Sociaal netwerk

Sociaal netwerk
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Sociaal netwerk

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Je kunt omschrijven wat een sociaal netwerk is.
Je kunt benoemen wat hier het belang van is.
Je kunt meerdere instrumenten benoemen om het sociale netwerk in kaart te brengen.
Je kunt je eigen sociale netwerk in kaart brengen.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar denken jullie aan bij
het woord sociaal netwerk?

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Sociaal netwerk
  • Een sociaal netwerk is het geheel van relaties dat je hebt met mensen in de naaste omgeving, inclusief je familie en je partner.
  • Alle mensen met wie iemand in zijn dagelijkse leven te maken heeft, vormen samen zijn sociale netwerk.
 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Gen Z = online en offline loopt in elkaar
Waarom is een sociaal netwerk belangrijk?

  • Een mens is een sociaal wezen. Mensen leven al sinds de oertijd in groepen, omdat ze kwetsbaar zijn als ze alleen zijn. Mensen kunnen zich slecht handhaven als ze geen sociaal netwerk om zich heen hebben.

  • Uit onderzoek is gebleken dat mensen met een goed sociaal netwerk gelukkiger en gezonder zijn, en meer bereiken in hun leven.




Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Affectieve behoefte: De behoefte om gewaardeerd te worden, om te weten dat anderen vertrouwen in je hebben.

  • Behoefte aan aansluiting: Hoor je ergens bij? Voel je je betrokken en veilig bij anderen doordat je dezelfde interesses deelt of een gelijksoortige achtergrond hebt?

  • Materiële behoeften: bv een woning gaan, maar ook over voeding en praktische hulp.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat doe jij om je sociale netwerk te onderhouden en/of vergroten?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies




Sociale netwerken worden steeds belangrijker in de maatschappij. De inzet van mantelzorgers en de participatiesamenleving worden steeds belangrijker gevonden.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontwikkelingen rond de begeleiding van het sociale netwerk:

  • Door de Wet op de maatschappelijke ondersteuning (WMO) werd in 2006 de inzet van mantelzorg nog belangrijker.

  • Mensen blijven tegenwoordig zo lang mogelijk thuis wonen.

  • Ook in de verpleeghuizen doen medewerkers steeds vaker een beroep op mantelzorg.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Vroeger: tijden van ziekte en werkloosheid op elkaar aangewezen voor steun. Tegenwoordig: veel voorzieningen. We hebben haast geen relaties meer nodig om te kunnen overleven. Sociale controle is kleiner. Relaties zij vooral om het leven prettig te maken.

  • Het netwerk van zorgvragers bestaat vaak uit mensen van wie ze zorg ontvangen, zoals vrijwilligers en mantelzorgers.                           
  • Klein netwerk is een risico: de zorgvrager kan snel eenzaam worden en hij kan afhankelijk worden van professionele zorg.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voor welke zorgvragers is het moeilijk om een goed sociaal netwerk te hebben?

Slide 13 - Woordweb

mensen met een verstandelijke beperking
mensen met een psychiatrische aandoening
mensen met een of meer chronische ziekte(n)
partners van mensen met een ziekte
alleenstaande zorgvragers
mensen met een psychogeriatrische aandoening (dementie)

Slide 14 - Video

https://quez.movisie.nl/#clientengesprek
Waarom het sociaal netwerk in kaart brengen?

  • Je weet wie je kunt benaderen voor ondersteuning 
  • Je weet wat de zwakke/sterke kanten zijn van het sociale netwerk.
  • Je weet op welke vlakken de zorgvrager het sociale netwerk zou kunnen uitbreiden.
  • Je weet waar de zorgvrager behoefte aan heeft.



Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe breng je het sociaal netwerk in kaart?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Ecogram
  • Genogram 
  • Netwerkcirkel
  • (Mantelzorgscan)

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een ecogram

Slide 18 - Tekstslide

Het ecogram brengt de omvang en de kwaliteit van het sociale netwerk
van de cliënt in beeld. Het biedt in één oogopslag een overzicht van belangrijke sociale contacten uit verschillende leefgebieden, wat (potentiële)
hulpbronnen zichtbaar maakt. Het gaat daarbij om familieleden, maar ook
om vrienden en kennissen en om contacten met vrijwilligers en professionele zorg- en dienstverleners. Door middel van symbolen kan de aard van
de relaties worden aangegeven
In het hart van het ecogram staat een cirkel met de naam van de cliënt. Rondom deze cirkel staan kleinere cirkels met de namen van de contacten van de cliënt. Een letter geeft aan wat de aard is van de relatie tussen de cliënt en de persoon uit zijn sociale netwerk:

  • Praktische steun (p)
  • Gezelschap (g)
  • Advies en uitwisseling informatie (a)
  • Emotionele steun (e)

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Legenda
Gezin van herkomst (G): broers en zusters, ouders.
Overige familieleden (F). Dit zijn (klein-)kinderen, zwagers, schoonzussen, neven en nichten.
Vrienden (V). Het contact is van persoonlijke en emotionele aard en kan een belangrijke steun zijn.
Kennissen (K), (oude) buren, (oud) collega’s, vrijwilligers, maatjes. Het contact is van sociale aard,
maar misschien minder persoonlijk en emotioneel van aard dan bij vrienden.
Buren (B). Directe buren, gang- of huiskamergenoten waarmee men een band ervaart.
Zorgverleners (Z), of andere beroepskrachten zoals verpleegkundigen, artsen, therapeut,
dominee/pastoor

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Genogram

Slide 21 - Tekstslide

Een genogram brengt de familie van een cliënt visueel in kaart in de vorm
van een stamboom met meerdere persoonlijke gegevens. Het genogram
biedt de mogelijkheid belangrijke familiegebeurtenissen, sterfgevallen,
verhuizingen en verbroken contacten op te nemen. Dit geeft informatie
over de familierelaties en -rollen, familiegeschiedenis en de gedeelde
verwachtingen die men heeft. De stamboom omvat drie of vier generaties
en hun onderlinge relaties: de voorgaande generatie (schoon)ouders, de
generatie waartoe de cliënt behoort met de broers en zusters en eventueel
zwagers en schoonzussen. De derde en eventueel vierde generatie betreft
het nageslacht: (klein)kinderen en eventueel (achter)neven en (achter)
nichten
Netwerkcirkel 

Slide 22 - Tekstslide

De netwerkcirkel van Lensink brengt het aantal netwerkleden en hun
positionering ten opzichte van de cliënt in kaart. De cliënt wordt omringd
door vier schillen met daarin mensen die volgens de cliënt heel dichtbij
staan (intimi) en personen die met iedere schil wat verder van de cliënt af
staan (vrienden, bekenden en diensten). De contacten worden daarnaast
verdeeld in vier kwadranten: familie, medecliënten, professionals en mensen die je ontmoet hebt in de samenleving. Uitgangspunt is dat de cirkel
van bekenden personen omvat die vrienden kunnen worden. Ook laat
deze zien wie (potentiële) hulpbronnen zijn.
Familie: broers, zussen, nichten, neven, etc. 
clientcontacten: mensen uit het verzorgingshuis, leren kennen bij therapie, etc. 
professionele contacten: huisarts, activiteitenbegeleiding, collega's  
samenleving: overige bekenden, buren, mensen van de bingo, etc.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeldvragen ecogram
  • Met wie praat u als u het moeilijk hebt?
  • Welke rol speelt deze persoon in uw leven?
  • Met wie heeft u contact in de buurt waar u woont?
  • Met wie heeft u telefoongesprekken?
  • Met wie gaat u (weleens) naar buiten?
  • Hoe is het contact met familieleden?
  • Van wie krijgt u bezoek?
  • Bij wie gaat u wel eens op bezoek?
  • Heeft u vast gezelschap bij het eten, in de huiskamer of tijdens activiteiten?
  • Aan wie schrijft u weleens brieven of ansichtkaarten / wie schrijft weleens brieven of ansichtkaarten aan u?
  • Met wie heeft u contact via brieven, ansichtkaarten, e-mail, WhatsApp of Facebook?
  • Gaat u wel eens uit logeren en bij wie?
  • Heeft u de afgelopen tijd aan iemand iets uitgeleend of heeft u van iemand iets geleend?
  • Wie komt er op uw verjaardag / bij wie gaat u op verjaardag?
  • Zijn er personen die voor u belangrijk zijn, niet genoemd?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sociaal netwerk
Vul je eigen ecogram in

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mantelzorgscan
Een instrument om samen met zorgvragers en mantelzorgers het mantelzorgnetwerk in kaart te brengen

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mantelzorg netwerk
Mantelzorgnetwerken zijn klein en worden geschat op vier tot zes personen. Er is wel een relatie tussen een sociaal netwerk en mantelzorg. Als het sociale netwerk te klein is, is er vaak minder of geen mantelzorg. Daardoor kunnen mensen in de problemen komen.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen behaald?
Je kunt omschrijven wat een sociaal netwerk is.
Je kunt benoemen wat hier het belang van is.
Je kunt meerdere instrumenten benoemen om het sociale netwerk in kaart te brengen.
Je kunt je eigen sociale netwerk in kaart brengen.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe gaat het nu?
😒🙁😐🙂😃

Slide 29 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Online ontmoetingsplek

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Online contactbemiddeling voor mensen met een verstandelijke beperking

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Link

Deze slide heeft geen instructies