p17A ptc. tijdsverhoudingen

Αἱ γυναῖκες εὐχόμεναι πρὸς τὸ ἱερὸν βαίνουσιν. 

εὐχομαι = bidden
ἱερον = heiligdom

1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
GrieksMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Αἱ γυναῖκες εὐχόμεναι πρὸς τὸ ἱερὸν βαίνουσιν. 

εὐχομαι = bidden
ἱερον = heiligdom

Slide 1 - Tekstslide

met een bijwoordelijke bijzn
met een deelwoord
met een voorzetselbepaling
nevenschikkend
de vrouwen gaan biddend naar de tempel
in gebed gaan de vrouwen naar de tempel
de vrouwen bidden en gaan naar de tempel
de vrouwen gaan naar de tempel, terwijl ze bidden
De vrouwen gaan naar de tempel omdat ze bidden

Slide 2 - Sleepvraag

Met welke vier soorten bijzinnen kun je een predicatief participium vertalen? Noem de Latijnse termen

Slide 3 - Woordweb

het participium λυων is een participium praesens en geeft aan:

A
dat de handeling altijd in de tegenwoordige tijd plaatsvindt
B
dat de handeling tegelijk met de pv plaats vindt.
C
dat de handeling aan gang is
D
dat de handeling afgelopen is

Slide 4 - Quizvraag

Αἱ γυναῖκες εὐχόμεναι πρὸς τὸ ἱερὸν βαίνουσιν.

De vrouwen gaan, terwijl ze bidden, naar het heiligdom

Αἱ γυναῖκες εὐχόμεναι πρὸς τὸ ἱερὸν βαίνον.

De vrouwen gingen, terwijl ze baden naar het heiligdom

 

Slide 5 - Tekstslide

Ἐπεθύμει τῆς γυναικὸς καλλίστης οὔσης.  
Hij verlangde naar zijn vrouw, omdat ze de mooiste was / terwijl ze de mooiste was / als ze de mooiste was

Slide 6 - Tekstslide

Vertaal de volgende zin. Vertaal het participium met een bijwoordelijke bijzin.: Ἐπεθύμει τῆς γυναικὸς καλλίστης οὔσης. (ἐπιθυμεω + gen. = verlangen naar; καλλιστη = mooiste)

Slide 7 - Open vraag

het participium λυσας is een participium aoristus en geeft aan:
A
dat de handeling zich in de verleden tijd afspeelt
B
dat de handeling zich vóór het hoofdwerkwoord afspeelt
C
dat de handeling zich tegelijk met het hoofdwerkwoord afspeelt
D
dat de handeling is afgerond

Slide 8 - Quizvraag


μαχησαμενοι οἱ ἄνδρες ἀπολλονται (ἐμαχησαμην ῀

De mannen komen om, nadat ze hebben gevochten

μαχησαμενοι οἱ ἄνδρες ἀπώλοντο.
 
De mannen kwamen om, nadat ze hadden gevochten

Slide 9 - Tekstslide

Γυμνασάμενοι οἱ παῖδες εἰς τὸν ποταμὸν κατέβησαν. (γυμαζομαι – trainen; παις = jongen; καταβαινω = naar beneden gaan)

Slide 10 - Open vraag

Vergelijk:

Φάρμακον πίνουσα ἀπέθανεν.
Zij stierf terwijl ze een kruid dronk.
ἀπ-έ-θαν-εν: 3e sg. (thematische) aor. van ἀποθνῃσκω: hij/zij/ het stierf.
πίνουσα is een participium praesens, vrouwelijk nominativus enkelvoud.Omdat het nominativus is, congrueert het met het onderwerp, die in de pv. zit verscholen. Zo weten we via het participium dat het een vrouw is die stierf.


Φάρμακον πίουσα ἀπέθανεν.
Ze stierf nadat ze een kruid gedronken had.
het enige verschil met de vorige zin is de tijd van het participium: We zien dat de stam veranderd is. ἐ-πι-ον is de aoristus van πινω, en dus hebben we hier een ptc. aoristus. Die moet je voortijdig vertalen. (zie zin 3) 








Slide 11 - Tekstslide