B2A Lezen Blok 4

Lezen Blok 4

Bladzijde 181 t/m 189


1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Lezen Blok 4

Bladzijde 181 t/m 189


Slide 1 - Tekstslide

13 april: 'Blok 3 Lezen' af en ingeleverd!
Beide bewijzen moeten ingeleverd zijn!
BLOK 4: Na deze paragraaf
  • kun je de kernzin in een alinea aanwijzen;
  • kun je een samenvatting maken;
  • kun je de hoofdgedachte van een tekst benoemen.

  • herken je overtuigende teksten;
  • kun je feiten en meningen onderscheiden;
  • kun je uitleggen of je het met een schrijver eens bent;
  • ken je manieren voor een inleiding en een slot.





Slide 2 - Tekstslide

Het is in ons lokaal nu 19°C.
A
feit
B
mening

Slide 3 - Quizvraag

Ik vind het hier lekker warm.
A
feit
B
mening

Slide 4 - Quizvraag

Hoofdzaken en bijzaken
Niet alle informatie in een tekst is even belangrijk. 
De belangrijkste informatie noem je de hoofdzaak
De minder belangrijke dingen zijn bijzaken

De bijzaken helpen je om de tekst beter te begrijpen of ze maken de tekst leuker om te lezen.

Slide 5 - Tekstslide

Hoofdzaken en bijzaken
In een alinea staat de hoofdzaak meestal in de eerste of de laatste zin. Dat is kernzin

In de andere zinnen staan bijzaken. 
Ze geven uitleg of voorbeelden bij de kernzin.

Slide 6 - Tekstslide

Hoofdzaken en bijzaken
Teksten in schoolboeken zijn vaak extra moeilijk, omdat er veel informatie in staat. Let bij het leren voor toetsen goed op hoofd- en bijzaken. 

Hoofdzaken moet je in elk geval begrijpen en onthouden. Soms moet je ook voorbeelden kunnen geven.

Slide 7 - Tekstslide

Samenvatting maken met kernzinnen
De beste manier om een tekst helemaal te begrijpen, is het maken van een samenvatting. Het is een slimme manier om de informatie uit teksten te onthouden voor een toets. Ook als je een werkstuk maakt, is het maken van een samenvatting in je eigen woorden handig.
Op deze manier maak je een goede samenvatting:
Zoek de kernzin in elke alinea.
Maak van de kernzinnen een goedlopend verhaaltje.
Gebruik je eigen woorden als je de tekst daardoor beter begrijpt.




Slide 8 - Tekstslide

Hoofdgedachte
Er is een manier om een nog kortere samenvatting te maken van een tekst.

 Beantwoord dan deze vraag: 
Wat is het belangrijkste dat de schrijver zegt over het onderwerp van de tekst?
Probeer dit in één zin te zeggen. Deze zin is de hoofdgedachte van de tekst.




Slide 9 - Tekstslide

Hoofdgedachte





Tips:

  • De hoofdgedachte staat vaak in de inleiding of het slot van een tekst.
  • De hoofdgedachte is nooit een vraag.

Slide 10 - Tekstslide

Dit hoofdstuk ging over ontdekkingsreizen. Je weet nu hoe Noord-Amerika en Zuid-Amerika ontdekt zijn.
A
Inleiding
B
Slot

Slide 11 - Quizvraag

We stonden in de rij bij de kassa, met onze zakjes chips en blikjes drinken. De kassière keek niet bepaald vrolijk toen we allemaal apart wilden afrekenen.

A
Inleiding
B
Slot

Slide 12 - Quizvraag

Inleiding 
Je weet al dat een tekst een inleiding, een middenstuk en een slot heeft. De inleiding is bedoeld om de lezer nieuwsgierig te maken. 

Dat kan de schrijver op verschillende manieren doen:

1. het onderwerp van de tekst noemen;
2. een belangrijke vraag over het onderwerp stellen;
3. een herkenbaar, opvallend of grappig verhaaltje vertellen.

Slide 13 - Tekstslide

Slot
Het slot is bedoeld om de tekst af te sluiten. Ook daar zijn verschillende manieren voor:
1. een korte samenvatting van de tekst geven;
2. een conclusie trekken: de schrijver geeft een eindoordeel (vaak te herkennen aan het woord dus);
3. een advies geven of een oproep doen aan de lezer.

Je begrijpt een tekst beter als je let op de manier die de schrijver gebruikt in de inleiding en het slot.

Slide 14 - Tekstslide

Aan de slag
Bladzijde 181 t/m 189

Maak opdrachten:
1 + 2 + 3 + 6 + 7

Slide 15 - Tekstslide