Taalcompleet 1.1 t/m 1.3 A2

Nederlands les 1
TaalCompleet A2 t/m 1.3
Zinnen maken / woordvolgorde 
Nieuwe buren


1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2MBOStudiejaar 1-4

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Nederlands les 1
TaalCompleet A2 t/m 1.3
Zinnen maken / woordvolgorde 
Nieuwe buren


Slide 1 - Tekstslide

Thema 1: Verhuizen
1.1 Nieuwe buren
1.2 Zinnen maken
1.3 Dit is mijn familie.

Slide 2 - Tekstslide

1.1 Nieuwe buren
  • Ik kan 12 woorden van 1.1 begrijpen en gebruiken.
  • Ik kan luisterteksten over verhuizen begrijpen.

Slide 3 - Tekstslide

1.1 Nieuwe buren
Opdracht 2: Luister naar tekst. Hoor je het woord? Zet dan een kruisje.

Slide 4 - Tekstslide

1.1 Nieuwe buren
Opdracht: Luister naar de woorden. Schrijf ze in je schrift.


  • de buren
  • ontmoeten
  • voor het eerst
  • de oudste
  • de jongste
  • Hij wordt
  • geboren
  • al
  • zwanger
  • bevallen
  • pas
  • de hamer
  • lenen
  • succes

Slide 5 - Tekstslide

Blauwe woorden
Wat zijn de betekenis van de blauwe woorden? Weet je dat niet? Schrijf dan de betekenis achter het woord.

Maak in je schrift goede zinnen met de blauwe woorden. 

Slide 6 - Tekstslide

1.2 Zinnen maken
  • Ik kan zinnen maken met één werkwoord
  • Ik kan zinnen maken met twee werkwoorden

Slide 7 - Tekstslide

1.2 Zinnen maken 
Je kunt een goede zin maken met deze volgorde:

Wie / wat + werkwoord + tijd + wie of wat + plaats. 

  1. De kinderen krijgen om 12 uur fruit in de kantine.
  2. De docent geeft elke dag een les in Leeuwarden.
  3. De kinderen maken vandaag een toets op school.

Slide 8 - Tekstslide

1.2 Zinnen maken 
Maar: De zinnen zijn soms korter. 

Wie / wat + werkwoord + tijd:
  • Ik lees elke dag

Wie / wat + werkwoord + wie of wat:
  • Ik lees een boek. 

Wie / wat + werkwoord + plaats:
  • Ik lees op de bank.

Slide 9 - Tekstslide

1.2 Zinnen maken 
Opdracht: Zijn de zinnen goed of fout? 

  1. Malyka een koekje eet vandaag in de pauze.
  2. Doet Luwam vandaag bij de Jumbo boodschappen.
  3. Kadriye en Vahid kopen koffie op het station.
  4. De buurman in de tuin werkt de hele dag. 
  5. De koeien geven elke dag melk op de boerderij.
  6. Willy drinkt om 3 uur een kopje thee.

Klaar? Schrijf de zinnen goed in je schrift. Werk in je boek: 1.1, 1.2 en 1.3

Slide 10 - Tekstslide

1.2 Zinnen maken 
Antwoorden

  1. FoutMalyka een koekje eet vandaag in de pauze.
  2. FoutDoet Luwam vandaag bij de Jumbo boodschappen.
  3. GoedKadriye en Vahid kopen koffie op het station.
  4. FoutDe buurman in de tuin werkt de hele dag. 
  5. GoedDe koeien geven elke dag melk op de boerderij.
  6. GoedWilly drinkt om 3 uur een kopje thee.

Slide 11 - Tekstslide

1.2 Zinnen maken 
Soms staan er twee werkwoorden in een zin. Het eerste werkwoord komt op de tweede plaats. Het tweede werkwoord komt op de laatste plaats.

Eén werkwoord:
Ik breng morgen mijn kat naar de dierenarts.

Twee werkwoorden:
Ik moet morgen mijn kat naar de dierenarts brengen.


Slide 12 - Tekstslide

Aan de slag met Taalcompleet
3,4,6,7, 10 en 12.

Klaar? 

Verder met 1.2 opdracht 16 t/m 20. 

Slide 13 - Tekstslide

1.3 Dit is mijn familie.
We kijken samen een video over 1.3 Dit is mijn familie.

Slide 14 - Tekstslide

Aan de slag
In je boek: blz. 8 t/m 18
1.1 t/m 1.5


Slide 15 - Tekstslide