H4 Grafieken en Vergelijkingen H5 Rekenen meten en schatten H7 Verbanden


  • Vuistregels
  • Lengte, oppervlakte en inhoud
  • Gewicht, informatie en tijd
  • Snelheid en procenten (promille)
  • Groeifactor en btw
  • Grote getallen en wetenschappelijke notatie





  • Lineaire
  • Kwadratisch & symmetrie en top  parabool
  • Wortelformule
  • Omgekeerd evenredig
  • Soort Verband in een grafiek herkennen
  • Periodieke verband
       evenwichtsstand, amplitude en frequentie
  • Formules vergelijken
  • Inklemmen

  • Grafieken met Texas 30XB


H4 Grafieken en formules
                            
  H7 Verbanden
H5 Rekenen, meten en schatten
   
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les


  • Vuistregels
  • Lengte, oppervlakte en inhoud
  • Gewicht, informatie en tijd
  • Snelheid en procenten (promille)
  • Groeifactor en btw
  • Grote getallen en wetenschappelijke notatie





  • Lineaire
  • Kwadratisch & symmetrie en top  parabool
  • Wortelformule
  • Omgekeerd evenredig
  • Soort Verband in een grafiek herkennen
  • Periodieke verband
       evenwichtsstand, amplitude en frequentie
  • Formules vergelijken
  • Inklemmen

  • Grafieken met Texas 30XB


H4 Grafieken en formules
                            
  H7 Verbanden
H5 Rekenen, meten en schatten
   

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Vuistregels
  • lente , oppervlakte en inhoud
  • gewicht
  • informatie
  • tijd

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • snelheid
  • procenten gegeven
  • btw
  • procenten berekenen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • van % naar geheel
  • promille
  • groeifactor (exponentiele toe-afname)

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • grote getallen
  • machten
  • wetenschappelijke notatie

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je ontvangt per jaar 5% rente.
Wat is de groeifactor?
A
100%+5% = 105%: 100 = 1,05
B
5%
C
100%+5% = 105%

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Spaarrekening 1.1.2021 = Euro 500,-
Je ontvangt per jaar 5% rente.
Hoeveel heb je na 25 jaar?
A
500(1,05)25
B
500 x 5% x 25
C
500x 25
D

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wetenschappelijk notatie
175 000 000 = .......
A
1,75108
B
1,75109
C
17,5108
D
17,5109

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


1,231010=
A
123.000.000.000
B
120.000.000.000
C
1.230.000.000
D
12.300.000.000

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een puntengrafiek gebruik je als alleen hele waarden kunnen voorkomen
Een lijngrafiek gebruik je als 
alle waarden kunnen voorkomen

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijzondere lijnen
y = 1
x = -2

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de formule van de gele lijn?
A
x = 2
B
y = 2
C
x = -2
D
y = -2

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Theorie: Kwadratisch 
Een kwadratisch (dalparabool)
y = ax² + bx + c

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vind je top & symmetrieas van een parabool

voorbeeld 1: zit de top bij x = 1 = symmetrie-as

voorbeeld 2: zit de top bij x = 0 = symmetrie-as

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wortelformule

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Omgekeerd evenredig:
Voorbeeld met stappenplan
1. Start met een tabel
   
2. Zoek uit wanneer de noemer = 0
3. Bereken in de formule x = -2 , x=-1 etc. en vul de y-waarden in je tabel.

4. Maak een assenstelsel en vul de
     coördinaten in je grafiek.
    = een vloeiende lijn.




x + 2 = o   als x = -2 (=laagste x)
x = -1
x = 0   
etc....
Let op: je grafiek moet overzichtelijk zijn.
y=(x+2)5
-2
-1
0
1
2
3
--
5
2,5
1,67
1,25
1
y=(1+2)5=5
y=(0+2)5=2,5

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

vervolg omgekeerd evenredig
1. Start met een tabel.
     
2. Zoek uit wanneer  de 
     noemer a = 0   dat is bij a = 0 
3. Vul daarna meerdere
     waarden in (zie tabel)
4. Verbindt de punten met een        vloeiende lijn. (grafiek maken)
 



x= 0    

x = 1                                         etc.....

a
0
1
2
3
4
5
6
b
-
6
3
2
1,5
1,2
1
b=a6
b=06=bestaat.niet
b=16=6

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefen som 31

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stappenplan soort grafiek herkennen
1. Kies eerst de formule, die je meteen herkent.
    Rood is lineair, dus -…x of …x hoort daar bij.
   *Blauw is hyperbool, dus y = … : x   of   y · x = …
    Zwart is parabool, dus -…..x² of ..…x².
2. Vul enkele getallen in bij een formule. 
3. Controleer of het past bij die grafiek. Zo niet, dan meteen\
     door naar volgend formule!
* omgekeerd evenredig

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kwadratisch verband
Lineaire verband
hyperbool (grafiek)
Omgekeerd evenredig
lijn grafiek
Lijn blauw is een
Lijn zwart is een
Lijn rood is een

Slide 20 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke grafiek hoort bij een wortelverband?
A
1 (links)
B
2
C
3
D
4 (rechts)

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

  • periodieke verband
  • evenwichtsstand amplitude en frequentie
  • gelijkwaardige formules
  • vergelijkingen oplossen met grafieken

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergelijkingen oplossen met:
  • grafieken
vergelijkingen oplossen
  • Balansmethode
  • Inklemmen

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies


A
A = 3
B
A = 10
C
A = 7
D
A = 13

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Piet verkoopt appels volgens de volgende formule:
Verdiensten in euro's = 2 + 0,10 x aantal appels

Bij hoeveel appels heeft Piet 11 euro verdient?
A
11
B
135
C
90
D
45

Slide 26 - Quizvraag

11 = 2 + 0,10a 
9 = 0,10a 
9: 0,10 = a   a = 90 

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord geven Trekkershut:
a. Verschilformule maken.
b. Grafiek maken. (op papier)
c. Wat betekend verschil in het grafiek?
d. Welke trekkershut is het goedkoopste bij 6 dagen?

Slide 28 - Open vraag

a. . type A huur =  15 + 55t 
      type B huur = 30 + 52t
    Verschil A - B= -15 + 3t

b. op papier maken een tabel en daarna een grafiek:  t = 0 , 1 ,2 ,3 4  en 5

c.  15  + 55 x 6 dagen = 345
    30 + 52  x 6 dagen = 342
Stappenplan oplossen met de balansmethode
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
Stap 6
Stel de vergelijking op.
Haal de variabelen uit het rechterlid.
Haal de lossen uit het linkerlid.
Deel door het getal voor de variabele.
Controleer je antwoord.
Schrijf de conclusie op. Dus...

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Inklemmen

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Los op met inklemmen betekent:
A
Getallen in vullen in de formule
B
Getallen invullen voor het antwoord
C
Een vergelijking oplossen

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


In rekenmachine
  • Kies table
  • Vul in: y = 2 x X – 1
  • Kies start Vul in:
  • Start = -1
  • Step = 1
  • Kies OK
  • Je krijgt nu een tabel
  • X, y (onder elkaar)
y = 2x -1

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


In rekenmachine
  • Kies table
  • Vul in:
  • y = (-)2 x X – 1
  • Kies start
  • Vul in:
  • Start = -2
  • Step = 1
  • Kies OK
  • Je krijgt nu een tabel
  • X, y (onder elkaar)
y = 2x -1

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefenen H4 en H7
Heb je nog vragen?
Neem contact met docent.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies