een stap hoger
♪ VAKTHEORIE · MELODIE
SEQUENS
Bij een sequens klinkt een motief of melodiestukje nog een keer op een andere hoogte.
De vorm blijft herkenbaar, alleen de beginnoot is hoger of lager.
In Do-Re-Mi begint elke regel een toon hoger: Doe, Ray, Me.
Syllabus A1/A2 j: sequens. De afbeelding laat een motief van vier noten zien dat twee keer een stap hoger klinkt. Veelgemaakte fout: een sequens verwarren met een gewone herhaling op dezelfde hoogte. Bij een sequens verandert de hoogte steeds. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Video: Do-Re-Mi uit The Sound of Music (Julie Andrews, Rodgers & Hammerstein). Wat leerlingen horen: de regels "Doe, a deer", "Ray, a drop of golden sun" en "Me, a name I call myself" hebben dezelfde vorm, maar elke regel begint een toon hoger dan de vorige. Kijkvraag: waar begint elke nieuwe regel, hoger of lager dan de vorige? Antwoord: steeds een toon hoger, dat is een sequens.
Johann Sebastian Bach, schilderij van Elias Gottlob Haussmann, 1748
♪ VAKTHEORIE · MELODIE
VOORTSPINNEN
Bij voortspinnen begint een motief en wordt het steeds verder uitgesponnen.
Dat gebeurt met herhaling, sequensen en kleine veranderingen, zonder duidelijk rustpunt.
De melodie lijkt als een draad door te lopen. Je hoort dit vooral in barokmuziek, zoals die van Bach.
Syllabus A1/A2 j: voortspinnen, een kenmerk van barokmuziek. Bij voortspinnen is er geen vaste zin met een duidelijk rustpunt, zoals bij voorzin en nazin. Een sequens kan een onderdeel van het voortspinnen zijn. Veelgemaakte fout: voortspinnen verwarren met herhalen van een heel thema. Image credit: Elias Gottlob Haussmann / Wikimedia Commons, publiek domein
Melisme: zes tonen op de lettergreep Glo
♪ VAKTHEORIE · MELODIE
MELISME
Bij een melisme zing je veel tonen op een lettergreep.
Het woord melismatisch betekent: met melismen.
Je hoort melismen in barokmuziek, gospel en pop, vaak om een woord te versieren.
Syllabus A1/A2 j: melisme, melismatisch. Het fragment is de aria Rejoice greatly uit Messiah van Handel. Op de afbeelding staan zes noten op de lettergreep Glo, en bij ri en a steeds een toon. Veelgemaakte fout: een melisme verwarren met een herhaald patroon. Een melisme gaat over tonen bij een lettergreep van de tekst. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Video: Handel: Rejoice greatly uit Messiah (London Symphony Orchestra). Wat leerlingen horen: na het orkest zingt de sopraan op het woord "rejoice" een lange reeks snelle tonen op een lettergreep. Kijkvraag: zingt ze bij "rejoice" een toon of veel tonen op een lettergreep? Antwoord: veel tonen, dat is een melisme.
Vul in: motiefverwerking
Klinkt een motief nog een keer op een andere hoogte, dan heet dat een sequens; wordt het steeds verder uitgesponnen, dan heet dat voortspinnen en dat hoor je vooral in de barok.
Sequens is een motief op een andere hoogte, voortspinnen is steeds verder uitspinnen. Veelgemaakte fout: de twee omdraaien.
Ostinato: een patroon van vier noten in de bas, drie keer herhaald
♪ VAKTHEORIE · MELODIE
OSTINATO EN RIFF
Een ostinato is een kort patroon dat steeds opnieuw herhaald wordt, vaak in de bas.
Bovenin kan de melodie veranderen, onderin blijft het patroon hetzelfde.
Een riff is een korte, herhaalde frase die een nummer zijn eigen karakter geeft.
Een riff speel je vaak op gitaar of bas, in pop, rock en jazz.
Syllabus A1/A2 j: ostinato en riff. Het fragment is het begin van Satisfaction van The Rolling Stones, met de bekende gitaarriff. Een riff en een ostinato zijn allebei herhaling, maar een riff is het herkenbare gezicht van een song. Veelgemaakte fout: een riff verwarren met een thema uit klassieke muziek. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
Video: The Rolling Stones: (I Can't Get No) Satisfaction (ABKCO, lyric video). Wat leerlingen horen: het nummer begint met een korte gitaarfrase op een vervormde gitaar die steeds terugkomt. Kijkvraag: wat blijft steeds terugkomen en maakt het nummer herkenbaar? Antwoord: het korte gitaarpatroon, de riff.
♪ VAKTHEORIE · MELODIE
BREAK EN FILLS
Bij een break valt de begeleiding even weg, meestal een of twee maten. Je hoort stilte of een solist.
Fills zijn korte opvulstukjes tussen twee zinnen of delen, vaak op drums.
Allebei breken ze het vaste patroon even door en leiden ze naar het volgende stuk.
Luister in een song waar de band stopt of waar de drummer een korte rol speelt.
Syllabus A1/A2 j: break en fills. Een break is een onderbreking van de begeleiding, fills zijn korte versieringen tussen de zinnen. Veelgemaakte fout: een break verwarren met het einde van het nummer. Na een break gaat de muziek gewoon door.
Walking bas: kwartnoten door de akkoorden C, F, G en C
♪ VAKTHEORIE · MELODIE
WALKING BAS EN BASSO CONTINUO
Een walking bas loopt in regelmatige noten, meestal kwarten, stapsgewijs door de akkoorden.
Je hoort dit vooral in jazz en blues.
Het basso continuo is de baslijn in barokmuziek, gespeeld door bijvoorbeeld cello of fagot.
Een klavecimbel of orgel speelt daarbij de akkoorden.
Syllabus A1/A2 j: walking bas en basso continuo. De afbeelding toont een walking bas door de akkoorden C, F, G en C, in gelijke kwartnoten. Veelgemaakte fout: walking bas en ostinato door elkaar halen. Een ostinato herhaalt een patroon, een walking bas loopt steeds door andere tonen. Image credit: LessonUp, eigen afbeelding
In welke muziek hoor je vaak een basso continuo?
In hiphop met samples en een draaitafel
In een a-capellakoor zonder instrumenten
In barokmuziek, bijvoorbeeld van Bach of Vivaldi
In rockmuziek met een drumstel
Het basso continuo is de baslijn met akkoorden in de barok. Wie een a-capellakoor kiest, bedenkt niet dat er instrumenten voor de bas nodig zijn.
Hoe heet een bas die door de akkoorden loopt?
Goede antwoord: walking bas. Verwachte fout: ostinato. Een ostinato herhaalt een patroon, een walking bas loopt door de akkoorden.
Wat vond je het lastigst?
Motief, thema en zinnen
Sequens en voortspinnen
Ostinato, riff, break en fills
Walking bas, continuo en melisme
Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra tijd aan besteedt.
Noem een liedje met een riff.
Er is geen vast antwoord. Goede voorbeelden: Satisfaction, Smoke on the Water, Seven Nation Army of een ander liedje dat leerlingen kennen. Laat ze de riff neuriën.
♪ VAKTHEORIE · MELODIE
BEGRIPPEN (1/2)
motief en motiefverwerking: een kort melodiestukje en wat je ermee doet: herhalen, veranderen, hoger of lager zetten
thema: de hoofdmelodie van een stuk, langer dan een motief
muzikale zin: voorzin en nazin: melodiestuk met een rustpunt; de voorzin is de vraag, de nazin het antwoord
sequens: een motief of melodiestuk nog een keer op een andere hoogte
voortspinnen: een motief steeds verder uitspinnen, zonder duidelijk rustpunt, vooral in de barok
Deze slide heeft geen instructies
♪ VAKTHEORIE · MELODIE
BEGRIPPEN (2/2)
ostinato en riff: een patroon dat steeds terugkomt; een riff geeft een song zijn karakter
break en fills: de begeleiding valt even weg; korte opvulstukjes tussen zinnen
walking bas en basso continuo: bas in regelmatige noten in jazz; de baslijn van de barok met akkoordinstrument
melisme: veel tonen op een lettergreep
contour: de omtrek van een melodie: stijgend, dalend of een boog
Deze slide heeft geen instructies