2.2 Ionen

2.2 Ionen
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

2.2 Ionen

Slide 1 - Tekstslide

Planning
  • Video
  • Lesdoel
  • Uitleg
  • Zelfstanding werken
  • Reflectie/Herhaling
  • Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Doel
Kennen:
  • Je leert wat ionen zijn en hoe ze ontstaan
begrijpt:
  • wat het verband is tussen de lading van een ion en het periodieksysteem
  • hoe je bepaalt wat de naam van een ion is

Slide 4 - Tekstslide

Ionen
Definitie van een ion

een ion is een geladen deeltje dat ontstaat doordat een atoom een of meer elektronen in de buitenste schil opneemt of afstaat

elektronen in buitenste schil = valentie-elektronen

Slide 5 - Tekstslide

 Deeltjesmodellen
Atoommodel van Rutherford     en      Atoommodel van Bohr

Slide 6 - Tekstslide

- Atoom met positieve lading heet een positief ion.

- Atoom met een negatieve lading heet een negatief ion.

- Lading hangt af van hoeveel elektronen een atoom kan opnemen of afstaan. Dit noem je elektrovalentie.



Slide 7 - Tekstslide

Een Atoom wil zo als zijn als de Edelgassen, (Groep 18)
Dit kan door opnemen, afstaan of delen van elektronen.


Een Atoom wil zo als zijn als de Edelgassen, (Groep 18)
Dit kan door opnemen, afstaan of delen van elektronen.




De Regel: Een Atoom streef naar zijn als de Edelgassen, (Groep 18)

Dit kan door opnemen, afstaan of delen van elektronen.


Slide 8 - Tekstslide

Metalen : staan elektronen af en worden dus POSITIEVE IONEN
Niet-metalen: nemen elektronen op en worden dus NEGATIEVE IONEN

Slide 9 - Tekstslide

Namen:
positieve ionen: naam atoom + -ion
negatieve ionen: naam atoom + -ide + ion 
       uitzondering: O2- = oxide, S2- = sulfide
voorbeeld: 
  • Na = natrium   →Na+ =
  • natriumion                   
  • F = fluor→F- =
  • fluoride-ion
Noteer!

Slide 10 - Tekstslide

Wat zijn valentie-elektronen?
A
Een elektron dat overspringt naar ander atoom
B
Een negatief geladen deeltje
C
Elektronen in de buitenste schil

Slide 11 - Quizvraag

Wat geeft het atoomnummer aan?
A
Aantal neutronen
B
Aantal protonen
C
Aantal ionen

Slide 12 - Quizvraag

Hoeveel valentie elektronen heeft fosfor?
A
2
B
8
C
5
D
15

Slide 13 - Quizvraag

Hoeveel valentie elektronen heeft Argon?
A
2
B
8
C
10
D
18

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de formule van het bromide-ion?
A
Br
B
Br-
C
Br+
D
Br2-

Slide 15 - Quizvraag

Wat is de formule van het aluminiumion?
A
Al3+
B
Al3-
C
Al+
D
Al2-

Slide 16 - Quizvraag

Hoeveel elektronen heeft het oxide ion?
A
2
B
6
C
8
D
10

Slide 17 - Quizvraag

Hoeveel elektronen heef het Calcium-ion?
A
10
B
20
C
22
D
18

Slide 18 - Quizvraag

Hoeveel elektronen heeft het sulfide ion?
A
16
B
14
C
18
D
17

Slide 19 - Quizvraag

Les 1: Verbrandingsreacties
AAN DE SLAG en HUISWERK
  • maken: 2.2 opdr 14 t/m 21, overleg aan je eigen tafel.
  • Klaar?→na-kijken
  • Leren: 2.1 
  • Laatste 5-10 min Exit ticket



2.2 Ionen

Slide 20 - Tekstslide