H4 en H5 krachten examen voorbereiding

H4 en H5 krachten examen voorbereiding
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

H4 en H5 krachten examen voorbereiding

Slide 1 - Tekstslide

1. Op een lichaam, dat in rust is of langs een rechte lijn beweegt met een constante beweging, werkt géén resulterende kracht. Dit is:
A
de eerste wet van Newton
B
de tweede wet van Newton
C
de derde wet van Newton
D
de vierde wet van newton

Slide 2 - Quizvraag

2. Een andere naam voor gewicht is:
A
normaalkracht
B
massa
C
kilogram
D
zwaartekracht

Slide 3 - Quizvraag

3. De impuls die een lichaam veroorzaakt is uit te rekenen met:
A
∆p = F · ∆v
B
F · ∆v / ∆t
C
m · ∆t
D
m · v

Slide 4 - Quizvraag

4. Een motor van 200 kg trekt op met een kracht van 300 N.
Bereken zijn versnelling.
A
1,5 m/s
B
0,5 m/s
C
1,5 m/s^2
D
0,5 m/s^2

Slide 5 - Quizvraag

5. Een ronddraaiend voorwerp ondervindt een centripetale kracht. Deze heeft een vector die:
A
naar binnen is gericht
B
naar buiten is gericht
C
afhangt van de richting van draairichting
D
loodrecht op de draairichting staat

Slide 6 - Quizvraag

6. Bereken de wrijvingskracht van een voorwerp van 70 kg is en wrijvingscoëfficiënt 0,2.
A
350
B
3500
C
14
D
140

Slide 7 - Quizvraag

7. Hoe wordt een mechanisch voordeel bij tandwielen bereikt?
A
door de grootte van de tanden op de tandwielen
B
door tandwielen van verschillende grootte te gebruiken
C
door af te wisselen tussen rechtstreeks en directe overbrenging

Slide 8 - Quizvraag

8. Twee kracht zijn tegengesteld en werken op dezelfde plaats in de lengterichting van de staaf, dit noemt men:
A
buiging
B
afschuiving
C
wringing

Slide 9 - Quizvraag

9. Hoe groot is F2 als ℓ1 = 10 cm , ℓ2 = 5 cm en F1 = 100 N.
A
50 N
B
100 N
C
200 N

Slide 10 - Quizvraag

10. Men trekt met een kracht
van 500 N. Hoe groot is de last?
A
1000 N
B
2000 N
C
250 N

Slide 11 - Quizvraag