Voorrangsborden

Voorrangsborden

Basisregels voorrang

Voetgangers en voorrang
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerkeerPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Voorrangsborden

Basisregels voorrang

Voetgangers en voorrang

Slide 1 - Tekstslide

Voorrangsborden

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Voorrangsborden waar jij voorrang bij hebt. 

Slide 4 - Tekstslide

Na het passeren van dit bord heb jij voorrang op alle bestuurders die van links en rechts komen op de kruisende weg. 

Slide 5 - Tekstslide

Na het passeren van dit bord heb jij voorrang op alle bestuurders die van links en rechts komen op de kruisende weg.
  

Slide 6 - Tekstslide

 Voorrangskruispunt zijweg links

Voorrangskruispunt zijweg rechts
  

Slide 7 - Tekstslide

Voorrangsborden waar jij 
geen voorrang bij hebt.

Je moet dus voorrang verlenen aan anderen. 

Slide 8 - Tekstslide

Je moet bestuurders van links en recht voor laten gaan. 

Slide 9 - Tekstslide

Je moet stoppen (stil staan). 

En bestuurders van links en recht voor laten gaan. 

Slide 10 - Tekstslide

Basisregels voorrang

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Kennis testen!!!

Slide 13 - Tekstslide

Wat betekend
dit bord?
A
Voorrangskruispunt
B
Verleen voorrang aan bestuurders op de andere weg.
C
eenrichtingsverkeer

Slide 14 - Quizvraag

Wie heeft er voorrang?
A
rode auto en fietser (blauwe trui)
B
Groene auto en fietser (met rode trui)

Slide 15 - Quizvraag

Wat betekend
dit bord?
A
voorrangsweg
B
rechts heeft voorrang
C
voorrangskruispunt

Slide 16 - Quizvraag

Wie heeft er voorrang?
A
Gele auto
B
Witte auto

Slide 17 - Quizvraag

De juiste volgorde van voor laten gaan?
A
Brommer, bus, auto
B
Bus, brommer, auto
C
bus, auto, brommer
D
auto, bus, brommer

Slide 18 - Quizvraag

Wie heeft er voorrang?
A
Gele auto
B
Rode auto

Slide 19 - Quizvraag

Wat is de juiste volgorde van voor laten gaan?
A
motor, fietser, vrachtauto, auto
B
fietser, auto, vrachtauto, motor
C
vrachtauto, auto, brommer, fietser
D
fietser, auto, motor, vrachtauto

Slide 20 - Quizvraag

Wat betekend
dit bord?
A
voorrangskruispunt
B
einde voorrangsweg
C
eind eenrichtingsweg

Slide 21 - Quizvraag

Wie mag er eerst?
A
scooter
B
auto

Slide 22 - Quizvraag

Wat betekend
dit bord?
A
verleen voorrang op bestuurders van kruisende weg
B
rechts heeft voorrang
C
voorrangsweg

Slide 23 - Quizvraag

Wie mag er eerst?
A
fietser
B
auto

Slide 24 - Quizvraag

wat is de juiste volgorde
A
fietser, motor, auto
B
auto, fietser, motor
C
auto, motor, fietser
D
motor, auto, fietser

Slide 25 - Quizvraag

Wie mag eerst?
A
Fietser
B
auto

Slide 26 - Quizvraag

Wat betekend
dit bord?
A
eenrichtingsweg
B
Verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.
C
voorrangsweg

Slide 27 - Quizvraag

Wat is de juiste volgorde?
A
Fietser, blauwe auto, witte auto
B
blauwe auto, fietser, witte auto
C
blauwe auto, witte auto, fietser

Slide 28 - Quizvraag

Wat is de juiste volgorde?
A
Brommer, politie, auto
B
politie, auto, brommer
C
auto, politie, brommer
D
brommer, auto, politie

Slide 29 - Quizvraag

Wat betekend
dit bord?
A
voorrangsweg
B
rechts heeft voorrang
C
voorrangskruispunt

Slide 30 - Quizvraag

Voetgangers en voorrang

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Moet je de voetganger voor laten gaan?
A
ja
B
nee

Slide 33 - Quizvraag

Moet je de voetganger voor laten gaan?
A
ja
B
nee

Slide 34 - Quizvraag

Moet je de voetganger voor laten gaan?
A
ja
B
nee

Slide 35 - Quizvraag

Moet je de voetganger voor laten gaan?
A
ja
B
nee

Slide 36 - Quizvraag

Moet je de voetganger voor laten gaan?
A
ja
B
nee

Slide 37 - Quizvraag

Moet je de voetganger voor laten gaan?
A
ja
B
nee

Slide 38 - Quizvraag

Heeft de scooter voorrang?
A
ja
B
nee

Slide 39 - Quizvraag

Moet je de voetganger voor laten gaan?
A
ja
B
nee

Slide 40 - Quizvraag

heeft de voetganger voorrang op de auto's
A
ja
B
nee

Slide 41 - Quizvraag

heeft de auto voorrang
A
ja
B
nee

Slide 42 - Quizvraag

heeft de motor voorrang
A
ja
B
nee

Slide 43 - Quizvraag

wie heeft hier voorrang?
A
auto
B
voetganger

Slide 44 - Quizvraag