SE1 koolstofchemie vwo (Hst 3 en 10)

Systematische naamgeving
De volgende opgaven gaan over de systematische naamgeving van koolstofverbindingen. Je kunt:
- aangeven welke karakteristieke groepen aanwezig zijn
- de structuurformule tekenen als de naam gegeven is
- de naam geven als de structuurformule gegeven is
- de molecuulformule geven als de naam en/of structuurformule gegeven is
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5,6

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Systematische naamgeving
De volgende opgaven gaan over de systematische naamgeving van koolstofverbindingen. Je kunt:
- aangeven welke karakteristieke groepen aanwezig zijn
- de structuurformule tekenen als de naam gegeven is
- de naam geven als de structuurformule gegeven is
- de molecuulformule geven als de naam en/of structuurformule gegeven is

Slide 1 - Tekstslide

Voorbereiden H10                           klas 5M2
koolstofverbindingen

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoel 1
Alkaan
Alkeen
Alkyn
C4H8
C6H14
C8H16
C7H12
C2H2
C5H12
hept-2-een
hexadecaan
ethylbutaan
oct-3-yn

Slide 3 - Sleepvraag


Leerdoel 3
Benoem van elk van de drie stoffen alle karakteristieke groepen die zich in de moleculen bevinden.

Slide 4 - Open vraag

uitwerking
1: methoxy- en hydroxygroep
2: aldehyde-groep  en zuurgroep
3: benzeenring, dubbele binding en estergroep

Slide 5 - Tekstslide


Dit is een
A
ester
B
aldehyde
C
ether
D
keton

Slide 6 - Quizvraag


Dit is een
A
ester
B
aldehyde
C
ether
D
keton

Slide 7 - Quizvraag

Dit is een

A
ester
B
aldehyde
C
ether
D
keton

Slide 8 - Quizvraag

Benzeen is een verzadigde koolwaterstof
A
Waar
B
niet waar

Slide 9 - Quizvraag

Welke van onderstaande verbindingen heeft de grootste molaire massa?
A
hexaan
B
hex-1-een
C
hex-1-yn
D
benzeen

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de juiste naam?
A
hexanol
B
hexaan-5-ol
C
hexaan-1-ol
D
hexaan-2-ol

Slide 11 - Quizvraag

Geef de naam van dit alkanol.
A
Pentaan-1-ol
B
methylpentanol
C
3-methylpentaan-1-ol
D
3-ethyl-butaan-1-ol

Slide 12 - Quizvraag

Teken in je schrift de additie van water aan but-2-een. Welk(e) stof(fen) ontstaan?
A
butaan-1-ol
B
butaan-2-ol
C
butaan-3-ol
D
butaan-2-ol en butaan-3-ol

Slide 13 - Quizvraag

Geef de naam
van dit
molecuul
A
propaanamine
B
propaan-2-amine
C
2-propaanamine
D
propaandiamine

Slide 14 - Quizvraag

sleep de juiste naam bij de juiste structuur
butaan-1-amine
metaanamine
methaandiamine

Slide 15 - Sleepvraag

Welke stoffen zijn isomeren?
A
ethoxyethaan en butaanzuur
B
butanal en ethylethanoaat
C
ethylethanoaat en butaanzuur
D
ethoxyethaan en ethylethanoaat

Slide 16 - Quizvraag

Wat is de molecuulformule van 2-hydroxy-3,4-dioxopentaanzuur?
A
C5H4O4
B
C5H6O5
C
C5H4O3
D
C5H6O3

Slide 17 - Quizvraag

Welke stof kan NIET ontstaan bij de additiereactie tussen methanol en buta-1,3-dieen?
A
1,2-dimethoxybutaan
B
1,3-dimethoxybutaan
C
1,4-dimethoxybutaan
D
2,3-dimethoxybutaan

Slide 18 - Quizvraag


Geef de systematische naam (je kunt inzoomen op de figuur).
Wat voor een soort stof (klasse) is dit?

Slide 19 - Open vraag


Geef de molecuulformules die horen bij de drie verkorte structuurformules hiernaast 
(je kunt inzoomen op de figuur).

Slide 20 - Open vraag


Welke twee reactietypen herken je? Geef de nummers en benoem deze twee.

Slide 21 - Open vraag

Teken de volgende structuurformules 
  1.     2,4-dimethylpentaan-2-amine  
  2.     4-aminobenzenol
  3.     3-chloor-2-ethylcyclobuteen
  4.     3-ethoxy-4-oxobutaanzuur
  5.     2-aminoethylmethylpropanoaat

Slide 22 - Tekstslide

Teken vier isomeren van C4H8O2 in structuurformules in je schrift 
Gebruik elk van de volgende groepen minstens één keer: 
  1. zuur
  2. ester
  3. ether
  4. keton.

Slide 23 - Tekstslide