Marketing les 11a

Marketing les xx
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
MarketingMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Marketing les xx

Slide 1 - Tekstslide

huiswerk
blz 238  vragen 9 t/m 14

Slide 2 - Tekstslide

9 a+b Wat is een USP en waarom is deze belangrijk?

Slide 3 - Open vraag

10 a + b beschrijf het begrip kernwaarde en noem 4 soorten

Slide 4 - Open vraag

9 a+b Wat is een USP en waarom is deze belangrijk?
USP staat voor: Unique selling point.
 Met een USP laat jij zien aan de markt wat jouw product speciaal maakt en kun je je onderscheiden van de concurrent

Slide 5 - Tekstslide

10 a + b beschrijf het begrip kernwaarde en noem 4 soorten
De kernwaarden zijn de basisprincipes van een organisatie.
Kernwaarden met betrekking tot medewerkers, maatschappij, aandeelhouders, klanten en
leveranciers.

Slide 6 - Tekstslide

11. Beschrijf het begrip Corebussiness
De core business betreft de kernactiviteiten van een onderneming.

Slide 7 - Tekstslide

12 Wat is de verschil tussen missie en visie van een bedrijf?
In de missie formuleert een organisatie waar zij voor staat. Het is de weergave van de
gewenste rol en ambities op het werkterrein waarin ze actief wil zijn. = huidige situatie

In de visie formuleert een
organisatie wat zij wil bereiken. = toekomstgericht

Slide 8 - Tekstslide

13 Wat zijn stakeholders?
Partijen die een belang hebben in het bedrijf.

Slide 9 - Tekstslide

14 welke stelling is juist?
b Een PMC wordt gemaakt op basis van een strategische keuze.

Slide 10 - Tekstslide

Huiswerk 
blz 313  vragen 1 t/m/ 5

Slide 11 - Tekstslide

1. Omschrijf het begrip interne analyse in eigen woorden.

Slide 12 - Open vraag

1. Omschrijf het begrip interne analyse in eigen woorden.

De sterke en zwakke punten van de organisatie zelf.

Slide 13 - Tekstslide

2. Wat is cultuur in een organisatie?

Slide 14 - Open vraag

2. Wat is cultuur in een organisatie?

Cultuur: het geheel van normen, waarden, opvattingen en omgangsvormen in een organisatie.

Slide 15 - Tekstslide

3. Wat valt onder de middelen van een organisatie?

Slide 16 - Open vraag

3. Wat valt onder de middelen van een organisatie?

Geld, faciliteiten, verkooppunten (personeel)

Slide 17 - Tekstslide

4. Waar in de interne analyse passen de volgende feiten?

  1. Er is een tekort aan goede secretaresses (Kennisniveau) 
  2. De omzet is dit jaar te laag om te kunnen investeren in nieuwe machines  (financiële positie)
  3. De reclamecampagne voor het nieuwe biermerk was zeer succesvol (Marketing)

Slide 18 - Tekstslide

4. Waar in de interne analyse passen de volgende feiten?

4. De secretaresse van de directeur krijgt steeds telefoontjes van klanten die vragen waar de bestelling blijft  (Organisatiestructuur)
5. De nieuwe software voor de e-mail werkt niet. (ICT)





Slide 19 - Tekstslide

5. Omschrijf het begrip externe analyse in je eigen woorden.

Slide 20 - Open vraag

5. Omschrijf het begrip externe analyse in je eigen woorden.

De ontwikkelingen in de buitenwereld die invloed hebben op het bedrijf.

Slide 21 - Tekstslide

DESTEP

Slide 22 - Tekstslide

SWOT analyse

Slide 23 - Tekstslide

DESTEP

Slide 24 - Tekstslide

Kies één van de DESTEP-factoren en benoem een trend die specifiek voor Netflix geldt..

Slide 25 - Open vraag

Slide 26 - Tekstslide

Voor welke analyse kun je DESTEP gebruiken?
A
Interne analyse
B
Externe analyse

Slide 27 - Quizvraag

Noem 2 sterktes en 2 zwaktes voor Netflix

Slide 28 - Open vraag

2 sterktes
  • Eigen producties/origineel
  • Grote naamsbekendheid
  • Over de hele wereld





2 zwaktes
  • Duur (tov concurrenten)
  • Veel schulden
  • Hoge carbonemissie 



Slide 29 - Tekstslide

Confrontatiematrix
De SWOT analyse leidt tot een confrontatiematrix

De sterken, zwakten, kansen en bedriegen worden tegenover elkaar gezet. Vervolgende worden er strategieën bedacht voor ieder onderdeel

Slide 30 - Tekstslide

Confrontatiematrix
Je geeft in een confrontatiematrix antwoord op de volgende 4 vragen:

  1. Hoe kan ik mijn sterke punten inschakelen om op kansen in te spelen?
  2. Hoe zet ik mijn sterke punten maximaal in om bedreigingen te weerstaan?
  3. Hoe kan ik mijn zwakke punten versterken om op kansen in te spelen? 
  4. Hoe verbeter ik mijn zwakke punten om bedreigingen aan te kunnen? 

Slide 31 - Tekstslide

Confrontatiematrix
Wat zou je kunnen onderzoeken:
  • Hoe kun je sterke punten inzetten om in te spelen op kansen?
  • Hoe kun je je sterke punten gebruiken om bedreigingen af te weren?
  • Hoe kunnen zwakke punten worden versterkt zodat je op kansen kunt inspelen?
  • Hoe kun je je zwakke punten versterken
  • zodat je bedreigingen weerstand kunt bieden.

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

De uitkomst van de confrontatiematrix zijn vier verschillende groeistrategieën nl:
Groeien 
De groeistrategie is gebaseerd op kansen en sterke punten. Dit zijn externe factoren waar de organisatie door haar sterke punten goed op kan inspelen.


Verdedigen
De verdedigingsstrategie is gebaseerd op bedreigingen en sterke punten. Dit zijn externe factoren waartegen de organisatie zich kan verdedigen door haar sterke punten.


Slide 34 - Tekstslide

De uitkomst van de confrontatiematrix zijn vier verschillende groeistrategieën nl:
Verbeteren 
De verbeterstrategie is gebaseerd op kansen en zwakke punten. Dit zijn externe factoren waar de organisatie  zich op kan verbeteren. 

Terugtrekken
De terugtrek / veranderen strategie is gebaseerd op bedreigingen en zwakke punten. Dit zijn externe factoren waartegen de organisatie zich moet verdedigen maar door de zwakke punten nu niet in staat is dit te doen. Door te veranderen in de toekomst wel. 
.


Slide 35 - Tekstslide

Ansoff model
Het Ansoff-model of de Ansoff product-marktmatrix =
een strategisch hulpmiddel bij het formuleren van groeistrategieën.

Slide 36 - Tekstslide

Keuze en uitwerking strategische opties 
Marktpenetratie = bedrijf probeert meer omzet te krijgen in bestaande markt, bijv. yoghurt als ontbijtproduct

 

Marktontwikkeling = bedrijf probeert met bestaande producten een nieuwe markt te veroveren bijv. telefoonprovider probeert ook internet voor je tablet te verkopen

Slide 37 - Tekstslide

Keuze en uitwerking strategische opties 
Productontwikkeling = bedrijf zet in op ontwikkeling van nieuwe of verbeterde producten op een bestaande markt bijv. Amstel komt met een nieuwe zomerbier: Radler

 

Diversificatie = bedrijf richt zich op het aanbieden van nieuwe producten op nieuwe markt bijv. Mars die tegenwoordig ook ijsjes en drankjes verkoopt

Slide 38 - Tekstslide

Casus Epsilon
Epsilon produceert een beperkt assortiment elektrotechnische en elektronische apparaten, zoals grote industriële boor- en zaagmachines voor houtverwerkende bedrijven. Omdat de afzet de laatste jaren stagneert en de ondernemingsdoelstelling op groei is gericht, overweegt Epsilon een diversificatiestrategie toe te passen. Daartoe heeft zij de doe-het-zelfmarkt uitgekozen. Als eerste product zal een elektrische boormachine worden 'gelanceerd'.

Slide 39 - Tekstslide

1. Omschrijf wat er in het algemeen onder diversificatiestrategie wordt verstaan.
Diversificatie is omzetgroei door het aanbieden van door het bedrijf nog niet eerder gefabriceerde producten op voor het bedrijf nog onbekende markten.

Slide 40 - Tekstslide

1. Omschrijf wat er in het algemeen onder diversificatiestrategie wordt verstaan.


Slide 41 - Open vraag

2. Waarom spreekt de directie van Epsilon over diversificatie? Ze produceren toch nog steeds boormachines?

Slide 42 - Open vraag

3. Epsilon heeft de keuze uit nog twee andere groeistrategieën. Welke zijn dat? Geef een kort voorbeeld van elk van deze strategieën.

Slide 43 - Open vraag

2. Waarom spreekt de directie van Epsilon over diversificatie? Ze produceren toch nog steeds boormachines?
De industriële boormachine is een geheel ander product dan een handboormachine.


Slide 44 - Tekstslide

3. Epsilon heeft de keuze uit nog twee andere groeistrategieën. Welke zijn dat? Geef een kort voorbeeld van elk van deze strategieën.
Marktontwikkeling: naast houtverwerkings- ook metaalverwerkende bedrijven of export van bestaande producten.


Productontwikkeling: naast boor- en zaagmachines nu ook draaibanken.


Marktpenetratie is zinloos, want de afzet stagneert.

Slide 45 - Tekstslide

Hoofdlijnen marketingbeleid
  1. Marketingdoel - wat wil je bereiken
  2. Doelgroepen - wie zijn jouw klanten
  3. Serviceconcept,positionering en propositie - hoe gaan wij onze klanten benaderen.
  4. Onderzoek → SWOT analyse en confrontatie matrix - interne analyse van sterke, zwakke punten (beinvloedbaar) en externe analyse van kansen en bedreigingen (niet beinvloedbaar)
  5. Retailmix - invulling 6 p's

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Video

Slide 48 - Video

Let op!  Dinsdag GEEN Com Cal

Huiswerk = voorbereidingsopdracht examentraining op Teams

Slide 49 - Tekstslide

Planning
  • Marketing Praktijkexamen   donderdag 31 maart vanaf 8:30
  • Examentraining 17, 18, 24 en 25 maart
  • Voorbereiding 25 maart in de les uitgedeeld.

  • Licentie Stichting Praktijkleren nodig!

  • Toets Marketing &  toets Comm. Calculaties in week 4 april

Slide 50 - Tekstslide