Kengetallen - Les 1

Kengetallen - Les 1
.1 Current ratio 
.2 Quick ratio
.3 Cashflow

1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Kengetallen - Les 1
.1 Current ratio 
.2 Quick ratio
.3 Cashflow

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Wat betekent liquiditeit?

Slide 3 - Woordweb

Slide 4 - Tekstslide

Hoe ontstaan liquiditeitsproblemen?

  • Slechte bedrijfsresultaten
  • Te hoge investeringen
  • Niet of langzaam betalende debiteuren
  • Te hoge aflossingsverplichtingen
  • Te grote voorraden

Slide 5 - Tekstslide

Liquiditeitsbegroting 

Toelichting op digibord tijdens de les

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Current ratio
Liquiditeit: kan een onderneming aan de korte termijn verplichtingen voldoen? 

Slide 8 - Tekstslide

Bereken de
current ratio?
A
0,26
B
0,74
C
0,42
D
2,5

Slide 9 - Quizvraag

bereken de
current ratio
(1 decimaal)

Slide 10 - Open vraag

Bereken current ratio's; is deze verbeterd?

Slide 11 - Tekstslide

129         134
112         79
1 januari: 129/112 = 1,15
31 december: 134/79 = 1,70
Current ratio is verbeterd

Slide 12 - Tekstslide

Wat geeft een current ratio van 1,0 aan?
A
De organisatie kan alle schulden terugbetalen
B
De organisatie kan niet alle rekeningen betalen
C
Het is twijfelachtig of schulden kunnen worden betaald
D
De organisatie is liquide

Slide 13 - Quizvraag

Current ratio
Een maatstaf voor de liquiditeit van een onderneming op de korte termijn. De current ratio wordt berekend als: (VLA + LA) / KVV. 

Een onderneming is in theorie liquide als de current ratio groter of gelijk aan 1. In de praktijk is een onderneming voldoende liquide als de current ratio groter is dan 1,5 (want niet alle vlottende activa zijn snel in geld om te zetten). Lesmethode houdt als norm 2,0 aan. 

Slide 14 - Tekstslide

De Current Ratio van een onderneming is 3,2. Op dat moment betaalt de onderneming enkele crediteuren per kas. De Current Ratio zal ...
A
dalen
B
gelijkblijven
C
stijgen

Slide 15 - Quizvraag

Quick ratio = zeer korte termijn
Vlottende activa – voorraden + liquide mid.
              Schulden op korte termijn

Waarom quick in plaats van current gebruiken?
  • Voorraden zijn niet altijd even liquide. Verkoop voorraad (op rekening?) kost tijd. (Verschil supermarkt/ Ferrari dealer) 
  • Verschillen door verschil in waarderingsgrondslag voorraad hebben  geen invloed waardoor beter ondernemingen beter te vergelijken zijn
  • Uitkomst 1 of meer: liquiditeit is voldoende

Slide 16 - Tekstslide

Bereken current en quick ratio
timer
3:00

Slide 17 - Tekstslide

Bereken current en quick ratio

Slide 18 - Tekstslide

Bereken current en quick ratio

Slide 19 - Tekstslide

Quick ratio
Een maatstaf voor de liquiditeit van een onderneming op de zeer korte termijn. De quick ratio wordt berekend als: (VLA + LA - Voorraad) / KVV. 

Een onderneming is in theorie op zeer korte termijn liquide als de quick ratio groter is dan 1. In de praktijk moet de quick ratio flink hoger zijn dan 1 (want niet alle vlottende activa zijn snel in geld om te zetten).

Slide 20 - Tekstslide

Het verschil tussen current ratio en quick ratio zit in:
A
Voorraad
B
Vaste activa
C
Liquide middelen
D
Crediteuren

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Tekstslide

1 januari: 59/ 112 = 0,53
31 december: 57 / 79 = 0,72
Quick ratio is verbeterd
59            57
112         79

Slide 23 - Tekstslide

De Current Ratio van een onderneming is 3,2. Op dat moment doet de onderneming een aandelenemissie. De aandeelhouders betalen per bank. De Current Ratio zal ...
A
dalen
B
gelijkblijven
C
stijgen

Slide 24 - Quizvraag

VA 3,2; VLA 2,6; LM 1,2 ( alle in miljoenen )
EV 3,0; LVV 2,5; KVV 1,5 ( alle in miljoenen )
De waarde van de voorraad bedraagt 0,8 miljoen
Hoe groot is de Quick Ratio?
A
1,2
B
1,5
C
1,7
D
2,0

Slide 25 - Quizvraag

5.5.4
Waardoor verbetert de liquiditeit?
A
De betalingstermijn van debiteuren wordt korter
B
De betalingstermijn van crediteuren wordt korter

Slide 26 - Quizvraag

Slide 27 - Video

De directie van Veerman bv vindt de quick ratio van de onderneming doorgaans niet voldoende.
Hoe kan de quick ratio worden verbeterd?
A
kredietduur crediteuren vergroten
B
kredietduur crediteuren verkleinen
C
opslagduur voorraden vergroten
D
opslagduur voorraden verkleinen

Slide 28 - Quizvraag



Wat wordt er hieronder berekend?

(€35.000+€50.000) : (€20.000+€10.000)= 2,83
vlottende activa+liquide middelen-voorraad : kort vreemd vermogen
A
Current Ratio
B
Quick Ratio
C
Werkkapitaal
D
Debtratio

Slide 29 - Quizvraag

De directie van Veerman bv vindt de quick ratio van de onderneming doorgaans niet voldoende.
Hoe kan de quick ratio worden verbeterd?
A
kredietduur crediteuren vergroten
B
kredietduur crediteuren verkleinen
C
opslagduur voorraden vergroten
D
opslagduur voorraden verkleinen

Slide 30 - Quizvraag

Waarmee kun je de liquiditeit berekenen?
A
EV/VV x 100 %
B
(Vl.Act + Liq.Mid.) / KVV
C
EV / TV x 100 %
D
(Vl.Act - Voorr.+ Liq.Mid.) / KVV

Slide 31 - Quizvraag

Lesdoelen
  • Je kunt current en quick ratio  berekenen.
  • Je kunt aan de hand van de kengetallen van twee opeenvolgende balansen en/of winst- en verliesrekeningen de ontwikkeling van de liquiditeit beoordelen.

Slide 32 - Tekstslide

Kengetallen
Verhouding tussen grootheden 




Slide 33 - Tekstslide

Liquiditeit
Kan een onderneming aan de korte termijn verplichtingen voldoen? 



Welke balansposten rekenen we tot de korte termijn verplichtingen? 

Slide 34 - Tekstslide

Voorbeeld balans
Is de onderneming voldoende liquide? 
(Vlottende activa + liquide middelen)/ kort vreemd vermogen = 
(70 + 30) /  80 = 1,25

Slide 35 - Tekstslide

Voorbeeld balans

  • uitkomst 1, of groter is liquide norm 2,0... maar afhankelijk type onderneming
  • vergelijking tussen periodes vooral relevant

Slide 36 - Tekstslide

Is de current ratio verbeterd?
Ja/ nee + ratio's
timer
1:30

Slide 37 - Open vraag

Is de quick ratio verbeterd?
Ja/ nee + ratio's
timer
1:30

Slide 38 - Open vraag

Let op
IJzeren voorraad: voorraad goederen waarover een onderneming voor een ongestoorde bedrijfsuitoefening altijd moet beschikken (minimumvoorraad)



Debiteurenkern: minimale bedrag dat onderneming altijd onder de debiteuren heeft uitstaan



Worden indien bekend  in mindering gebracht op vlottende activa bij berekening current- en quick ratio

Slide 39 - Tekstslide

Aandachtspunten beoordeling
  • Zijn debiteuren kredietwaardig?
  • Wat is de looptijd van vlottende activa?
  • Wat is de looptijd van schulden op korte termijn?
  • Welk deel van goederenvoorraad is incourant?
  • Hoe groot is de kredietruimte bij de bank?

Slide 40 - Tekstslide

Beïnvloeden ratio's  
Kort voordat ratio’s worden bepaald een schuld aan bank aflossen, ook wel window-dressing genoemd.

Nadelen en beperkingen ratio’s:
  • Momentopname
  • Tijdstippen van ontvangsten en betalingen niet bekend (hiervoor is liquiditeitsbegroting nodig)
  • Dispositieruimte (bedrag dat nog geleend kan worden) niet bekend

Daarom beoordelen we kengetallen niet zozeer als absolute waarde, maar vooral op: de vergelijking met andere perioden van dezelfde onderneming en met andere soortgelijke bedrijven.

Slide 41 - Tekstslide

Cashflow
  • Geeft beter beeld van winstgevendheid dan bijvoorbeeld dividendpercentage: de ene onderneming reserveert meer winst, dan de andere onderneming.
  • Geeft beter beeld van winstgevendheid dan nettowinst, want hoogte van afschrijvingen beïnvloeden nettowinst (schrijft onderneming in een jaar veel af, dan is de winst lager). 

Slide 42 - Tekstslide

Cashflow
   Resultaat voor belasting (uit gewone bedrijfsvoering)
– Vennootschapsbelasting
Afschrijvingen van dat jaar (want geen uitgave)
= Cashflow


Ofwel Nettowinst na belasting + afschrijvingen

Naarmate cashflow groter is, wordt liquiditeitspositie beter

ofwel nettowinst

Slide 43 - Tekstslide

Bereken de cashflow over 2020

Slide 44 - Tekstslide

Geef de berekende cashflow in

Slide 45 - Open vraag

cashflow = nettowinst + afschrijvingen = 160.000 + 20.000 + 40.000 = 220.000

Slide 46 - Tekstslide

Maken opgaven
34.3 / 34.4 / 34.5/ 34.7/ 34.8 en 34.9 
Neem je uitwerking mee naar fysieke les deze week



Slide 47 - Tekstslide

Hierna tref je extra instructievideo's aan 

Let op: video 1 current ratio: working capital ratio hoort niet bij de lesstof

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Video

Slide 50 - Video