Boekingsregels

Soorten (grootboek)rekeningen
1- rekeningen van bezit
2-rekeningen van schuld
3- hulprekeningen van het eigen vermogen
1 / 41
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfsadministratieMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Soorten (grootboek)rekeningen
1- rekeningen van bezit
2-rekeningen van schuld
3- hulprekeningen van het eigen vermogen

Slide 1 - Tekstslide

1- Rekeningen van bezit
Alle grootboekrekeningen die de bezittingen van een bedrijf aangeven.
voorbeelden: bedrijfspand, voorraad, bank, debiteuren enz. 
Deze rekeningen staan aan de debetzijde van de balans.

Slide 2 - Tekstslide

2- rekeningen van schuld
Alle rekeningen die de schulden (vreemd vermogen)  van een bedrijf aangeven.
Voorbeelden: hypotheek, banklening, crediteuren enz.
Deze rekening staan aan de creditzijde van de balans.

Slide 3 - Tekstslide

3- Hulprekeningen van het eigen vermogen
Alle rekeningen waarop kosten en omzetten worden geboekt en privé opnames.
voorbeelden: autokosten, onderhoudskosten, loonkosten,
omzet abonnementen, omzet sportartikelen enz.
Deze rekeningen staan niet op de balans.

Slide 4 - Tekstslide

Voorraad is een ........
A
rekening van bezit
B
rekening van schuld
C
hulprekening van het eigen vermogen

Slide 5 - Quizvraag

Welke zijn rekening van schuld?
A
banklening, debiteuren
B
familielening, inventaris
C
banklening , crediteuren
D
autokosten inkoopwaarde

Slide 6 - Quizvraag

Welk soort rekening is privé
A
Rekening van bezit
B
Hulprekening van eigen vermogen
C
rekening van schuld

Slide 7 - Quizvraag

Welk soort rekening is omzet of opbrengst van verkopen?
A
hulprekening van eigen vermogen
B
rekening van schuld
C
rekening van bezit

Slide 8 - Quizvraag

Boekingsregels
Een rekening van bezit wordt gedebiteerd als het bezit toeneemt en gecrediteerd als het bezit afneemt .
Een rekening van schuld worden gecrediteerd als de schuld toeneemt  en  gedebiteerd als de schuld afneemt 
Eigen vermogen wordt gecrediteerd bij toename en gedebiteerd bij afname.

Slide 9 - Tekstslide

Voorbeeld 1
Je koopt voorraad goederen voor een bedrag van €1500 en je betaalt deze contant. Welke rekeningen worden gedebiteerd en welke gecrediteerd.?
Voorraad goederen        € 1500  plus bezit    gedebiteerd
Kas                                         € 1500  min bezit    gecrediteerd


Slide 10 - Tekstslide

De boeking ziet er zo uit.

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld 2
Je koopt voorraad goederen op rekening voor een bedrag van
€ 7500. Welke rekeningen worden gedebiteerd en welke gecrediteerd?
Voorraad goederen > € 7500 plus bezit > gedebiteerd
Crediteuren                 > € 7500 plus schuld > gecrediteerd

Slide 12 - Tekstslide

De boeking ziet er zo uit:

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld 3
Je verkoopt op rekening goederen voor €750,-. De inkoopwaarde is €500,-. 
Debiteuren               € 750 plus bezit   gedebiteerd
Omzet goederen   € 750 e.v.                gecrediteerd
inkoopwaarde        € 500 min e.v.         gedebiteerd
Voorraad                   €500 min bezit     gecrediteerd

Slide 14 - Tekstslide

De boeking ziet er zo uit:

Slide 15 - Tekstslide

Voorbeeld 4
Je hebt een factuur ontvangen voor de onderhoudskosten van de bedrijfsauto voor een bedrag van €450.
Crediteuren       €450 plus schuld  gecrediteerd.
autokosten        €450 min e.v.          gedebiteerd.

Slide 16 - Tekstslide

De boeking ziet er zo uit:

Slide 17 - Tekstslide

Op rekening voorraad gekocht voor € 850. Op welke rekeningen wordt deze factuur geboekt?

Slide 18 - Tekstslide

TEST JE KENNIS

Slide 19 - Tekstslide

Een rekening van bezit wordt debet geboekt als het bezit......
A
toeneemt (+bezit)
B
als het niet verandert
C
afneemt (- bezit)

Slide 20 - Quizvraag

Plus schuld wordt ..........
A
debet geboekt
B
het maakt niet uit
C
credit geboekt

Slide 21 - Quizvraag

Min schuld wordt....
A
debet geboekt
B
credit geboekt
C
het maakt niet uit

Slide 22 - Quizvraag

Voorraad is een ........
A
rekening van bezit
B
rekening van schuld
C
hulprekening van het eigen vermogen

Slide 23 - Quizvraag

Welke zijn rekening van schuld?
A
banklening, debiteuren
B
familielening, inventaris
C
banklening , crediteuren
D
autokosten inkoopwaarde

Slide 24 - Quizvraag

Welk soort rekening is privé
A
Rekening van bezit
B
Hulprekening van eigen vermogen
C
rekening van schuld

Slide 25 - Quizvraag

Welk soort rekening is omzet of opbrengst van verkopen?
A
hulprekening van eigen vermogen
B
rekening van schuld
C
rekening van bezit

Slide 26 - Quizvraag

Een rekening van bezit wordt debet geboekt als het bezit......
A
toeneemt (+bezit)
B
als het niet verandert
C
afneemt (- bezit)

Slide 27 - Quizvraag

Een rekening van schuld wordt credit geboekt, als de schuld ......
A
gelijk blijft
B
afneemt
C
toeneemt

Slide 28 - Quizvraag

Wanneer wordt een rekening van schuld DEBET geboekt?
A
Als de schuld toeneemt,
B
Als de schuld gelijk blijft
C
Als de schuld afneemt,

Slide 29 - Quizvraag

Wanneer ontvang je een creditfactuur?
A
Wanneer je goederen hebt verkocht.
B
Wanneer je goederen hebt teruggestuurd.
C
Wanneer je een offerte hebt aangevraagd.

Slide 30 - Quizvraag

Offerte is een.......
A
soort factuur
B
een soort orderbevestiging
C
een prijsopgave

Slide 31 - Quizvraag

Wat is een crediteur?
A
Een klant van wie je nog geld moet ontvangen
B
Een eigenaar die geld opneemt voor privé-uitgaven
C
Een leverancier aan wie je nog geld moet betalen.

Slide 32 - Quizvraag

Sportschool Leef je uit heeft per bank €750 betaald aan een crediteur. Wat gebeurt er met de grootboekrekening BANK?
A
Deze rekening wordt gedebiteerd.
B
Deze rekening verandert niet.
C
Deze rekening wordt gecrediteerd.

Slide 33 - Quizvraag

Sportschool Leef je uit heeft per bank €750 betaald aan een crediteur. Wat gebeurt er met de grootboekrekening CREDITEUREN ?
A
Deze rekening verandert niet
B
Deze rekening wordt gedebiteerd (-schuld)
C
Deze rekening wordt gecrediteerd (+ schuld).

Slide 34 - Quizvraag

Sportschool Leef je uit heeft per bank € 500 ontvangen van een debiteur. Wat gebeurt er met de grootboekrekening BANK?
A
Deze rekening wordt gedebiteerd.
B
deze rekening verandert niet.
C
Deze rekening wordt gecrediteerd.

Slide 35 - Quizvraag

Sportschool Leef je uit heeft per bank € 500 ontvangen van een debiteur. Wat gebeurt er met de grootboekrekening DEBITEUREN?
A
Deze rekening wordt gedebiteerd (+bezit).
B
deze rekening verandert niet.
C
Deze rekening wordt gecrediteerd (-bezit).

Slide 36 - Quizvraag

Welke rekeningen kunnen voorkomen op de balans?
A
Eigenvermogen, inventaris, inkoopwaarde
B
Hypotheek, debiteuren, crediteuren
C
Banks, kas, autokosten

Slide 37 - Quizvraag

Welke van de onderstaande gegevens is vreemd vermogen lang
A
eigen vermogen
B
crediteuren
C
hypotheek

Slide 38 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van vlottende activa?
A
Winkelgebouw
B
Inventaris
C
Debiteuren
D
Banklening

Slide 39 - Quizvraag

Grootboekrekening PRIVE is een.....
A
Rekening van bezit.
B
Rekening van schuld.
C
Hulprekening van eigen vermogen

Slide 40 - Quizvraag

Welke van de volgende gegevens is een liquide middel?
A
Voorraad goederen
B
Kasgeld
C
Het openstaande saldo bij debiteuren

Slide 41 - Quizvraag