Start schooljaar hoofd- en kernconcepten

Lesdoel

Vandaag check je of je de hoofd- en kernconcepten kan herkennen, je ziet wat je al kunt en wat nog niet.



1 / 50
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

Lesdoel

Vandaag check je of je de hoofd- en kernconcepten kan herkennen, je ziet wat je al kunt en wat nog niet.



Deze slide heeft geen instructies

Vorming

A

Vorming verwijst naar het proces van verwerving van sociale instituties.

B

Vorming verwijst naar het proces van socialisatie van een bepaald persoon.

C

Vorming verwijst naar het proces van verwerving van een bepaalde identiteit.

D

Vorming verwijst naar het proces van verwording tot een bepaald persoon. 

Deze slide heeft geen instructies

Identiteit

A

De karaktereigenschappen van een persoon die hij als kenmerkend en blijvend beschouwt voor zijn eigen persoon, en die enerzijds vrij stabiel en anderzijds veranderlijk zijn en die zijn afgeleid van zijn perceptie over de groep(en) waar hij wel of juist ook niet deel van uitmaakt.

B

De karaktereigenschappen van een persoon, die hij uitdraagt en anderen voorhoudt en die hij als kenmerkend en blijvend beschouwt voor zijn eigen persoon en die samenhangen met de groep(en) waar hij deel van uitmaakt.

C

Het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat hij uitdraagt en anderen voorhoudt en dat enerzijds vrij stabiel en anderzijds veranderlijk is, en dat is afgeleid van zijn perceptie over de groep(en) waar hij wel of juist ook niet deel van uitmaakt.

D

Het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat hij uitdraagt en anderen voorhoudt en dat hij als kenmerkend en blijvend beschouwt voor zijn eigen persoon en dat is afgeleid van zijn perceptie over de groep(en) waar hij wel of juist ook niet deel van uitmaakt.

Deze slide heeft geen instructies

Socialisatie

A

Het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur van de groep(en) en samenleving waar mensen toe behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met anderen.

B

Het proces van overdracht en verwerving van de politieke cultuur van de groep(en) en de samenleving waar mensen toe behoren, dat plaatsvindt binnen het gezin, op school en binnen politieke organisaties.

C

Het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de groep(en) en de samenleving waar mensen toe behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met anderen.

D

Het proces van overdracht en verwerving van de ideologie van de groep(en) en de samenleving waar mensen toe behoren.

Deze slide heeft geen instructies

Cultuur

A

Het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat hij uitdraagt en anderen voorhoudt en dat hij als kenmerkend en blijvend beschouwt voor zijn eigen persoon en dat is afgeleid van zijn perceptie over de groep(en) waar hij wel of juist ook niet deel van uitmaakt.

B

Het tot stand komen van bindingen tussen meer dan twee mensen, doordat ze elkaar beïnvloeden en gemeenschappelijke waarden en normen ontwikkelen.

C

Het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen, waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben verworven.

D

De relatie en onderlinge afhankelijkheden tussen mensen in een gezin of familie, tussen leden van een groep, in de maatschappij en op het niveau van de staat.

Deze slide heeft geen instructies

Acculturatie

A

Het proces van overdracht en verwerving van (delen van) een identiteit van groepen of samenlevingen die anders zijn dan die waarin iemand is opgegroeid.

B

Het aanleren en verwerven van een vreemde cultuur.

C

Het proces van verwerving van een bepaalde identiteit.

D

Het aanleren en verwerven van een andere cultuur of elementen daaruit, dan die waarin iemand is opgegroeid.

Deze slide heeft geen instructies

Groepsvorming

A

Het vormen van gemeenschappen van meer dan twee mensen die interdependent zijn.

B

Het tot stand komen van bindingen tussen meer dan twee mensen, doordat ze elkaar beïnvloeden en gemeenschappelijke waarden en normen ontwikkelen.

C

Het tot stand komen van bindingen tussen meer dan twee mensen, doordat ze elkaar beïnvloeden, gemeenschappelijke waarden en normen ontwikkelen, en interdependent zijn.

D

De relatie en onderlinge afhankelijkheden tussen mensen in een gezin of familie, tussen leden van een groep, in de maatschappij en op het niveau van de staat.

Deze slide heeft geen instructies

Verhouding

A

De wijze waarop mensen zich van elkaar onderscheiden en tot elkaar verhouden en de manier waarop samenlevingen in sociale zin vorm geven aan deze verschillen. Het verwijst ook naar onderlinge betrekkingen tussen staten.

B

De verschillen en overeenkomsten in machtsbronnen tussen mensen, groepen en staten en de manier waarop dit samenlevingen en internationale verhoudingen structureert.

C

De wijze waarop mensen en groepen zich van elkaar onderscheiden en tot elkaar verhouden en de manier waarop samenlevingen vorm geven aan deze verschillen.

D

De verschillen en overeenkomsten in machtsbronnen tussen mensen en groepen en de manier waarop samenlevingen vorm geven aan deze verschillen. Het verwijst ook naar onderlinge betrekkingen tussen staten.

Deze slide heeft geen instructies

Sociale (on)gelijkheid

A

Een situatie waarin verschillen tussen mensen in aangeboren kenmerken consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling.

B

Een situatie waarin verschillen tussen mensen in al dan niet aangeboren kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie, politiek handelingsvermogen, schaarse en hooggewaardeerde zaken en van waardering en behandeling.

C

Een situatie waarin verschillen tussen mensen in al dan niet aangeboren kenmerken leiden tot verschillen in economisch, sociaal of cultureel kapitaal.

D

Een situatie waarin verschillen tussen mensen in al dan niet aangeboren kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling.

Deze slide heeft geen instructies

Sociale institutie

A

Een complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond politieke machtsuitoefening en politieke besluitvorming reguleren.

B

Een complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren. 

C

Het proces waarbij een complex van waarden en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaard gedragspatronen, die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren.

D

Het proces waarbij een complex van waarden en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaard gedragspatronen, die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond politieke machtsuitoefening en politieke besluitvorming reguleren.

Deze slide heeft geen instructies

Institutionalisering

A

Een complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond politieke machtsuitoefening en politieke besluitvorming reguleren.

B

Een complex van min of meer geformaliseerde regels die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren. 

C

Het proces waarbij een complex van waarden en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaard gedragspatronen, die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties reguleren.

D

Het proces waarbij een complex van waarden en min of meer geformaliseerde regels vastgelegd wordt in standaard gedragspatronen, die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond politieke machtsuitoefening en politieke besluitvorming reguleren.

Deze slide heeft geen instructies

Verhouding

A

De wijze waarop mensen zich van elkaar onderscheiden en tot elkaar verhouden en de manier waarop samenlevingen in sociale zin vorm geven aan deze verschillen. Het verwijst ook naar onderlinge betrekkingen tussen staten.

B

De verschillen en overeenkomsten in machtsbronnen tussen mensen, groepen en staten en de manier waarop dit samenlevingen en internationale verhoudingen structureert.

C

De wijze waarop mensen en groepen zich van elkaar onderscheiden en tot elkaar verhouden en de manier waarop samenlevingen vorm geven aan deze verschillen.

D

De verschillen en overeenkomsten in machtsbronnen tussen mensen en groepen en de manier waarop samenlevingen vorm geven aan deze verschillen. Het verwijst ook naar onderlinge betrekkingen tussen staten.

Deze slide heeft geen instructies

Vorming

Binding

Verhouding

Verandering





Socialisatie

acculturatie

ideologie

Macht

conflict

Samenwerking

Cultuur

Politieke institutie

Representativiteit

Individualisering

Staatsvorming

Democratisering

Deze slide heeft geen instructies

waar hoort het kernconcept bij? cultuur

A

vorming

B

binding

C

verandering

D

verhouding

Deze slide heeft geen instructies

waar hoort het kernconcept bij?

A

vorming

B

binding

C

verandering

D

verhouding

Deze slide heeft geen instructies

waar hoort het kernconcept bij? sociale institutie

A

vorming

B

binding

C

verandering

D

verhouding

Deze slide heeft geen instructies

waar hoort het kernconcept bij? ideologie

A

vorming

B

binding

C

verandering

D

verhouding

Deze slide heeft geen instructies

waar hoort het kernconcept bij? sociale ongelijkheid

A

vorming

B

binding

C

verandering

D

verhouding

Deze slide heeft geen instructies

waar hoort het kernconcept bij? macht

A

vorming

B

binding

C

verandering

D

verhouding

Deze slide heeft geen instructies

waar hoort het kernconcept bij? acculturatie

A

vorming

B

binding

C

verandering

D

verhouding

Deze slide heeft geen instructies

...beginselen en denkbeelden...

A

Ideologie

B

Representatie

C

Cultuur

D

Sociale institutie

Deze slide heeft geen instructies

... om bepaalde doelstellingen te bereiken...

A

Macht

B

Representatie

C

Cultuur

D

Identiteit

Deze slide heeft geen instructies

Een situatie waarin verschillen tussen mensen leiden tot ongelijke behandeling

A

Macht

B

Sociale ongelijkheid

C

Sociale cohesie

D

Rationalisering

Deze slide heeft geen instructies

relatie en onderlinge afhankelijkheden

A

verhouding

B

binding

C

verandering

D

vorming

Deze slide heeft geen instructies

"Waarden en normen" komen voor in 2 definities, welke?

A

Cultuur & socialisatie

B

Cultuur & groepsvorming

C

Identiteit & socialisatie

D

Identiteit & groepsvorming

Deze slide heeft geen instructies

....en dat hij als kenmerkend en blijvend beschouwd voor zijn eigen persoon....

A

Macht

B

Representatie

C

Cultuur

D

Identiteit

Deze slide heeft geen instructies

Het proces van overdracht en verwerving van de cultuur van de samenleving waar mensen toe behoren...

A

Acculturatie

B

Socialisatie

C

Cultuur

D

Rationalisering

Deze slide heeft geen instructies

...handelen op elkaar afstemmen...

A

Groepsvorming

B

Macht

C

Samenwerking

D

Identiteit

Deze slide heeft geen instructies

Als mensen macht accepteren, spreken we van:

A

Individualisering

B

Representativiteit

C

Gezag

D

Sociale ongelijkheid

Deze slide heeft geen instructies

proces van verwerving van

A

binding

B

vorming

C

verhouding

D

verandering

Deze slide heeft geen instructies

...de mate van verantwoordelijkheid voor elkaars welzijn...

A

Individualisering

B

Representatie

C

Sociale cohesie

D

Sociale ongelijkheid

Deze slide heeft geen instructies

Kerst, het huwelijk, ramadan, lichtjesfeest, koningsdag

A

Sociale institutie

B

Politieke institutie

C

Cultuur

D

Ideologie

Deze slide heeft geen instructies

andere cultuur of elementen

A

enculturatie

B

identiteit

C

cultuur

D

acculturatie

Deze slide heeft geen instructies

elkaar tegenwerken

A

staatsvorming

B

gezag

C

conflict

D

democratisering

Deze slide heeft geen instructies

politieke cultuur van de groepen

A

cultuur

B

politieke institutie

C

staatsvorming

D

politieke socialisatie

Deze slide heeft geen instructies

waar hoort het kernconcept bij? sociale cohesie

A

vorming

B

binding

C

verandering

D

verhouding

Deze slide heeft geen instructies

waar hoort het kernconcept bij? politieke socialisatie

A

vorming

B

binding

C

verandering

D

verhouding

Deze slide heeft geen instructies

waar hoort het kernconcept bij? samenwerking

A

vorming

B

binding

C

verandering

D

verhouding

Deze slide heeft geen instructies

van politieke macht tot staat

A

democratisering

B

ideologie

C

staatsvorming

D

gezag

Deze slide heeft geen instructies

Welk soort identiteit herken je in de afbeelding?

Welk soort identiteit herken je in de afbeelding?

A

Persoonlijke identiteit

B

Sociale identiteit

C

Collectieve identiteit

D

Externe collectieve identiteit

Hier kan eventueel het verschil tussen collectieve identiteit en externe collectieve identiteit uitgelegd worden (pagina 15 in het boek)

KERNCONCEPT Sociale cohesie (1)

Het aantal en de                                                     die mensen in een ruimer sociaal kader met elkaar hebben, het                                   te zijn,                   van een gemeenschap, de mate van verantwoordelijkheid voor                              , en de mate waarin anderen daar ook een beroep op kunnen doen.





kwaliteit van de bindingen

       gevoel een groep

 lid te zijn  

 elkaars welzijn

Deze slide heeft geen instructies

Bedenk bij het kernconcept identiteit een hypothese die criminaliteit kan verklaren.

Deze slide heeft geen instructies

Enculturatie

Acculturatie

Het aanleren en verwerven van een andere cultuur of elementen daaruit, dan die waarin iemand is opgegroeid

Het aanleren en verwerven van de (sub)cultuur van de samenleving
waarin men geboren wordt.

Deze slide heeft geen instructies

KERNCONCEPT Socialisatie

Het proces van                       en verwerving van de                             van de groep(en) en de samenleving waar mensen toe behoren. Het proces bestaat uit                                            , opleiding en andere vormen van omgang met anderen.




overdracht

cultuur

opvoeding

aanleren

Deze slide heeft geen instructies

De Iraanse cultuur staat bekend om haar gastvrijheid. Welk element van cultuur is gastvrijheid?

De Iraanse cultuur staat bekend om haar gastvrijheid. Welk element van cultuur is gastvrijheid? 

A

Opvatting

B

Voorstelling

C

Waarde

D

Uitdrukkingsvorm

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip past het beste bij de inburgeringscursus?

A

Enculturatie

B

Acculturatie

C

Tegencultuur

D

Socialisatie

Het gaat hier om een specifieke vorm van socialisatie, namelijk acculturatie. Mensen die een inburgeringscursus doen zijn zijn bezig met het aanleren en het verwerven van een nieuwe cultuur.

Affectieve binding

Cognitieve binding

Economische binding

Politieke binding

Deze slide heeft geen instructies

Bij welke functie van socialisatie past het terug naar Nederland halen van de Formule 1?

A

Continuering van cultuur en samenleving

B

Identificatie met eigen groep en cultuur

C

Identiteitsontwikkeling van het individu

D

Reguleren van gedrag van mensen

Deze slide heeft geen instructies

Formele sociale controle

Informele sociale controle

Deze slide heeft geen instructies

Wat is GEEN element van sociale cohesie?

A

Bindingen

B

Solidariteit

C

Groepsgevoel

D

Wederzijdse afhankelijkheid

Deze slide heeft geen instructies