Verbanden in een tekst (Nederlands havo), les 2: Examentraining

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Examentraining

Verbanden in een tekst: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met drie vraagtypen (verwijswoorden, oorzaak en doel, standpunt en verbanden), elk met een eigen leestekst en twee examenvragen, inclusief een citeervraag en open vragen.

Onderdelen in deze les

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Examentraining

Verbanden in een tekst: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een examenvraag het verband tussen tekstdelen vaststellen en mijn antwoord met de tekst onderbouwen.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees de vraag: welk verband of welk tekstdeel wordt gevraagd? Streep het alineanummer aan.

  • 2. Ga naar de plek: lees de zin ervoor, de zin zelf en de zin erna.

  • 3. Zoek het signaalwoord: staat er geen, bedenk er dan zelf een (want, maar, dus).

  • 4. Controleer: zet je antwoord op de plek van het verwijswoord of lees de zinnen met je verband terug.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Vraagtype 1: verwijswoorden

  • Dit vraagtype vraagt waar een verwijswoord op slaat: meerkeuze of open

  • Bij een citeervraag schrijf je de zin of de eerste en laatste woorden over uit de tekst

  • Lees terug: past je antwoord op de plek van het verwijswoord?

Bij citeervragen geldt: schrijf exact over wat er staat. Een citeervraag in het examen vraagt vaak de eerste en laatste woorden van de zin.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Tekst 4: Fietsen naar school

(1) Steeds meer leerlingen komen op de fiets naar school, en dat is goed nieuws voor de stad. Het stimuleren van fietsen kost weinig en levert veel op. Zo wordt het verkeer rond het schoolplein rustiger en neemt de uitstoot van auto's af.

(2) Toch zijn niet alle ouders enthousiast. Zij brengen hun kinderen liever met de auto, omdat ze bang zijn voor ongelukken. Die angst is begrijpelijk. Het gevaar zit echter vaak juist in het drukke autoverkeer voor de schoolpoort.

(3) De gemeente zet daarom in op veilige fietsroutes. Dat vraagt een flinke investering, maar de school vindt dat het geld goed besteed is. Wie eenmaal veilig naar school fietst, blijft het vaak doen.

Eigen tekst voor Examenstof

Hoofdtekst bij vraagtype 1 (ongeveer 150 woorden). Verzonnen tekst.

Waar slaat "Die angst" op?

Die angst is begrijpelijk.

A

De angst van leerlingen voor verkeer

B

De angst voor de uitstoot van auto's

C

De angst van de gemeente voor kosten

D

De angst van ouders voor ongelukken

In alinea 2 zijn ouders bang voor ongelukken. Verwachte fout: de leerlingen kiezen, omdat die in alinea 1 centraal staan.

Citeer de zin waarop "Dat" in alinea 3 slaat.

Dat vraagt een flinke investering, maar de school vindt dat het geld goed besteed is.

Modelantwoord: "De gemeente zet daarom in op veilige fietsroutes." 1 punt voor de juiste zin. Verwachte fout: de eerste zin van de alinea of de hele alinea overnemen, of de zin erna kiezen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Vraagtype 2: oorzaak en doel

  • Dit vraagtype vraagt naar een oorzaak, een gevolg, een doel of een middel

  • Open vragen: antwoord kort en met woorden uit de tekst

  • Let op signaalwoorden als hierdoor, omdat, om ... te en zodat

Open vragen: noem precies zoveel punten als de vraag vraagt. Twee oorzaken gevraagd betekent twee punten.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Tekst 5: Minder afval in de kantine

(1) In de kantine van onze school ligt aan het eind van elke pauze veel plastic op de grond. De bakken zijn te klein en leerlingen hebben haast om op tijd in de les te zijn. Hierdoor blijft er elke dag werk liggen voor de schoonmakers.

(2) De leerlingenraad wil dit veranderen. Om het plastic afval te verminderen, stelt zij voor dat de kantine alleen nog drinkbekers voor hergebruik verkoopt. Leerlingen betalen dan een klein bedrag statiegeld, zodat ze hun beker echt terugbrengen.

(3) De directie twijfelt nog. Als de kantine overstapt op bekers, moet er een afwasmachine komen. Die kost geld en dat geld is er voorlopig niet. Tenzij ouders bijdragen, wordt het plan daarom uitgesteld.

Eigen tekst voor Examenstof

Hoofdtekst bij vraagtype 2 (ongeveer 140 woorden). Verzonnen tekst.

Wat is hier het middel?

Om het plastic afval te verminderen, stelt zij voor dat de kantine alleen nog drinkbekers voor hergebruik verkoopt.

A

Alleen nog herbruikbare bekers verkopen

B

Het plastic afval verminderen

C

Een klein bedrag statiegeld vragen

D

De leerlingenraad overtuigen

Het doel staat na "Om": het plastic afval verminderen. Het middel is wat de leerlingenraad voorstelt. Verwachte fout: het doel als middel kiezen.

Welke twee oorzaken noemt alinea 1?

Modelantwoord: de bakken zijn te klein (1 punt) en leerlingen hebben haast om op tijd in de les te zijn (1 punt). Verwachte fout: het gevolg (werk voor de schoonmakers) noemen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Vraagtype 3: standpunt en verbanden

  • Dit vraagtype vraagt naar de functie van een tekstdeel of het verband tussen zinnen

  • Bij een impliciet verband zet je zelf een signaalwoord ertussen

  • Kies het verband dat in de hele tekst past, niet alleen in de zin

Leerlingen kiezen vaak het verband dat in één zin past. Laat ze de hele alinea lezen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Tekst 6: Lezen is geen straf

(1) Wie jongeren wil laten lezen, moet ze vooral keuze geven. Het schoolprogramma verplicht leerlingen nu om boeken te lezen die zij saai vinden, en dat werkt averechts.

(2) Lezen is een gewoonte en geen talent. Net als bij sporten haken mensen af als het steeds moet. Neem Sanne, een leerling uit 4 havo: zij las een boek over voetbal helemaal uit, terwijl het verplichte boek halverwege in haar tas bleef zitten.

(3) Voorstanders van de verplichte lijst zeggen dat leerlingen anders alleen makkelijke boeken lezen. Dat kan zo zijn, maar wie veel leest, gaat vanzelf moeilijker boeken kiezen. De school kan de leeslijst dus beter loslaten.

Eigen tekst voor Examenstof

Hoofdtekst bij vraagtype 3 (ongeveer 130 woorden). Sanne is een verzonnen leerling.

Welke functie heeft het verhaal over Sanne?

Neem Sanne: zij las een boek over voetbal helemaal uit.

A

een tegenargument tegen het standpunt

B

het standpunt van de schrijver

C

toelichting op de uitspraak ervoor

D

een voorwaarde voor het standpunt

Het voorbeeld van Sanne licht de uitspraak over afhaken bij verplichting toe. Verwachte fout: tegenargument, omdat het verplichte boek negatief klinkt.

Welk verband legt "Net als" tussen de zinnen?

Lezen is een gewoonte en geen talent. Net als bij sporten haken mensen af als het steeds moet.

A

tegenstelling

B

oorzaak-gevolg

C

vergelijking

D

doel-middel

"Net als bij sporten" vergelijkt lezen met sporten. Verwachte fout: oorzaak-gevolg, omdat afhaken het gevolg lijkt.

Welk verband vind jij het lastigst?

1

Verwijswoorden

2

Oorzaak-gevolg en doel-middel

3

Standpunt en argument

4

Impliciete verbanden

Bespreek na de uitslag eerst het lastigste verband met een korte eigen voorbeeldzin.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN

Tips voor op het examen

  • Lees eerst de vraag, dan pas de alinea waar de vraag naar verwijst

  • Bij een verwijswoord: lees de zinnen ervoor en vul je antwoord in

  • Staat er geen signaalwoord? Bedenk er zelf een en kijk of de zinnen kloppen

  • Citeren: schrijf precies over wat er staat, met de juiste eerste en laatste woorden

  • Twijfel je tussen twee verbanden? Kies het verband dat in de hele alinea past

Deze slide heeft geen instructies