VERKEER · GROEP 8 · LES 1
De dode hoek
Waar ziet de chauffeur jou niet?
VERKEER · GROEP 8 · LES 1
De dode hoek
Waar ziet de chauffeur jou niet?
Les 1 van groep 8. Deze les gaat over grote voertuigen: vrachtwagens en bussen, en de plekken eromheen die de chauffeur niet kan zien. In les 2 gaat het over de nieuwe route naar de middelbare school.
Dit ga je leren
Je kan uitleggen wat de dode hoek is.
Je kan bij een vrachtwagen aanwijzen waar de chauffeur je niet ziet.
Je kan uitleggen waarom rechtsaf slaan zo gevaarlijk is.
Je kan opnoemen hoe jij uit de dode hoek blijft.
Lees de vier doelen samen voor.
Zo controleer je de doelen. Uitleggen wat de dode hoek is: slide 4 en de woordenlijst. Aanwijzen waar de chauffeur je niet ziet: de tik-plaat (slide 5) en de sleepvraag (slide 8). Uitleggen waarom rechtsaf slaan gevaarlijk is: het gifje (slide 6), goed of fout (slide 10) en het exit ticket. Opnoemen hoe je uit de dode hoek blijft: de spiegelvraag (slide 9) en de regels (slide 11).
Kom aan het eind van de les terug op deze slide: welk doel lukt al? Welk nog niet?
Ja, altijd
Meestal wel
Nee, niet altijd
Ik weet het niet
Een vrachtwagen heeft zes spiegels.
Ziet de chauffeur jou dan altijd?
Geen goed of fout: dit is een nulmeting. Vraag door: heb jij weleens naast een vrachtwagen of bus gefietst of gestaan? Kon de chauffeur jou zien, denk je? Hoe weet je dat? Verwachte misvatting: de chauffeur heeft toch spiegels, dus hij ziet mij wel. Die misvatting pak je in de rest van de les aan. Kom aan het eind van de les terug op de uitslag.
Wat is de dode hoek?
Een chauffeur van een vrachtwagen of bus zit hoog en heeft een lange wagen.
Hij heeft wel zes spiegels. Tel maar!
Toch zijn er plekken die hij niet kan zien. Zo'n plek heet de dode hoek.
Laat de kinderen eerst de spiegels tellen op de tekening. Het zijn er zes. Van voren zie je de achterkant van de spiegels: het glas kijkt naar de chauffeur. Aan elke kant hangt aan een arm een grote spiegel met daaronder een groothoekspiegel, die een breder stuk laat zien. Aan de bijrijderskant (links op de tekening, want je kijkt van voren) zit bovenaan de dodehoekspiegel, die schuin naar beneden kijkt, naar de plek naast de cabine. Vóór de bovenrand van de voorruit hangt de voorspiegel, voor de plek vlak voor de wagen.
Kijk ook naar het kind op de fiets: het hoofd komt niet eens tot de onderkant van de voorruit. Een fietser is klein en zit laag, en verdwijnt daardoor snel uit beeld. Nieuwe vrachtwagens hebben soms ook een camera of een waarschuwingssignaal, maar ook dan blijven er plekken over die de chauffeur niet of slecht ziet.
Vraag: waarom ziet een automobilist meer dan een vrachtwagenchauffeur? Hij zit lager, de auto is korter en er zitten ramen rondom.
Waar ziet de chauffeur jou niet?
Tik op een rondje.
Een vrachtwagen van bovenaf, rijdend naar boven. Rechts van de weg ligt het rode fietspad. Rond de vrachtwagen staan vijf gele rondjes.
Laat eerst voorspellen: waar kan de chauffeur jou wel zien, en waar niet? Laat dan kinderen om de beurt op een rondje tikken. Op de tekening verschijnt een geel-zwart vlak (dode hoek) of een groen vlak (hier zie je de chauffeur), en rechts een kaartje. Nog een keer tikken haalt het weer weg.
Vlak voor de cabine: de chauffeur zit zo hoog dat hij vlak voor zijn bumper niets ziet. Links naast de cabine: aan de kant van de chauffeur, klein. Rechts naast de cabine: de grootste dode hoek, precies waar het fietspad ligt. Vlak achter de wagen: een vrachtwagen heeft geen achterruit. Rechts achter, 3 meter terug op het fietspad: daar zie je de chauffeur in zijn rechterspiegel, en hij ziet jou.
De vlakken zijn een vereenvoudiging: de echte dode hoek hangt af van de vrachtwagen en de spiegels. Bij een bus is het hetzelfde.
Gevaarlijk: rechtsaf slaan
Een vrachtwagen die rechtsaf slaat, neemt een ruime bocht.
De achterkant snijdt de bocht af, over de fietsstrook.
Sta je rechts naast de cabine? Dan ziet hij je niet en kom je klem.
Kijk eerst samen naar het plaatje. Een vrachtwagen met oplegger wacht bij de stopstreep en knippert naar rechts: hij wil de zijweg in. Naast hem, op de fietsstrook, wacht jij (het label jij). Vraag: welke kant gaat de vrachtwagen op? Waar komt de oplegger als hij de bocht maakt? Laat een paar kinderen het aanwijzen.
Klik: het gifje start. De cabine rijdt de kruising op en maakt een ruime bocht. De oplegger hangt achter de cabine aan een scharnierpunt en volgt: hij neemt de kortste bocht en schuift over de fietsstrook, rakelings voor jou langs. Overal waar hij over de fietsstrook komt, wordt die geel-zwart. Had jij vooraan bij de stopstreep gestaan, of was je bij groen meteen rechtdoor gefietst, dan was je precies daar geweest. De chauffeur ziet je niet: je staat in de dode hoek. Wie denkt dat het gevaar voorbij is als de cabine weg is, vergist zich: de oplegger komt nog.
Klik nog een keer: de uitleg verschijnt. De meeste dode-hoekongelukken gebeuren als een vrachtwagen rechtsaf slaat en een fietser rechtdoor wil. De fietser staat bij het stoplicht rechts naast de cabine, wordt niet gezien, en de vrachtwagen komt in de bocht over het fietspad.
Doe het eventueel voor met twee stoelen en een touw: de achterkant van een lange wagen in een bocht.
STOP
Even checken!
Weet jij waar je veilig staat bij een vrachtwagen?
Deze slide heeft geen instructies
Hij gaat rechtsaf. Sleep de fietser naar de veiligste plek.
Een vrachtwagen van bovenaf, rijdend naar rechts. Hij knippert rechts: hij wil de zijweg rechtsonder in. Onder de weg ligt het rode fietspad, dat de zijweg oversteekt. Er zijn vier plekken met een witte rand. Laat een leerling de fietser slepen en hardop uitleggen waarom.
Goed: het vak op het fietspad, een stuk achter de vrachtwagen (links). Daar zie je de chauffeur in zijn rechterspiegel en kom je niet klem als hij afslaat. Je wacht tot hij de bocht door is.
Verwachte fout: het vak op het fietspad naast de cabine, want daar sta je vooraan en ben je als eerste weg. Dat is juist de gevaarlijkste dode hoek. Het vak voor de cabine is te laag en te dichtbij om gezien te worden, en daar rijdt hij zo meteen heen. Het vak vlak achter de wagen ligt op de rijbaan: daar hoort een fietser niet en de chauffeur ziet je er ook niet.
Je fietst achter een vrachtwagen. In zijn spiegel zie je de chauffeur niet. Wat betekent dat?
De chauffeur ziet mij ook niet.
De chauffeur ziet mij wel: hij zit hoog.
Dat maakt niet uit: hij heeft zes spiegels.
Kijk samen naar de spiegel: je ziet de weg en het fietspad, maar geen chauffeur.
Goed: de chauffeur ziet mij ook niet. Een spiegel werkt twee kanten op. Zie jij de ogen van de chauffeur in zijn spiegel, dan kan hij jou ook zien. Zie je hem niet, dan ziet hij jou ook niet. Ga dan verder terug, tot je hem wel ziet.
Verwachte fout: hij heeft zes spiegels, dus hij ziet mij wel. Spiegels maken de dode hoek kleiner, maar niet weg. Daarom blijf jij zelf uit de dode hoek, ook als de chauffeur goed oplet.
Goed of fout? Tik op een situatie.
Je wacht naast de cabine.
Je fietst rechts langs de vrachtwagen.
Je wacht tot hij de bocht door is.
Drie situaties met een vrachtwagen die rechtsaf wil (hij knippert rechts). Laat de klas per situatie eerst stemmen met duim omhoog of omlaag, en laat een kind dan op de tekening tikken: er verschijnt een vinkje of een kruis.
Je wacht naast de cabine: fout. Dat is de grootste dode hoek. Als hij afslaat, komt hij over het fietspad en ziet hij jou niet.
Je fietst rechts langs de vrachtwagen: fout. Hij knippert, dus hij gaat zo afslaan. Rechts langs hem fietsen brengt je precies in de dode hoek. Haal een vrachtwagen of bus die knippert nooit rechts in.
Je wacht tot hij de bocht door is: goed. Dit is de gouden regel: laat de vrachtwagen of bus altijd eerst gaan, ook als jij voorrang hebt. Voorrang krijg je, je neemt het niet.
Zo blijf je uit de dode hoek
Vier regels voor als er een vrachtwagen of bus in de buurt is.
1. Rechts achter
blijf achter de wagen
3 m
2. Afstand
minstens 3 meter
3. Niet ernaast
ook niet bij rood
4. Oogcontact
zie ik hem, dan ziet hij mij
Bespreek de vier regels. Laat de kinderen bij elke regel zeggen bij welke slide of tekening uit deze les die hoort.
Regel 1, rechts achter: blijf achter de vrachtwagen of bus, op het fietspad rechts. Daar ziet de chauffeur je in zijn spiegel en kom je niet klem als hij afslaat.
Regel 2, afstand: houd minstens 3 meter afstand. Dat is ongeveer drie grote stappen, of anderhalve fiets.
Regel 3, niet ernaast: ga er bij het stoplicht niet naast staan, ook al ben je dan als eerste weg. Stop achter de wagen, of wacht een stukje terug.
Regel 4, oogcontact: zoek de chauffeur in zijn spiegel. Zie je hem, dan ziet hij jou ook. Zie je hem niet, dan ziet hij jou ook niet.
Bij twijfel geldt de gouden regel: laat de vrachtwagen of bus altijd eerst gaan.
Doe-opdracht: de dode hoek op het plein
Zet met krijt een vrachtwagen uit op het plein.
Eén leerling is chauffeur en kijkt alleen vooruit en in twee handspiegels.
De anderen lopen langzaam rond. Wanneer ziet de chauffeur je, wanneer niet?
Teken de dode hoek met krijt op de grond.
Zet met krijt of pionnen een vrachtwagen uit van ongeveer 2,5 bij 10 meter. Laat de chauffeur op een stoel zitten op de plek van de bestuurder (links in de cabine), met een handspiegel links en rechts, en alleen naar voren en in de spiegels kijken.
De anderen lopen langzaam rond de vrachtwagen. Ze stoppen en steken een hand op als ze denken dat de chauffeur ze ziet. De chauffeur roept: ik zie je, of: ik zie je niet. Teken zo samen de dode hoek met krijt. Wissel van chauffeur.
Nog beter: vraag de VVN Dodehoekles aan via vvn.nl. Dan komt er een echte vrachtwagen met een chauffeur op school en mogen de leerlingen zelf in de cabine zitten. Deze les is daar een goede voorbereiding of herhaling van.
Bij rood stopt een vrachtwagen naast je. Hij wil rechtsaf. Wat doe je en waarom?
Exit ticket bij het doel: uitleggen waarom rechtsaf slaan zo gevaarlijk is.
Een goed antwoord: ik ga niet naast de cabine staan, ik stop achter de vrachtwagen of blijf een stuk terug, ik laat hem eerst gaan en ik zoek oogcontact via de spiegel. Want rechts naast de cabine is de dode hoek, en als hij rechtsaf slaat, komt hij over het fietspad.
Verwachte fout: ik ga snel voor hem langs, of: ik blijf staan, hij ziet me wel. Bespreek die de volgende les kort na. Kom ook terug op de peiling van het begin en op de leerdoelen.
Verkeerswoorden
de dode hoek - een plek naast, voor of achter een groot voertuig die de chauffeur niet ziet
de cabine - het voorste deel van de vrachtwagen, waar de chauffeur zit
de dodehoekspiegel - een extra spiegel; hij helpt, maar laat niet alles zien
rechtsaf slaan - dan snijdt de achterkant de bocht af, over het fietspad
afstand houden - minstens 3 meter, rechts achter de wagen
oogcontact - zie ik de chauffeur in de spiegel, dan ziet hij mij
Deze slide heeft geen instructies
Meer lessen over verkeer
Groep 1-2 · Veilig over straat · Zie je mij?
Groep 3 · Oversteken zonder zebrapad · Wie werkt er in het verkeer?
Groep 4 · Wie rijdt waar? · Zien en gezien worden
Groep 5 · Borden spreken · Mijn veilige fiets
Groep 6 · Wie gaat er eerst? · Afslaan en de rotonde
Groep 7 · Oefenen voor het verkeersexamen · Mijn examenroute
Groep 8 · De dode hoek · Op weg naar de brugklas
Doorlopende leerlijn verkeer voor groep 1 tot en met 8.
Deze les hoort bij de doorlopende leerlijn verkeer voor groep 1 tot en met 8: twee lessen per groep. De gele rij is de groep van deze les. Alle lessen staan in LessonUp in de reeks Verkeer.