Week 2 - Het zenuwstelsel, de zenuwcel en de prikkeloverdracht.pptx



Het zenuwstelsel

Organisatie

Blok 1.6 – Week 2

Zenuwcel en prikkeloverdracht

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologie / VerzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 42 min

Onderdelen in deze les



Het zenuwstelsel

Organisatie

Blok 1.6 – Week 2

Zenuwcel en prikkeloverdracht





Wat weet je nog van vorige week over het zenuwstelsel?

Fysiologische indeling?

Anatomische indeling?

Functies?

Deze foto van Onbekende auteur is gelicentieerd onder CC BY.

Wat is de functie van het zenuwstelsel?

A

Zorgt voor communicatie in het lichaam

B

Regelt reacties op prikkels

C

Voert zuurstof naar de weefsels

D

Produceert hormonen

Waar bevindt zich de hypothalamus?

A

In de longen

B

In de hersenen

C

Onder de thalamus

D

Bij de wervelkolom

Wat doet het parasympathisch zenuwstelsel?

A

Verlaagt hartslag

B

Verhoogt stressniveau

C

Stimuleert adrenalineafgifte

D

Bevorderd rust en herstel

Wat is een functie van het sympathisch zenuwstelsel?

A

Vermindert ademhaling

B

Bereidt lichaam voor actie

C

Stimuleert spijsvertering

D

Verhoogt hartslag

Wat regelt de hypothalamus?

A

Honger en dorst

B

Zintuiglijke waarneming

C

Lichaamstemperatuur

D

Spierkracht


Nu even inzoomen  De zenuwcel

  • Deze worden ook Neuronen genoemd


  • Taak: Prikkels ontvangen en verzenden

Wat is een synaps?

A

Plaats waar zenuwcellen communiceren

B

Een soort zenuwcel

De opbouw van een zenuwcel = Neuron

  • Bevat een groot cellichaam

  • Dendriet

    • Meerdere korte celuitlopers

    • zorgen voor de prikkelontvangst

  • Axon

    • lang lichaam met kleine uitlopers

    • zorgen voor prikkeloverdracht

    • Myeline is een vetachtige stof die rondom de axon ligt. Het zorgt voor snellere overdracht.

  • Knopen van Ranvier

    • Insnoeringen die de myelineschede onderbreken, het zorgt voor nog snellere prikkeloverdracht


Synaps

Overgangsplaats van de prikkel tussen twee zenuwcellen

Prikkel bereikt uiteinde axon 

neurotransmitter komt vrij 

wordt opgevangen door de receptoren op de dendriet 

prikkel gaat verder


Wat is een axon?

A

Zenuwvezel die signalen verzendt

B

Een type neurotransmitter

Wat is prikkeloverdracht?

A

Overdracht van informatie tussen zenuwcellen

B

Afbraak van zenuwcellen

Neurotransmitter  overdrachtsstofje


Receptor  ontvanger neurotransmitter


Waar bevindt zich het cellichaam?

A

Aan het uiteinde van de dendrieten

B

In het centrum van de zenuwcel

Wat gebeurt er in een synaps?

A

Productie en verzenden van signalen

B

Overdracht van signalen tussen neuronen

Prikkelgeleiding

  • Een neuron is dus een zenuwcel

  • De dendrieten zitten rondom het neuron en zijn uitlopers om signalen op te vangen

  • Myeline rondom de axon zorgt voor snellere prikkelgeleiding (vetachtige stof)

  • Aan het einde van elke axon zorgt de synaps voor uitgifte neurotransmitters

  • Dendrieten van de volgende zenuwcel ontvangen een signaal om impuls verder te zetten

  • De snelheid van impulsen is 100m/s dankzij myeline


BELANGRIJK

Wat doet de myelineschede?

A

Vertraagt de prikkeloverdracht

B

Versnelt de prikkeloverdracht

Wat is de functie van dendrieten?

A

Ontvangen signalen van andere cellen

B

Verzenden signalen naar spieren

Opdracht 1.6.2 De zenuwcel en prikkeloverdracht


  1. Maak een tekening van de opbouw van een zenuwcel met bijbehorende namen.

  2. Maak een schematisch tekening van het proces van prikkeloverdracht en beschrijf dit proces in eigen woorden.

  • TIP: Je kunt deze tekeningen toevoegen aan je mindmap van vorige weekom het nog completer te maken.