TC A2 Thema 4.2

TaalCompleet les 4.2
Morgen moet ik werken - Daarom moet ik vroeg opstaan.
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

TaalCompleet les 4.2
Morgen moet ik werken - Daarom moet ik vroeg opstaan.

Slide 1 - Tekstslide

Programma 25 maart

Herhaling thema 4.2

Oefenopdrachten schrijfexamen

Slide 2 - Tekstslide

Korte herhaling

Slide 3 - Tekstslide

Hoofdzin met inversie

Slide 4 - Tekstslide

Video 4.2
Morgen moet ik werken.- Daarom moet ik vroeg opstaan.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Link

Vergelijk
Ik ga niet naar school, omdat ik ziek ben.

Ik ben ziek.    Daarom ga ik niet naar school.

Ik ben dik, omdat ik veel eet.
Ik eet veel.     Daarom ben ik dik.


Slide 7 - Tekstslide

Vul in:

De deur stond open. ......... kwam er kou binnen.
A
daarom
B
daardoor

Slide 8 - Quizvraag

Vul in:

De computer deed het niet.
......... kon ik niet werken.
A
daarom
B
daardoor

Slide 9 - Quizvraag

Vul in:

Hij had geen tijd. ......... ging hij snel weg.
A
daarom
B
daardoor

Slide 10 - Quizvraag

Sander is ziek. Daarom..

Slide 11 - Woordweb

Maak de zin af.
Bij de kassa zag ik dat ik mijn portemonnee vergeten was. Daardoor........

Slide 12 - Open vraag

Hij is erg moe, dus..

Slide 13 - Woordweb

8. Hij heeft een belangrijke afspraak.
Helaas...

Slide 14 - Woordweb

Maak de zin af:
Vorige week is mijn zus bevallen, dus

Slide 15 - Open vraag

Maak de zin af:

Slide 16 - Tekstslide

Taalcursussen opleiding Hotelmedewerker
U studeert voor Hotelmedewerker bij ROC Heidehuizen.

Het ROC doet een onderzoek naar interesse in taalcursussen die als extra vak gevolgd kunnen worden. Het ROC vraagt studenten Hotelmedewerker een formulier in te vullen. 
U vult het formulier in. 

Slide 17 - Tekstslide

E-mail aan docent
U doet een computercursus. Morgen moet u een toets maken, maar u kunt niet naar school komen. U schrijft een e-mail aan uw docent.

▪ Schrijf waarom u de e-mail stuurt.
▪ Schrijf waarom u niet kunt komen. Bedenk het zelf.
▪ Bied uw excuses aan.
▪ Vraag wanneer u de toets kunt maken.

Schrijf de e-mail.
Schrijf in hele zinnen.  

Slide 18 - Tekstslide

Begrijp je de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 19 - Poll