voeding cliënten 25-26

Voedings- en dieetleer
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
MZMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Voedings- en dieetleer

Slide 1 - Tekstslide

Doel van de les:
 Aan het einde van de les weet je waar je rekening mee moet houden bij het begeleiden van een client bij het eten en drinken

Slide 2 - Tekstslide

ontbijt jij?

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Functies van eten
  • Lichamelijke functie
  • Geestelijke functie
  • Sociale functie
  • Religieuze functie

Slide 6 - Tekstslide

Als beroepskracht MZ is het goed om op de hoogte te zijn van de achtergrond en persoonlijke geschiedenis van je cliënten. Je kunt dan zoveel mogelijk rekening houden met hun wensen en behoeften.

Slide 7 - Tekstslide

 Voedingsgewoonten


  • Maatschappelijke voedingsgewoonten
  • religieuze voedingsgewoonten
  • Persoonlijke voedingsgewoonten

Slide 8 - Tekstslide

Wat is grazing?
A
Grazen van een koe in de wei
B
Gras eten
C
De hele dag tussendoortjes eten
D
Zoveel eten dat je er misselijk van wordt

Slide 9 - Quizvraag

Welke factoren spelen
een rol bij voedselproblemen?

Slide 10 - Woordweb

Sommige cliënten hebben een voedselprobleem door:

  • Lichamelijke beperking 
  • Aandoening 
  • Sociale of psychologische factoren 

Slide 11 - Tekstslide

Mag je cliënten dwingen tot eten of juist beperken in hun eten? 

Slide 12 - Tekstslide

Invalshoeken ondersteuning

  • Informeren, adviseren, stimuleren en motiveren
Maar de verantwoordelijkheid ligt bij de cliënt zelf
  • Maaltijden voorbereiden en samenstellen
Zelf koken door begeleiding of cliënt, grootkeuken of extern cateringsbedrijf, tafeltje dekje, zelfbedieningsrestaurant, buurtcentra of zorgcentra

Slide 13 - Tekstslide

Invalshoeken ondersteuning
  • Maaltijden samenstellen 
Tips voor het klaarmaken van eten
  • Maaltijden aanpassen 
Slikproblemen

Slide 14 - Tekstslide

Hoe kun je cliënten
helpen met eten en drinken

Slide 15 - Woordweb

Invalshoeken ondersteuning
Zorg voor rustige omgeving
Handen wassen voor het eten
Bescherm kleding
Gelegenheid tot bidden
Smakelijk opdienen
Blijf niet staan naast cliënt


Slide 16 - Tekstslide

 Invalshoeken ondersteuning
Zit op ooghoogte
Let op tempo cliënt bij eten geven
Plaats na de maaltijd de cliënt weer in de gewenste houding
Gelegenheid tot reinigen mond en gebit
Gelegenheid tot danken

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

wat vindt jij
belangrijk aan eten

Slide 20 - Woordweb

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

schijf van 5

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Video

wat voor voedingstoffen
eet jij op een dag?

Slide 28 - Woordweb

Een voorbeeld van een paar diëten 


Mag je mensen dwingen ?

Slide 29 - Tekstslide

Soorten diëten 
  1. Cholesterol verlagend
  2. Energieverrijkt
  3. Energiebeperkt
  4. Eiwitverrijkt
  5. Eiwitbeperkt
  6. Voedingsvezelverrijkt
  7. Diabetes mellitus
  8. Natrium beperkt
  9. Glutenvrij
Glutenvrij

Slide 30 - Tekstslide

Adviseren en motiveren om een dieet te volgen
  • Jouw taak om cliënt hierbij te begeleiden
  • Controleer of de cliënt begrijpt wat het dieet inhoudt
  • Is de cliënt in staat verstandige keuzes te maken in verschillende situaties?
  • Weet de cliënt hoe de maaltijd smakelijk gemaakt kan worden?
  • Krijgt de cliënt belangrijke voedingsstoffen binnen?
  • Vraag de diëtist om tips en adviezen om het dieet vol te kunnen houden

Slide 31 - Tekstslide

Voedselallergie

  • geeft een bijzondere, meestal heftige reactie van het afweersysteem op bepaalde voedselbestanddelen. Bijv. huidsuitslag, hartkloppingen, benauwd zijn. 
  • Vaak erfelijk



Slide 32 - Tekstslide

Voedselintolerantie
  • Onverdraagzaamheid van het lichaam voor bepaalde stoffen
  • Vaak reageert het lichaam minder heftig dan bij een allergie
  • Geeft ongewenste reacties op voedsel maar het afweersysteem is er niet bij betrokken
  • Soms wordt een voedingsstof niet goed afgebroken, bijv. door een stoornis in de stofwisseling (bv. lactose intolerantie)
  • Wordt door een arts vastgesteld

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

vragen

Slide 38 - Tekstslide