,

H2 werkloos

H2 werkloos
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

H2 werkloos

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.1 werk over en te kort
Leerdoel:
Ik kan uitleggen hoe de werking is van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.

Samen leertekst lezen en introductievragen maken.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg rekentrainer
Rekenen met vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.

Aanbod op de arbeidsmarkt = beroepsbevolking
Door intreders neemt het aanbod toe
Door uittreders neemt het aanbod af

intreders - uittreders = toename of afname van het aanbod

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
2.1  6 t/m 13 en rekentrainer 1

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.2 een ruime arbeidsmarkt
Leerdoel:
Ik kan verschillende oorzaken van werkloosheid noemen en uitleggen.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.2 een ruime arbeidsmarkt
Het is niet prettig om werkloos te zijn. En het kan ook jou overkomen. Om iets tegen de werkloosheid te doen, is het belangrijk om meer over de oorzaken te weten. Ligt het bijvoorbeeld aan de opleiding? 
Of aan de streek waar je woont? 
In deze paragraaf leer je over 
de oorzaken van werkloosheid.

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Arbeidsmarkt
Vraag = bedrijven (werkgelegenheid)
Aanbod = mensen (beroepsbevolking)

  • Arbeidsmarkt = totale vraag & totale aanbod arbeid in een land
  • Aanbod groter dan  vraag = ruime arbeidsmarkt (werkloosheid)
  • Vraag groter dan aanbod = krappe arbeidsmarkt (betere arbeidsvoorwaarden) 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken werkloosheid
  • Regionale werkloosheid
  • Seizoenswerkloosheid
  • Frictiewerkloosheid 
  • Verborgen werkloosheid
  • Structurele werkloosheid
  • Conjuncturele werkloosheid

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke 4 vormen van werkloosheid ken je?

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen conjuncturele werkloosheid en structurele werkloosheid?

Slide 11 - Open vraag

https://www.youtube.com/watch?v=JdmvsDkc4KY
Een oorzaak van werkloosheid is een niet geschikte opleiding of geen opleiding. Hoort deze werkloosheid bij structurele werkloosheid of bij frictiewerkloosheid of bij conjuncturele werkloosheid? Leg je antwoord uit.

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Van welk soort werkloosheid (frictie-, structurele- of conjucturele werkloosheid) is er in de volgende geval sprake? :

Het consumentenvertrouwen daalt. Dalende bestedingen van consumenten jagen de werkloosheid op.

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Van de 4000 mensen zijn er 800 werkloos. Bereken hoeveel % van de mensen werkloos is.

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
H2.2 opdracht 6 t/m 13

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
H2.3 opdracht 6 t/m 13

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 paragraaf 4
Leerdoel:
Ik kan uitleggen welke invloed de bestedingen op de economie hebben.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Introductie
Als mensen minder geld uitgeven, gaat de productie van bedrijven en instellingen omlaag. Mensen raken werkloos en bedrijven kunnen failliet gaan. Maar als het goed gaat met de economie, geven de mensen meer geld uit. Dan daalt de werkloosheid. In deze paragraaf leer je over de invloed van de bestedingen op de economie.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen
  • bestedingen = de uitgaven voor de aankoop van producten
laagconjunctuur = periode waarin de productie in een land niet groeit
  • conjuncturele werkloosheid = werkloosheid die ontstaat door een daling van de vraag naar goederen en diensten
  • hoogconjunctuur = periode waarin de productie van een land stevig groeit
  • loon-prijsspiraal = de economische situatie waarbij hogere prijzen leiden tot hogere lonen en hogere lonen leiden tot hogere prijzen



Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Conjunctuur
Hoog conjunctuur > gaat goed met de economie

Laag conjunctuur > gaat minder goed met de economie

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Conjunctuur

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke kenmerken horen bij een hoogconjunctuur?
A
Een kleine vraag naar goederen, hoog consumentenvertrouwen
B
Een grote vraag naar goederen, hoog consumentenvertrouwen

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij Hoogconjunctuur heb je
A
meer kans op werk
B
minder kans op werk

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Loon is een voorbeeld van...
A
Overdrachtsinkomen
B
Inkomen uit arbeid
C
Arbeidsinkomen
D
Bezitsinkomen

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het gevolg voor de bestedingen als de lonen stijgen?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Economische verschijnselen
1.
De winsten voor bedrijven dalen
2.
De bedrijven investeren minder
3. 
De productie daalt
4.
De werkgelegenheid daalt
5. 
De werkloosheid stijgt

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
H2.4 opdracht 6 t/m 12 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2 paragraaf 5
Leerdoel:
Ik kan uitleggen wat werknemers en werkgevers kunnen doen om vraag en aanbod van arbeid beter op elkaar te laten aansluiten.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Introductie

Nadat je uitgeleerd bent, ga je op zoek naar werk. Heb je dan veel kans om snel een goede baan te vinden? Dat hangt ervan af. Deze paragraaf gaat over de kansen op werk op de arbeidsmarkt.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
H2.5 opdracht 1 t/m 11

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies