2.2 Moleculaire stoffen deel 1

2.2 Moleculaire stoffen
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

2.2 Moleculaire stoffen

Slide 1 - Tekstslide

Deze les
  • Terugblik vorige les
  • Uitleg atoombinding
  • Bestuderen VB opgaven 1+2 (foutje bij vraag 2!)
  • Maken 11+12
  • Bestuderen naamgeving blz. 53
  • Maken 13+14+17
  • Lesafsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Terugblik vorige les

  • Metaal-atomen hebben 'te veel' elektronen in de buitenste schil (valentie-elektronen).
  • Om de edelgas configuratie te bereiken kunnen ze elektronen 'weggooien' mits er iemand is om ze op te nemen.
  • In metaalrooster bewegen valantie-elektronen vrij door metaalrooster.

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen


  • Je leert hoe moleculen zijn opgebouwd.
  • Je leert om structuurformules te tekenen.
  • Je leert de systematische naamgeving van anorganische moleculen.

Slide 4 - Tekstslide

Moleculaire stoffen (moleculen)

Slide 5 - Tekstslide

Gedeeld elektronenpaar
Om edelgasconfiguratie te bereiken
  • kan een niet-metaal een elektron opnemen van een metaal (=zout, zie 2.4)
  • of delen twee niet-metaalatomen de elektronen: een gedeeld elektronenpaar, ook wel atoombinding of covalentie binding genoemd.

Slide 6 - Tekstslide

Atoombinding
  • Atoombinding is heel sterk.
  • Atoombinding verbreekt alleen bij chemische reacties, waarbij nieuwe moleculen ontstaan.
  • Hoeveel bindingen een niet-metaal aangaat, hangt af van de covalentie.
  • Covalentie geeft aan hoeveel elektronen gedeeld moeten worden om elektronenconfiguratie te bereiken.

Slide 7 - Tekstslide

Covalentie

  • Geeft aan hoeveel elektronen gedeeld worden, dus hoeveel atoombindingen worden gevormd.
  • Eenvoudig af te lezen uit periodiek systeem.
  • Aantal elektronen erbij tot edelgas (groep 18) = covalentie.
  • Covalentie H=1, F=1, O=2 enz.

Slide 8 - Tekstslide

Wat is de covalente van koolstof (C)?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de covalente van zwavel (S)?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 10 - Quizvraag

Voorbeeld: waterstof
H heeft 1 valentie-elektron, wil er 1 bij.
Covalentie = 1




Molecuulformule = H2             Structuurformule = H-H
H + H
H2

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld: zuurstof
O heeft 6 valentie-elektronen, wil er 2 bij. 
Covalentie = 2




Molecuulformule = O2             Structuurformule = O=O
O + O
O2

Slide 12 - Tekstslide

Deze les
  • Terugblik vorige les
  • Uitleg atoombinding
  • Bestuderen VB opgaven 1+2 (foutje bij vraag 2!)
  • Maken 11+12
  • Bestuderen naamgeving blz. 53
  • Maken 13+14+17
  • Lesafsluiting

Slide 13 - Tekstslide

Wat is de molecuulformule van stikstofdioxide?
A
NO2
B
N2O
C
NO3
D
SO2

Slide 14 - Quizvraag

Wat is de naam van PCl3
A
trifosforchloride
B
fosfortrichloor
C
fosfortetrachloride
D
fosfortrichloride

Slide 15 - Quizvraag

Leg de afbeelding in je eigen woorden uit.

Slide 16 - Open vraag