B&L Leerjaar 3 Leertheorieën 9.5 t/m 9.8

B&L leerjaar 3
  • Vorige week theorie leertheorieën (9.1 - 9.4)
  • Deze week leertheorieën (9.5 - 9.8)
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
B&LMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

B&L leerjaar 3
  • Vorige week theorie leertheorieën (9.1 - 9.4)
  • Deze week leertheorieën (9.5 - 9.8)

Slide 1 - Tekstslide

Welke 4 instructievormen ken je?

Slide 2 - Open vraag

Wat was ook alweer het verschil tussen gedragsgecentreerde instructie en doelgecenctreerde?

Slide 3 - Open vraag

Inhoud
  • Leerdoelen
  • Feedback tijdens het motorisch leerproces
  • Fasen motorisch leerproces
  • Kwantiteit van de les
  • Leerdoelen behaald?

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je hebt kennis over feedback tijdens het motorisch leerproces.
  • Je hebt kennis van de fasen van het motorisch leerproces.

Slide 5 - Tekstslide

9.6
FEEDBACK TIJDENS HET MOTORISCH LEERPROCES
Een van de belangrijkste middelen om het leereffect te vergroten
Bijv:
die smash was uit, die pass te hoog
Bijv:
laatste 2 passen van de aanloop waren niet goed.

Slide 6 - Tekstslide

Feedback tijdens het motorisch leerproces
Door eigen waarneming
Door bronnen buiten het eigen lichaam
(lesgever, stopwatch, video o.i.d)

Slide 7 - Tekstslide

9.7
FASEN VAN HET MOTORISCH LEERPROCES

Slide 8 - Tekstslide

Fasen van het motorisch leerproces
Per fase kijk je naar:
  • Het doel
  • Betekenis voor de SB-deelnemer
  • Kenmerken van het bewegen
  • Didactische consequenties
  • Een voorbeeld
Pagina
272 t/m 278
verwerkingsopdracht!

Slide 9 - Tekstslide

9.7
KWANTITEIT VAN DE LES
de intensiteit en manier van oefenen
Wordt bepaald door de volgende factoren:

Slide 10 - Tekstslide

  • aantal bewegingsvormen dat je aanbiedt moet overeenstemmen met de fase van het motorisch leerproces 
  • vermoeidheid beïnvloedt het leereffect negatief
  • Massed practice: veel herhalingen weinig rust
  • Distributed practice: korte oefenmomenten afgewisseld met rustmomenten (heeft meestal beter effect)
Cyclische bewegingen:

  • repeterende beweging zonder duidelijk begin en einde 

  • langere rustperiodes inlassen
Acyclische bewegingen:

  • duidelijk begin en einde


  • korte pauzes tussen oefenmomenten
Complexe/risicovol:

  • vermoeidheid geen kans geven

Slide 11 - Tekstslide

  • Resultaat van veel herhalen is dat de bewegingen min of meer     geautomatiseerd gaan verlopen 
Optimale aantal herhalingen is afhankelijk van de volgende factoren:

  • Aard van de aan te leren beweging 
     ( bijv: hoe complexer, hoe vaker herhalen)

  • Niveau waarop de deelnemers de beweging moeten beheersen
     ( bijv: verfijning, automatisering, ultrastabilisatie vragen om een langdurig leerproces)

  • Aard van de deelnemer
     ( bijv: motivatie, concentratie, leeraanpak van de deelnemer zijn bepalend bij keuze           aantal herhalingen)

Slide 12 - Tekstslide

Is vanuit verschillende oogpunten belangrijk
Variëren werkt stimulerend en vergroot de motivatie
Variëren is noodzakelijk om tot automatisering en stabilisatie te komen

Slide 13 - Tekstslide

Het motorisch leerproces verloopt in een aantal fasen. Hoe is hierbij de juiste volgorde?
A
oriëntatie - grofmotorische fase - verfijning - automatisering
B
grofmotorische fase - verfijning - oriëntatie
C
verfijning - grofmotorische fase - automatisering - oriëntatie
D
automatisering - oriëntatie - grofmotorische fase

Slide 14 - Quizvraag

In welke fase hoort het komen tot beheersing van de globale bewegingsuitvoering?
A
De automatiseringsfase
B
De oriëntatie fase
C
De verfijningsfase
D
De grofmotorische fase

Slide 15 - Quizvraag

Het stabiliseren of wendbaar maken van de beweging kan grofweg op een drietal manieren. Welke hoort hier NIET bij?
A
Het lichter maken van bewegingen.
B
Het maken van bewegingscombinaties.
C
Bewegingsverzwaringen.
D
Het maken van bewegingsverbindingen.

Slide 16 - Quizvraag

Het optimale aantal herhaling is afhankelijk van veel factoren. Welke hoort hier NIET bij?
A
Het automatiseren van de beweging.
B
De aard van de deelnemer.
C
Het niveau waarop de beweging beheerst moet worden.
D
De aard van de aan te leren beweging.

Slide 17 - Quizvraag

Geef voor de oriëntatiefase van het motorisch leerproces het volgende aan:
- Wat is het doel?
- Wat betekent dit voor de deelnemer?
- Hoe kenmerkt het bewegen zich in deze fase?
- Wat zijn de didactische consequenties voor deze fase?

Slide 18 - Open vraag

Geef voor de automatiseringsfase van het motorisch leerproces het volgende aan:
- Wat is het doel?
- Wat betekent dit voor de deelnemer?
- Hoe kenmerkt het bewegen zich in deze fase?
- Wat zijn de didactische consequenties voor deze fase?

Slide 19 - Open vraag

Aan de slag
  • Verwerkingsopdracht
  • Opdracht 1 + 2
  • Studeren Leereenheid 9
  • Volgende week oefentoets Leereenheid 9 

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide