Hoofdstuk 2 (nieuw)

Mens en Gezondheid

Hoofdstuk 2
Voedingsstoffen
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Mens en Gezondheid

Hoofdstuk 2
Voedingsstoffen

Slide 1 - Tekstslide

Welkom!
Jassen in je kluis en leg je boek, pennen evt. schrift op tafel (tassen bij de kapstok).

Ga lekker zitten volgens 
de plattegrond

Slide 2 - Tekstslide

Aan het eind van dit hoofdstuk weet 
je wat:

  • wat voedingsstoffen zijn;
  • wat de functies van voedingsstoffen zijn;
  • wat micro- en macrovoedingsstoffen zijn;
  • waar je water en vezels voor nodig hebt. 

Slide 3 - Tekstslide

Voedingsmiddelen en voedingsstoffen 

Belangrijk om het verschil te nemen:

Voedingsmiddelen: alle producten die je eet of drinkt. 

Voedingsstoffen: de bruikbare bestandsdelen uit voedingsmiddelen. 

Slide 4 - Tekstslide

Wat zijn voedingsstoffen?

Voedingsstoffen zijn de stoffen die in ons voedsel zitten en die wij nodig hebben om ons lichaam gezond te houden.

De hoeveelheid voedingsstoffen die iemand nodig heeft hangt onder andere af van:
• Het geslacht
• De leeftijd
• Het soort arbeid/werk


Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Functies voedingsstoffen 
Voedingsstoffen hebben verschillende functies. 
  • Opbouw van ons lichaam; het regelen van lichaamsprocessen; energie geven aan het lichaam.


Je lichaam heeft energie nodig om:
  • Te bewegen; te werken; je lichaamstemperatuur op 37 ⁰C te houden.

In alles wat je eet zit energie, deze energie wordt gemeten in kilocalorieën (Kcal) of kilojoules (KJ). Meestal wordt hiervoor (kilo)calorieën gebruikt.

Slide 7 - Tekstslide

Energiebalans 
Energiebalans betekent dat je evenveel energie binnenkrijgt als je verbruikt.

Eet je regelmatig meer dan je nodig hebt, dan kom je aan. 
Eet je regelmatig te weinig, dan val je af. 

Slide 8 - Tekstslide

Energie
Lees opdracht 2.08 blz. 36/37 door!


Slide 9 - Tekstslide

Micro/macro voedingsstoffen

Macro = groot
Micro = klein 


Het verschil is dat microvoedingsstoffen geen energie leveren en macrovoedingsstoffen wel, ze bevatten calorieën.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Macro - voedingsstoffen
Het lichaam heeft veel macrovoedingstoffen nodig. Deze voedingsstoffen zijn de brandstof voor het lichaam. Macrovoedingsstoffen leveren energie, ze bevatten calorieën.

Eiwitten
Koolhydraten
Vetten


Slide 12 - Tekstslide

Maak opdracht 2.01 t/m 2.07 
Klaar, start met:
Deelopdracht 2.01 blz, 244: Voedingsstoffen berekenen 
Deelopdracht 2.02, blz 247:  Drink je genoeg?

Daarna samen nabespreken
timer
15:00

Slide 13 - Tekstslide

Welkom!
Jassen in je kluis en leg je boek, pennen evt. schrift op tafel (tassen bij de kapstok).

Ga lekker zitten volgens 
de plattegrond

Slide 14 - Tekstslide

Terugkijken vorige les
Macro = klein/groot --> levert wel of geen energie
Micro = klein/groot --> levert wel of geen energie 



Het verschil is dat microvoedingsstoffen geen energie leveren en macrovoedingsstoffen wel, ze bevatten calorieën.

Slide 15 - Tekstslide

Voedingsmiddelen en voedingsstoffen 

Hoe zat dat ook al weer?

Voedingsmiddelen = 

Voedingsstoffen = 

Slide 16 - Tekstslide

Voedingsmiddelen en voedingsstoffen 

Hoe zat dat ook al weer?

Voedingsmiddelen = alle producten die je eet of drinkt. 

Voedingsstoffen = de bruikbare bestandsdelen uit voedingsmiddelen. 

Slide 17 - Tekstslide

Aan het eind van dit hoofdstuk weet 
je wat:

  • wat voedingsstoffen zijn;
  • wat de functies van voedingsstoffen zijn;
  • wat micro- en macrovoedingsstoffen zijn;
  • waar je water en vezels voor nodig hebt. 

Slide 18 - Tekstslide

Koolhydraten
Koolhydraten geven je lichaam energie (brandstof).

Koolhydraten zitten in brood, ontbijtgranen, aardappelen, peulvruchten, groente en graanproducten zoals rijst, pasta en couscous.

Slide 19 - Tekstslide

Eiwitten
Eiwitten zijn nodig als bouwstof voor de lichaamscellen.

Slide 20 - Tekstslide

Vetten 
boter,                                                                                                               oliën,
margarine,                                                                                                    vis, 
kaas,                                                                                                               eieren
koekjes,
snacks.

                                                  


Slide 21 - Tekstslide

Vetten
Vet geeft energie en is een belangrijke brandstof voor je lichaam. Vet is nodig voor je lichaam, maar je moet er niet te veel van binnenkrijgen. 
Er zijn twee soorten vet:
Verzadigd vet is ongezond vet
Onverzadigd vet is gezond vet (O=oké)

Slide 22 - Tekstslide

Maak opdracht 2.09 t/m 2.15 
Klaar, start/verder met:
Deelopdracht 2.01 blz, 201: 244: Voedingsstoffen berekenen 
Deelopdracht 2.02, blz 247 : Drink je genoeg?
Ook al klaar: Tekenen tot tijd om is.

Daarna samen nabespreken
timer
15:00

Slide 23 - Tekstslide

Micro - voedingsstoffen
Kant en klare voedingsstoffen (Micro)

Vitamines
Mineralen
(Water)

Slide 24 - Tekstslide

Vitamines



Vitaminen leveren geen energie. Vitaminen worden meestal aangeduid met een letter waaraan soms een cijfer gekoppeld is.

De vet oplosbare vitamines zijn A, D, E en K. Die kunnen in je lichaam worden opgeslagen.

De wateroplosbare vitamines zijn B1, B2, B3, B5, B6, B8, B11, B12 en vitamine C. Je lichaam kan deze stoffen niet goed vasthouden en daarom moet je ze dagelijks aanvullen.


Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Mineralen


Mineralen zijn nodig voor een goede gezondheid, groei en ontwikkeling. 

Spoorelementen zijn de mineralen die je lichaam maar weinig nodig heeft. 

Het lichaam kan zelf geen mineralen aanmaken.

Slide 27 - Tekstslide

Water en vezels

Water en vezels zijn nog twee belangrijke bestanddelen van voeding.

Water voor de vochtbalans en het transport van voedingstoffen.
Vezels zorgen voor een vol gevoel en helpen bij de stoelgang.

Slide 28 - Tekstslide

Water
Water is een bouwstof                vervoer van stoffen. 
Het menselijk lichaam bestaat uit 60% water. 

Te veel? Plassen maar!

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Voedingsvezels



- geen voedingsstof: dus niet nodig als brand, bouw of reservestof

- Stimuleert de darmen

- Voorkomt obstipatie ( verstopping)

- Zorgen voor een verzadigd gevoel

- in plantaardige voedingsmiddelen

- voedingsvezels worden zelf niet verteerd

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Maak opdracht 2.16 t/m 2.24 
Klaar, Kom een nakijk blad halen van H2. 
Ga daarna verder met:
Deelopdracht 2.01 blz, 244: Voedingsstoffen berekenen 
Deelopdracht 2.02, blz 247: Drink je genoeg?

Niet gered binnen de tijd = huiswerk
Iedereen klaar: deelopdracht 2.03 blz 249



timer
1:00

Slide 33 - Tekstslide

Maken:
Deelopdracht 2.03 blz. 249 Kwartetspel maken (groepjes van 4)
Op de computer, 
Kwartet format staat in het online boek, maar je mag ook Canva
gebruiken.

Kwartetspel klaar: Mail het naar docent om in kleur uit te printen, daarna plastificeren en spelen

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Video

Een fles cola is een voorbeeld van een...
A
Voedingsstof
B
Voedingsmiddel

Slide 36 - Quizvraag

Bouwstoffen worden gebruikt om...

Slide 37 - Open vraag

Koolhydraten zijn een voorbeeld van...
A
Voedingsstoffen
B
Voedingsmiddelen

Slide 38 - Quizvraag

Druiven zijn een voorbeeld van...
A
Voedingsstoffen
B
Voedingsmiddelen

Slide 39 - Quizvraag

Opdrachten maken

Maak de opdrachten van hoofdstuk 2 + praktijkopdracht 2.01 en 2.02 op  blz.29 t/m 31


Klaar = kwartet maken 
timer
1:00

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Link