Markt en Overheid - H2 Monopolie

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 33 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 2

Monopolie

Slide 2 - Tekstslide

Deze les
  • Je kent de kenmerken van een monopolie
  • Je kunt het gedrag van een monopolist beschrijven
  • Je kunt bepalen welke doelstelling een monopolist nastreeft aan de hand van een grafiek

Slide 3 - Tekstslide

Wat zijn de kenmerken van de marktvorm monopolie?

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Soorten monopolie
  • Wettelijk monopolie of overheidsmonopolie (paspoorten, ID, rijbewijs maken/ geldbiljetten drukken, door octrooi of patent)
  • Natuurlijk monopolie (investering in zo'n bedrijf is zo groot dat niemand dat kan of er is maar 1 iemand die bij de oliebron kan komen)
  • Collectief monopolie (meer aanbieders treden op als één aanbieder > kartel) 

Slide 6 - Tekstslide

Kan een monopolist net zoveel vragen voor een product als hij zou willen?

Slide 7 - Tekstslide

Betalingsbereidheid

Nee, de monopolist is afhankelijk van de betalingsbereidheid van de consument. 

De vraaglijn laat zien wat de betalingsbereidheid is van de vragers. Dus de maximale betalingsbereidheid is de hoogste prijs die de vragers er voor over hebben! 

Slide 8 - Tekstslide

De prijsafzetlijn van de monopolist

Slide 9 - Tekstslide

Monopolist grafisch weergegeven
Wat weet je nog over deze lijnen?

Slide 10 - Tekstslide

Maximale winst berekenen 
Bij welke hoeveelheid goederen (=q) verkopen hebben we  maximale winst?
Maximale winst → MO = MK

MK = Marginale kosten  → MK = GVK

Slide 11 - Tekstslide

Marginale kosten en opbrengsten
De marginale kosten zijn de extra kosten die een onderneming heeft als de productie met één eenheid wordt uitgebreid.

De marginale opbrengsten zijn de extra opbrengsten die een onderneming krijgt bij de verkoop van één extra eenheid. 


Slide 12 - Tekstslide

Maximale winst
Aflezen in een grafiek:
  • MO=MK (punt 1)

  • Trek weer lijn omhoog naar P=GO en dan heb je de prijs (punt 2)

Slide 13 - Tekstslide

Wat waren de drie doelstellingen ook alweer?

Slide 14 - Tekstslide

Bedrijven kunnen drie doelstellingen hebben
  • Maximale winst                             > MO=MK
  • Maximale omzet                           > MO=0
  • Kostendekkend (break-even) > TO=TK                                                                                                                   of GO=GTK






Slide 15 - Tekstslide

Overleg in 5 min. met je buur:
  1. Bij welke hoeveelheid draait het bedrijf break-even?
  2. Wat is de hoeveelheid die hoort bij maximale omzet?
  3. Wat is de prijs bij maximale winst?

Slide 16 - Tekstslide

Aan de slag met opdr. 2.3 en 2.4

Je mag klassikaal meedoen of zelfstandig aan de slag.
Klaar? Probeer 2.6 alvast!

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Deze les
  • Je kunt bepalen welke doelstelling een monopolist nastreeft aan de hand van een grafiek
  • Je weet wat prijsdiscriminatie is en hoe een monopolist dat inzet

Slide 19 - Tekstslide

Terugblik
Wat zijn de twee hoeveelheden en prijzen die horen bij break-even/kostendekkend?

Slide 20 - Tekstslide

Terugblik
En van minimaal verlies?

Slide 21 - Tekstslide

Producenten (aanbieders) proberen altijd hun surplus (voordeel) uit te breiden.



Hoe kunnen ze dat doen?

Slide 22 - Tekstslide

Prijsdiscriminatie
  • Aanbieder biedt hetzelfde product aan voor een andere prijs aan verschillende groepen consumenten, in de hoop zijn surplus te vergroten. 
     
  • Vliegtickets in de winter vs last minute 
  • Concerttickets die op naam staan 
  • Prijzen discrimineren op leeftijd 

Slide 23 - Tekstslide

Afromen consumentensurplus

Slide 24 - Tekstslide

Prijsdiscriminatie
Door prijsdiscriminatie daalt het consumentensurplus.

 Dit wordt afgeroomd:
Mensen die een hogere betalingsbereidheid hebben, betalen ook een hogere prijs, dus minder surplus voor consument.


Slide 25 - Tekstslide

Waarom zie je wel prijsdiscriminatie bij tickets, maar niet bij bijv. frikandelbroodjes?

Slide 26 - Tekstslide

Voorwaarden
  • Deelmarkten moeten gescheiden zijn, dus de consumenten met een verschillende betalingsbereidheid moeten van elkaar gescheiden worden.

Bijv. een ticket op naam, verschillende tijdsblokken, leeftijd, etc.

Slide 27 - Tekstslide

Maximale winst aflezen

Slide 28 - Tekstslide

Maximale winst in de grafiek

Welke kleur ster geeft maximale winst aan?

Slide 29 - Tekstslide

Aan de slag met opdr. 2.6
Je mag klassikaal meedoen of zelfstandig aan de slag.
Klaar? Probeer 2.7 alvast!

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide