de vier belangrijkste tekstdoelen noemen.
per tekstdoel minimaal twee tekstsoorten noemen.
omschrijven wat wordt bedoeld met een informatieve tekst.
uitleggen waarom de schrijver vooral feiten gebruikt in de tekst.
uitleggen waarom reclamemakers vaak humor gebruiken in hun teksten.
aangeven wat het doel is van een overhalende tekst.
uitleggen waarom politici vaak overtuigende teksten gebruiken.