cross

7.3 Het verhaal van de fossielen

§3: Het verhaal van de fossielen
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

§3: Het verhaal van de fossielen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De wetenschap die fossielen bestudeert noemen we:
timer
0:20
A
Histoliogie
B
Paleontologie
C
Sedimentologie
D
Endocrionologie

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg in eigen woorden uit wat Darwin bedoelde
met survival of the fittest.
timer
1:00

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorwaarde voor
natuurlijke selectie?
timer
0:30
A
Variatie in eigenschappen
B
Mannelijke en vrouwelijke organismen
C
Recombinatie
D
Mutatie

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel
Je leert hoe wetenschappers de ouderdom van fossielen bepalen en wat een bouwplan zegt over de verwantschap tussen soorten. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fossilisatie
"Het proces waarbij fossielen ontstaan."

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Fossilisatie
5 mogelijke manieren:
  1. Verstening
  2. Verdroging
  3. Lage temperaturen
  4. Lage pH + zuurstofgebrek
  5. Opsluiten in barnsteen.

Slide 7 - Tekstslide

  • Verstening: micro-organismen breken zachte delen af. Vertraagd door laag zand of slik (bodem van rivier/zee). Skelet en tanden blijven intact. Hoge druk versteent sediment. In water opgeloste mineralen dringen resten binnen en vervangen origineel materiaal. 
  • Verdroging: Snel uitdrogen van een dood organisme in een droge omgeving heeft een conserverende werking, want micro-organismen kunnen niet leven zonder water. 
  • Lage temperatuur Ook kou conserveert. 
  • Lage pH en zuurstofgebrek De zure en zuurstofarme omstandigheden in veenmoerassen zijn ongunstig voor bacteriën. Dat remt de afbraak van dode lichamen. 
  • Opsluiten in barnsteen:  Barnsteen is afkomstig van de gestolde hars van naaldbomen. I.
timer
2:00
Verstening
Verdroging
Lage temp.
Lage pH en O2
Barnsteen
Mineralen
Hoge druk
Veenmoeras
Naaldbomen
Zee
Woestijn
Tirol

Slide 8 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bepalen van ouderdom: Gidsfossielen
"Fossielen met een grote geografische verspreiding die slechts een beperkte tijd hebben bestaan."

Helpen (relatieve) leeftijd te bepalen van een aardlaag.
Meer gidsfossielen = betrouwbaarder. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Koolstofdatering
  • C14-methode

  • Koolstof-isotoop uit dampkring
  • Halveringstijd 5370 jaar
  • 14C:12C bepaalt leeftijd

Slide 10 - Tekstslide

Elementen worden ingedeeld naar het aantal protonen in de atoomkern. En van alle elementen bestaan varianten met een verschillend aantal neutronen in de kern. Zo'n variant heet een isotoop.
Voorbeeld C14:
Fossiel met 25% oorspronkelijke C14
en halveringstijd 5730 jaar is hoe oud?
A
5370 jaar
B
8055jaar
C
11460 jaar
D
22920 jaar

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

timer
0:30
Rudimentaire organen

Slide 12 - Woordweb

Opdracht 3:
De mens kent rudimentaire lichaamsdelen, zoals de verstandskiezen en staartwervels. Noem twee andere voorbeelden van rudimentaire lichaamsdelen bij de mens. 
Testvragen §1

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Er zijn veel theorieën over het ontstaan van het leven. Zet de volgende theorieën op chronologische volgorde. Begin met de theorie die het langst geleden is ontstaan.
Neodarwinistische theorie
Creationisme
Evolutietheorie van Darwin
Evolutietheorie van De Lamarck
Catastrofetheorie

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

De neodarwinistische theorie gaat uit van een aantal stappen. Zet deze stappen in de juiste volgorde.Wat is de juiste volgorde van deze stappen?
De nakomeling heeft grotere overlevingskansen
Een geslachtscel bevat een gemuteerd gen
Steeds meer nakomelingen hebben de gunstige eigenschap
Een langer leven leidt tot meer nakomelingen
De nakomeling heeft een veranderde eigenschap

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Met DNA-onderzoek bij verschillende bevolkingsgroepen kan onderzocht worden waar de moderne mens is ontstaan.

Welk DNA is minder geschikt omdat beide ouders dit DNA doorgeven aan hun nakomelingen?
A
X-chromosomaal DNA
B
Y-chromosomaal DNA
C
Gemuteerd DNA
D
Mitochondriaal DNA

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Testvragen §2

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Wat zijn belangrijke voorwaardes voor evolutie?
(Meerdere antwoorden mogelijk)
A
Geslachtelijke voortplanting
B
Ongelijk aantal nakomelingen
C
Selectiedruk
D
Variatie

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Alle populaties zijn onderhevig aan verandering: stilstaan in de evolutie betekent uitsterven. Bijvoorbeeld: als prooidieren sneller kunnen rennen, zullen ze niet meer snel ten prooi vallen aan roofdieren. Veel roofdieren zullen sterven en alleen de allersnelste roofdieren zullen de prooien nog kunnen vangen. Hoe noem je deze evolutionaire wapenwedloop?

Slide 19 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies