Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Verbanden in een tekst
Examenstof Nederlands vwo
Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Verbanden in een tekst
Examenstof Nederlands vwo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1.1 relaties tussen delen van een tekst (4F: impliciete relaties). Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Wat ga je kunnen?
Ik kan expliciete en impliciete verbanden tussen tekstdelen herkennen, benoemen en onderbouwen.
Deze slide heeft geen instructies
Hoe laat een schrijver zien hoe zijn gedachten op elkaar aansluiten?
Verwacht: signaalwoorden (want, dus, echter, bovendien), verwijswoorden (dit, daarmee), alinea-indeling, en soms niets expliciets. Noteer ook die laatste categorie: dat zijn de impliciete verbanden die op 4F-niveau gevraagd worden. Veelgemaakte fout: denken dat een verband er alleen is als er een signaalwoord staat.
De bibliotheek van de University of Reading (Verenigd Koninkrijk)
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Verwijswoorden
Een verwijswoord (dit, dat, hen, daarmee, een dergelijk) slaat terug of vooruit
Het kan slaan op een woord, een zin, een alinea of een hele gedachtegang
Test: vervang het verwijswoord door het antwoord en lees de zin opnieuw
Let op: 'Dat standpunt' of 'Die gang van zaken' vat vaak meerdere zinnen samen
Syllabus A1.1: verwijzingsrelaties; bij 4F ook impliciete relaties tussen tekstdelen. Veelgemaakte fout: het dichtstbijzijnde zelfstandig naamwoord kiezen terwijl het verwijswoord een hele gedachte samenvat. Image credit: Tim Landy / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Signaalwoorden
Een signaalwoord laat zien hoe twee zinnen of alinea's zich tot elkaar verhouden
Oorzaak-gevolg: doordat, waardoor, daarom, dus, derhalve
Tegenstelling en tegenwerping: maar, echter, toch, daarentegen, desondanks
Opsomming en voorwaarde: bovendien, daarnaast, mits, tenzij, indien
Eén woord kan meerdere verbanden aanduiden: 'als' is voorwaarde of vergelijking
Dit zijn geen volledige lijsten. Veelgemaakte fout: een signaalwoord uit het hoofd leren zonder naar de zin te kijken. Een signaalwoord kan het verband ook anders inkleuren dan je verwacht, bijvoorbeeld "immers" als argument of als toelichting.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Tekst 1: De stilte van de leeszaal
(1) De universiteitsbibliotheek wil de stilte in de leeszaal herstellen. Studenten die telefoneren of fluisterend overleggen, krijgen een waarschuwing. Het besluit viel nadat uit een enquête bleek dat velen zich gestoord voelden.
(2) Die maatregel roept weerstand op. Vooral groepswerkers wijzen erop dat samenwerken tegenwoordig tot de kern van het onderwijs behoort. Wie hen verbant naar een gang, zo redeneren zij, ontneemt hun juist de plek waar het leren plaatsvindt. Dat standpunt is niet zonder logica, maar het miskent dat er voor beide groepen ruimte kan zijn: het gebouw heeft immers meerdere verdiepingen.
Eigen tekst voor Examenstof
Voorbeeldtekst bij blok 1. Laat leerlingen aanwijzen waar "hen" en "Dat standpunt" naar verwijzen. Let op de dubbele verwijzing: "hen" slaat op de groepswerkers, "Dat standpunt" op een hele redenering.
Waar verwijst "hen" naar?
Wie hen verbant naar een gang, zo redeneren zij, ontneemt hun juist de plek waar het leren plaatsvindt.
alle studenten
de groepswerkers
de gestoorde studenten
de bibliotheekmedewerkers
Alinea 2 gaat over groepswerkers die zich verzetten; "hen" slaat op hen. Verwachte fout: de gestoorde studenten, omdat die in alinea 1 centraal staan en ook in de leeszaal zitten.
Waar slaat "Dat standpunt" op?
Dat standpunt is niet zonder logica, maar het miskent dat er ruimte kan zijn.
Dat de leeszaal stil moet worden
Dat studenten gestoord worden door gefluister
Dat het gebouw meerdere verdiepingen heeft
Dat de maatregel groepswerkers benadeelt
Het standpunt van de groepswerkers is dat de maatregel hen hun leerplek ontneemt. Verwachte fout: het standpunt van de bibliotheek kiezen, omdat dat in alinea 1 staat.
Boekenkasten in de stadsbibliotheek van Isahaya (Japan)
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Oorzaak en gevolg
Bij oorzaak-gevolg noemt het ene deel de reden en het andere wat daaruit volgt
Signaalwoorden: doordat, waardoor, daarom, derhalve, dus
Let op de richting: na 'want' staat de oorzaak, na 'dus' het gevolg
Bij 4F is de oorzaak soms alleen impliciet: de schrijver laat het aan jou over
Syllabus: de relatie van oorzaak-gevolg. Veelgemaakte fout: oorzaak en gevolg omdraaien, of een toevallige samenhang als oorzaak lezen. Dat laatste komt terug bij drogredenen. Image credit: Asturio Cantabrio / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Doel-middel en voorwaarde
Bij doel-middel is het middel wat iemand doet en het doel wat hij of zij ermee wil bereiken
Signaalwoorden: om ... te, zodat, opdat, teneinde, daarvoor
Een voorwaarde zegt onder welke omstandigheid iets geldt: mits, tenzij, indien, als
Een doel is bedoeld, een gevolg kan ook toeval zijn: dat is het verschil met oorzaak-gevolg
Middel en doel kunnen in verschillende alinea's staan; zoek naar de vraag: waarom doet iemand dit?
Syllabus: de relatie doel-middel. Voorwaarde hoort bij de verbanden die op 3F/4F voorkomen. Veelgemaakte fout: doel en gevolg door elkaar halen.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Tekst 2: Uitstel als strategie
(1) Wie een opdracht voor zich uit schuift, geldt al snel als zwak van wil. Gedragswetenschapper Femke Brandsma ziet dat anders: uitstellen kan functioneel zijn, mits het bewust gebeurt. Het brein blijft een probleem namelijk ook op de achtergrond verwerken.
(2) Om dat voordeel te benutten, adviseert Brandsma haar studenten een opdracht meteen te beginnen en daarna even te laten liggen. Zo ontstaat een eerste schets waaraan het denkwerk zich kan vastklampen. Wie daarentegen pas op de laatste avond begint, mist die bezinktijd en levert, ongeacht talent, vaker haastwerk af.
Eigen tekst voor Examenstof
Voorbeeldtekst bij blok 2. Let op "mits" (voorwaarde), "Om ... te" (doel-middel) en "daarentegen" (tegenstelling). Femke Brandsma is een verzonnen persoon.
Wat is in deze zin het doel?
Om dat voordeel te benutten, adviseert Brandsma haar studenten een opdracht meteen te beginnen.
Het voordeel van uitstellen benutten
Studenten laten werken aan een opdracht
Een opdracht meteen beginnen
Haastwerk voorkomen
"Om ..." geeft het doel; wat erna komt (meteen beginnen) is het middel. Verwachte fout: het middel als doel kiezen, of een gevolg (haastwerk voorkomen) dat pas in de volgende zin staat.
Onder welke voorwaarde is uitstellen functioneel?
Modelantwoord: mits het bewust gebeurt (1 punt). Verwachte fout: antwoorden "als het brein op de achtergrond werkt": dat is het voordeel, niet de voorwaarde.
Boekenkasten in de bibliotheek van Anjo (Japan)
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Standpunt en argument
Een standpunt is wat de schrijver wil dat je vindt of doet
Een argument ondersteunt het standpunt, een subargument weer dat argument
Signaalwoorden: want, immers, namelijk, omdat
Test: zet 'want' tussen de delen. Klopt het, dan volgt daarna het argument
Syllabus: de relatie van standpunt-argument-subargument. De soorten argumentatie (enkelvoudig, onderschikkend, nevenschikkend) komen in een ander onderwerp aan bod. Hier gaat het om het verband tussen de delen. Image credit: Asturio Cantabrio / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Toelichting en impliciet
Een algemene uitspraak wordt toegelicht met uitleg, een voorbeeld of een vergelijking
Signaalwoorden: bijvoorbeeld, zoals, namelijk, met andere woorden, net als
Zonder signaalwoord is het verband impliciet: je leidt het af uit de inhoud en de volgorde
Bij 4F zit het verband soms tussen alinea's: een alinea nuanceert, relativeert of weerlegt de vorige
Zet er zelf een signaalwoord tussen (want, maar, dus) en kijk of het nog klopt
Syllabus: de relatie van algemene uitspraak-toelichting; 4F: impliciete relaties tussen tekstdelen. Veelgemaakte fout: stoppen als er geen signaalwoord staat.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Tekst 3: Gratis is nooit gratis
(1) De gratis app waarmee je je stappen telt, staat op veel telefoons. Wie de voorwaarden leest, ziet dat de gebruiker betaalt met gegevens. Een gratis dienst is zelden gratis: de prijs is alleen verhuisd van de portemonnee naar de privacy.
(2) Dat is geen reden om alle apps de deur te wijzen. Het is wel een reden om te vragen wat de dienst met onze gegevens doet. Bedrijven die daarover zwijgen, hebben vaak iets te verbergen. Neem de stappenteller: hij weet wanneer je opstaat, waar je woont en hoe vaak je naar het ziekenhuis gaat.
Eigen tekst voor Examenstof
Voorbeeldtekst bij blok 3: algemene uitspraak met toelichting na de dubbele punt, en een impliciete tegenstelling in alinea 2 ("geen reden ... wel een reden"). De stappenteller is een voorbeeld, geen bestaand merk.
Welke functie heeft het deel na de dubbele punt?
Een gratis dienst is zelden gratis: de prijs is alleen verhuisd van de portemonnee naar de privacy.
Een gevolg van de uitspraak ervoor
Een tegenwerping tegen de uitspraak ervoor
Toelichting op de uitspraak ervoor
Een voorwaarde voor de uitspraak ervoor
Na de dubbele punt wordt uitgelegd wat "zelden gratis" betekent: de prijs verhuist naar de privacy. Verwachte fout: gevolg, omdat de zin een resultaat lijkt te noemen.
Welk impliciet verband zit tussen deze zinnen?
Dat is geen reden om alle apps de deur te wijzen. Het is wel een reden om te vragen wat de dienst met onze gegevens doet.
oorzaak-gevolg
opsomming
tegenstelling
voorwaarde
De zinnen staan tegenover elkaar ("geen reden" tegenover "wel een reden"). Er staat geen signaalwoord, maar "maar" past ertussen. Verwachte fout: opsomming, omdat beide zinnen over apps gaan.
Wat vond je vandaag het lastigst?
Verwijswoorden die een heel standpunt samenvatten
Oorzaak-gevolg en doel-middel
Standpunt en argument
Impliciete verbanden tussen alinea's
Gebruik de uitslag om te bepalen welk verband je in de training extra uitlicht.
Hoe vind je een verband zonder signaalwoord?
Een goed antwoord: ik bedenk zelf een signaalwoord (want, maar, dus) en kijk of de zinnen dan nog kloppen, of ik vraag wat de functie van de zin is. Verwachte fout: zeggen dat er dan geen verband is.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Begrippen (1/2)
verwijswoord: woord dat terugwijst naar (of vooruit wijst naar) iets anders in de tekst
signaalwoord: woord dat laat zien welk verband er tussen tekstdelen is
oorzaak-gevolg: het ene deel is de reden, het andere wat daaruit volgt
doel-middel: het middel is wat je doet, het doel wat je ermee wilt bereiken
standpunt-argument: het argument ondersteunt het standpunt van de schrijver
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEESVAARDIGHEID · VERBANDEN
Begrippen (2/2)
algemene uitspraak-toelichting: een uitspraak wordt uitgelegd met een voorbeeld of uitleg
tegenstelling: twee delen staan tegenover elkaar (maar, echter, toch)
opsomming: delen staan naast elkaar (ook, bovendien, ten eerste)
voorwaarde: het ene geldt alleen onder een omstandigheid (mits, tenzij, indien)
impliciete relatie: verband dat er is, maar niet met een signaalwoord wordt genoemd
Deze slide heeft geen instructies