Ontdek de present simple!

Ontdek de tegenwoordige tijd in het Engels:

de present simple!

1 / 25
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEngelsISK

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Ontdek de tegenwoordige tijd in het Engels:

de present simple!

Wat weet jij al over de present simple in het Engels?

Leerdoel van deze les:

Je kunt/kent:





  • zelf Engelse zinnen maken in de present simple (tegenwoordige tijd)

  • zeggen wanneer je deze tijd gebruikt

  • werkwoorden correct schrijven in bevestigende (gewone) zinnen

Text

Wat weet je al?

Vertaal deze drie zinnen van het Nederlands naar het Engels:


1. Ik speel voetbal.

2. Zij drinkt thee.

3. Wij wonen in Nederland.

Antwoorden:


1. I play football.

2. She drinks tea.

3. We live in the Netherlands.

Bekijk en luister

Bekijk nu de video over de present simple. Let goed op de voorbeelden.

Wanneer gebruik je de present simple?

Je gebruikt de present simple om te praten over:

  • gewoontes

  • feiten

  • dingen die altijd waar zijn.

Voorbeeld: Gewoontes

I go to school every day.

Voorbeeld: Feiten

The sun rises in the east.

Voorbeeld: Altijd waar

Water boils at 100 degrees Celsius.

Vervoegen van werkwoorden

Voeg -s toe aan het werkwoord. Voorbeeld: She walks. He plays.

Gebruik de stam van het werkwoord. Voorbeeld: They walk. I play.

Meervoud & I/you/we/they

Enkelvoud & he/she/it

Quiz: weet jij het nog?

Doe mee met de quiz in LessonUp. 1. Vijf meerkeuzevragen 2. Vijf invulvragen. Je moet minimaal 8 goed hebben om door te gaan!

Fout? Terug naar uitleg

Heb je minder dan 8 goed? Bekijk dan de uitleg opnieuw voordat je verder oefent!

Meer oefenen

Ga naar www.englischlernen.de en maak de oefeningen over de present simple.

Resultaat invoeren

Maak een screenshot van je resultaat en stuur dit via Magister mail naar je docent.

Bevestigende zinnen

Je begint een zin met het onderwerp, dan het werkwoord. Bijvoorbeeld: I eat breakfast.

Ontkennende zinnen

Gebruik ‘do not’ (don’t) of ‘does not’ (doesn’t) plus het hele werkwoord. Bijvoorbeeld: He doesn’t like cheese.

Vragende zinnen

Begin met ‘do’ of ‘does’, dan onderwerp en werkwoord. Bijvoorbeeld: Do you play tennis? Does she like cats?

Let op bijzondere vormen

Bij werkwoorden op -y of -o: study → studies, go → goes.

He/she/it: has (niet have).

Bijzondere spelling

Have → has

Zelf oefenen

Maak vijf Engelse zinnen: 1 gewone, 1 ontkennende, 1 vragende, 2 naar keuze. Bespreek met je buur.

Wanneer gebruik je de present simple?

Herhaal: feiten en vaste situaties

Dingen die altijd waar zijn of niet veranderen.

Dagelijkse of wekelijkse activiteiten.

Herhaal: gewoontes

Reflectie

Leg in je eigen woorden uit aan je buur: Wanneer gebruik je de present simple in het Engels?

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.