Vlaams

Vlaamse woordenschat
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1Leerroute 2Leerroute 3

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Vlaamse woordenschat

Slide 1 - Tekstslide

Welke wafel is een echte Belgische wafel?
A
B
C
D

Slide 2 - Quizvraag

wafels
<- Luikse wafel                  Brusselse wafel->




<-boterwafel                               lacquemants ->

Slide 3 - Tekstslide

wat betekent ZETEL?

Slide 4 - Open vraag

platte kaas

Slide 5 - Open vraag

vlo

Slide 6 - Open vraag

schuifaf

Slide 7 - Open vraag

lekstok

Slide 8 - Open vraag

tas

Slide 9 - Open vraag

camion

Slide 10 - Open vraag

camionette

Slide 11 - Open vraag

kleedje

Slide 12 - Open vraag

vod

Slide 13 - Open vraag

confituur

Slide 14 - Open vraag

lopen

Slide 15 - Open vraag

croque monsieur

Slide 16 - Open vraag

containerpark

Slide 17 - Open vraag

zagen

Slide 18 - Open vraag

wenen

Slide 19 - Open vraag

next level

Slide 20 - Tekstslide

sacoche

Slide 21 - Open vraag

braceletje

Slide 22 - Open vraag

goesting

Slide 23 - Open vraag

congé

Slide 24 - Open vraag

valling

Slide 25 - Open vraag

zwanzen

Slide 26 - Open vraag

chauffage

Slide 27 - Open vraag

frak

Slide 28 - Open vraag

peinzen

Slide 29 - Open vraag

bleiten

Slide 30 - Open vraag

plastron

Slide 31 - Open vraag

penoire

Slide 32 - Open vraag

lavabo

Slide 33 - Open vraag

pompbak

Slide 34 - Open vraag