DEF Les 7 LAATSTE LES

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Handelingen 8 : 1 t/m 8

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Vandaag 
  • Kahoot toetsstof

  • Filmpje palliatieve sedatie

  • Delen les

Slide 4 - Tekstslide

Toetsstof boeken

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Link

Slide 7 - Tekstslide

1e linie (extern)
  • Uitwendige barrières
  • huid
  • slijmvlies
  • uitscheidingsproducten
  • trilharen

2e linie (intern, Aspecifiek)
  • Aangeboren, witte bloedcellen
3e linie (intern, specifiek)

  • Lymfocyten (gespec. witte bloedcellen) --> 
      T cellen, B cellen
  • verworven weerstand door  --> moedermelk, 
     --> vaccinaties, 
     --> doormaken van ziekte




Slide 8 - Tekstslide

! Aanmaak B Lymfocyten !

Slide 9 - Tekstslide

T- Cellen       B-cellen

Slide 10 - Tekstslide

       Lymfestelsel
  • Apart vaatstelsel
  •  Hoofdtaak: afvoer teveel vocht, afvalstoffen, ziektekiemen


  • Lymfebanen --> (transportweg)
  • Lymfeknopen 1. filterstations van afvalstoffen en ziekteverwekkers
                                     2. Veel lymfocyten in knopen, wanneer contact ziektekiem-                                         --> antistoffen  maken

Slide 11 - Tekstslide

Belangrijkste functies Lymfeklieren/knopen?

  • Afweer: Herkennen ziektekiem, aanmaak B lymfocyten
  •  Filteren
  • Signaalfunctie --> klierzwelling bij infectie/ontsteking
  • Vochtregulatie --> afvoer overtollig vocht

Slide 12 - Tekstslide

Wat doen T Lymfocyten ?(= T-cellen)

T - Lymfocyten (witte bloedcellen)
  • Spelen rol in 3e linie (verworven) afweer
  • Herkennen specifieke ziekteverwekkers + Kankercellen
  • Activeren B-Lymfocyten voor productie antistoffen


Slide 13 - Tekstslide

Wat doen B-Lymfocyt (= B-cellen)?

  • Produceren antistoffen
  •  Ziekteverwekkers markeren (vlaggetje herkenbaarheid)
  • Geheugencellen vormen (herkennen en snel aanpakken)
  • Gevormd in beenmerg, bevinden zich vooral in Lymfeklieren en milt



Slide 14 - Tekstslide

     Hypofyse voorkwab --> 7 belangrijke hormonen
Benoem de werking

Slide 15 - Tekstslide

      Hypofyse achterkwab
  • Bestaat vooral uit zenuwweefsel
  • opslagplaats voor 2 stoffen die in hypothalamus worden aangemaakt: 
                         ADH
                         Oxytocine

Slide 16 - Tekstslide

         Schildklier en bijschildklieren

                           gevolg = hoeveelheid calcium in bloed constant

Slide 17 - Tekstslide

        Bijnieren

Slide 18 - Tekstslide

Alvleesklier

Slide 19 - Tekstslide

         Nieren: juxtaglomerulaire apparaat
Sensor --> registreert

Slide 20 - Tekstslide

       Pijnappelklier

Slide 21 - Tekstslide

         Weefselhormonen         
NSAID'S

Slide 22 - Tekstslide

Anemie

Slide 23 - Tekstslide

Beantwoord vragen Schildklier
  1. welke 3 soorten schildklierproblemen zijn er?
  2. Noem de namen 
     --> Noem per naam wat er gebeurt 
     --> Noem per naam wat het gevolg is
     --> Noem per naam de symptomen
 3. Wat gebeurt er bij de ziekte van Graves?
 4. Wat gebeurt er bij de ziekte van Hashimoto?
 

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Curatief --> gericht op genezing
Palliatief --> zo comfortabel mogelijk         
                    (verzachtend/verlichtend)

Slide 27 - Tekstslide

Jouw rol als verzorgende op fysiek vlak
  • Goede voedingstoestand
  • Goede vochtopname
  • Oppassen voor infecties ivm lage weerstand
  • Observeren op ontsteking van de mondholte, keel en slokdarm
  • Eventuele kaalheid/ omgaan met schaamte
  • Verdeling van energie over de dag
  • Het psychische aspect

Slide 28 - Tekstslide

Jouw rol als verzorgende in begeleiden (mentaal)
  • Luister
  • Vraag naar gevoel --> geen oordeel
  •  Toon empathie
  • Vraag wat men nodig heeft
  • Rapporteer en kijk wat jij ermee kunt als zorgprofessional

Slide 29 - Tekstslide

Tips voor je toets zelf
  • Wees op tijd
  • Lees SUPERGOED en langzaam --> wat wordt er gevraagd
  • Lees de vraag 2x
  • Beantwoord de vraag redelijk uitgebreid 
  • Neem je tijd
  • Ongeveer 17 vragen

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video