proefvertaling CE 2026

proefvertaling CE 2026
pak de tekst erbij
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvmbo lwoo, vwoLeerjaar 5

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 20 min

Onderdelen in deze les

proefvertaling CE 2026
pak de tekst erbij

Slide 1 - Tekstslide

Wat doe je voor je een letter op papier zet bij een proefvertaling?

Slide 2 - Open vraag

- lees de inleiding
- zorg voor een systeem waarbij je de aantekeningen niet vergeet. (zet sterretjes bij de woordjes, onderstreep ze o.i.d.)

n.b. sla telkens een regel over in je werk.

Slide 3 - Tekstslide

Straks komt de vraag: wie heeft het beste de 'sla een regel over'- regel gevolgd? 
(afbeelding 1, 2 of 3)

Slide 4 - Tekstslide

wie heeft het beste de 'sla een regel over'- regel gevolgd?
A
1
B
2
C
3

Slide 5 - Quizvraag

Welke tip geef je deze leerling:

Slide 6 - Open vraag

Nemo nostrum idem est in senectute, qui fuit iuvenis

Slide 7 - Open vraag

qui fuit iuvenis.
iuvenis moet je predicatief vertalen. Welke leerling is dat gelukt?
A
als wie hij jong was
B
die als die hij was als jonge man
C
die die als jongeman was
D
hoe hij jong geweest is

Slide 8 - Quizvraag

nemo nostrum est idem mane, qui fuit pridie. Een leerling vertaalt dit met: niemand van ons is dezelfde morgen, hij die gisteren was. Wat gaat hier mis?

Slide 9 - Open vraag

'rapi' betekent snel voorbij gaan. Welke vorm is rapi?

Slide 10 - Open vraag

quicquid vides. Welke vertaling klopt?
A
al wat jij ziet
B
iedereen wie jij ziet
C
wie dan ook jij ziet
D
wat hij ook ziet

Slide 11 - Quizvraag

Let goed op het geslacht! je wordt vanuit quicquid doorverwezen naar quisquis, maar dat is de mannelijk/vrouwelijke vorm. Daarachter staat het onzijdig (quidquid of quicquid). Dus niet 'wie ook', maar 'wat ook, al wat'

Slide 12 - Tekstslide

iis = eis. 
Hoe kun je in zin drie zien dat het hier niet mannelijk of vrouwelijk, maar onzijdig is?

Slide 13 - Tekstslide

Hoe kun je in de zin zien dat iis onzijdig is?

Slide 14 - Open vraag

  •  Het betrekkelijk voornaamwoord quae slaat terug op iis en heeft dezelfde getal en geslacht.
  • iis is meervoud. 
  • quae kan niet het onderwerp zijn (want videmus)
  • dus: quae moet onzijdig zijn en iis dus ook. 

Slide 15 - Tekstslide

mutari
A
1e sg. pf
B
inf praes passief
C
ppp

Slide 16 - Quizvraag

  • hoc est, quod: dit is, ....

Slide 17 - Tekstslide

hoc est, quod ...
dit is, ...
A
omdat
B
die
C
inzoverre
D
wat

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Tekstslide


Slide 20 - Open vraag

manet (r.6) komt van
A
maneo (manere)
B
mano (manare)

Slide 21 - Quizvraag

aqua transmissa est
A
het water is doorstromend
B
het water is verder gestroomd
C
het water zal verder stromen
D
terwijl het water is verdergestroomd

Slide 22 - Quizvraag

Kijk hier voor de vertaling;

https://www.examenblad.nl/system/files/exam-document/2026-05/vw-1110-a-26-1-c.pdf.

 kijk kort na wat het had moeten zijn. 


Ik heb het nagekeken zonder halve punten, dus zoals een eindexamen. Op jullie SE's geven we nog wel halve punten (voor bijv. tijdsfouten)

Slide 23 - Tekstslide

Hoe tevreden was je met hoe je deze eindexamenvertaling hebt gemaakt?
๐Ÿ˜’๐Ÿ™๐Ÿ˜๐Ÿ™‚๐Ÿ˜ƒ

Slide 24 - Poll

Waarop ga je je focus leggen bij Latijn deze laatste paar weken?

Slide 25 - Open vraag