De wereld en ik les 9

De Wereld en IK!
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
WereldcampusMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

De Wereld en IK!

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Wereld en IK!
Module 2 les 9: identiteit en cultuur

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode #
  • Thema: Identiteit
  • Benodigde lesmaterialen: Laptop/Oplader - Werkboekje - LessonUp - Quizlet - etc etc ......
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Introductieles
...



...
...
...
...
...

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie / Vliegtuigstand in je tas
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 4 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
              Leesmoment actualiteiten
- Lees je artikel. 
- Beantwoord de vragen in je werkboekje over de actualiteiten.
timer
10:00

Slide 5 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Checklist:
  • Bepaal welke voorkennis relevant is voor de nieuwe lesstof.
  • Ontwerp een terugblik-opdracht die deze voorkennis activeert.
  • Overweeg of en hoe thuistalen ingezet kunnen worden om voorkennis te activeren.
Wat zijn normen en waarden ook alweer?

Slide 6 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Wat zijn normen en waarden die jij belangrijk vindt?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Startopdracht
Wat: Teken een cirkeldiagram over hoe erg de volgende drie onderdelen jouw identiteit beïnvloeden: familie, religie en omgeving


Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
  1. R: Ik kan de volgende begrippen uitleggen met een voorbeeld: Waarden, normen, cultuur en identiteit
  2. T1: Ik kan uitleggen wat het verschil is tussen waarden en normen en hoe deze invloed hebben op hoe mensen zich gedragen.


Slide 9 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Voorkennis
Waarden (Dingen/aspecten die je belangrijk vindt): Veiligheid, respect, vrijheid en eerlijkheid.

Normen (Gedragsregels): Op tijd komen, anderen laten uitpraten, handen wassen voor het eten

Opdracht: Bedenk zelf 5 waarden en 5 normen die jij belangrijk vindt (5 min).

Slide 10 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Voorkennis
Cultuur: De manier waarop een groep mensen samenleeft. Die groep mensen hebben eigen tradities. (Suikerfeest, Sinterklaas, Sunneklaas, Sunneklaas, Kerst)

Identiteit: Wie jij bent en hoe je jezelf ziet.

Opdracht: Vraag aan je buurman en/of buurvrouw
hoe hij/zij denkt wat bij jouw identiteit hoort. (3 min)


Slide 11 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Waarden en normen die verschillen in landen
Waarden en normen krijg je mee van thuis en die verschillen per samenleving. 



Kijk op de volgende website hoe de Nederlandse normen en waarden verschillen met andere landen.

Slide 12 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

Slide 13 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Waarden en normen die verschillen in landen

Waarom verschillen de waarden en normen per land? Hoe kan dat dan?

Slide 14 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

Slide 15 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Cultuur
Wat hebben cultuur en identiteit met elkaar te maken?

Hoe: Overleg 1 minuut in tweetallen.

Klaar: Bespreek de antwoorden hierna met de docent

Slide 16 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Iedereen is anders!
Wie wast de kip voor het koken?
Wie vindt heel de familie belangrijk?
Wie vindt het gezin belangrijker dan de familie?
Wie deelt geld met familie?




Slide 17 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Iedereen is anders!
Wie wast de kip voor het koken?
Wie vindt heel de familie belangrijk?
Wie vindt het gezin belangrijker dan de familie?
Wie deelt geld met familie?

Waarom verschilt dit per leerling? 


Slide 18 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Iedereen is anders!
Respect, veiligheid, privacy, Hygiëne, Familie, Gelijkheid

Welke normen passen bij bovenstaande waarden? 

Voorbeeld respect: Ik vind het belangrijk om altijd aardig te zijn tegen onbekenden, want dat is respectvol.


Slide 19 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
Iedereen is anders!

Slide 20 - Tekstslide

Sta hierbij stil dat iedereen andere ervaringen heeft door naar de punten op de afbeelding te kijken. Geef eigen voorbeelden. Ik denk anders dan mijn collega, door een andere opleiding etc.

Wat is een norm die hoort bij de waarde respect?
A
Iemand niet in de ogen aankijken
B
Altijd zeggen wat je denkt
C
Anderen laten uitpraten tijdens een gesprek
D
Zelf bepalen hoe laat je naar school komt

Slide 21 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Wat kan van invloed zijn op iemand identiteit?
A
De hoeveelheid huiswerk die iemand krijgt
B
De kleur van de schoolmuren
C
De familie en opvoeding van iemand
D
De locatie van de dichtstbijzijnde supermarkt

Slide 22 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Waarom is het belangrijk om je bewust te zijn van de waarden en achtergrond van anderen? 
A
Zodat je anderen kunt overtuigen van jouw manier van leven
B
Omdat het helpt om anderen beter te begrijpen.
C
Omdat het verplicht is in bepaalde culturen

Slide 23 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Aan de slag: Optie 1
Wat ga je doen: Schrijf een verhaal op een half A4 waarin je de volgende vragen beantwoord.
Vraag 1: Wat zou er gebeuren als iedereen dezelfde normen en waarden zouden hebben?
Vraag 2: Wat zouden drie positieve en drie negatieve gevolgen hiervan zijn?
Vraag 3: Waar ligt jouw voorkeur? Iedereen hetzelfde of iedereen verschillend? Leg uit!

Slide 24 - Tekstslide

Kan huiswerk zijn
Aan de slag: Optie 2
Schrijf op een blaadje
Stap 1: Schrijf een persoonlijke waarde of gewoonte op die veel zegt over je identiteit of achtergrond.
Stap 2: Waar komt die waarde of gewoonte vandaan? (cultuur, familie, geloof)
Stap 3: Wat betekent deze gewoonte of waarde voor jou?
Stap 4: Geef het blaadje aan je buurman/buurvrouw en beantwoord samen de vragen.
-Herkennen jullie elkaar ergens in?
-Is er iets verassend of nieuw wat jullie nog niet wisten?
-Hebben deze waarden of gewoonten invloed op hoe jullie naar de wereld kijken?

Slide 25 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.

Hoe zorgen normen en waarden ervoor dat mensen zich op een bepaalde manier gedragen?

Slide 26 - Open vraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Terugkijken 
op de leerdoelen
R: Ik kan de volgende begrippen uitleggen met een voorbeeld: Waarden, normen, cultuur en identiteit
T1: Ik kan uitleggen wat het verschil is tussen waarden en normen en hoe deze invloed hebben op hoe mensen zich gedragen in verschillende culturen.
Checklist:
  • Zijn de leerdoelen behaald?
  • Les in context plaatsen van de periode 
  • Het leren en het gedrag samen evalueren
  • Vooruitblikken adhv JdW-planner  

Slide 27 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
  • Cultuur
  • Identiteit
  • Normen
  • Waarden

Slide 28 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Wat vond je lastig aan de les? 

Slide 29 - Open vraag

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Afsluiting

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies