Geef een voorbeeld van een zaadplant en een sporenplant.
timer
5:00
Slide 1 - Tekstslide
Wanneer het lastig is om je te gedragen.....
Storend gedrag: waarschuwing, naam opschrijven, toch doorgaan? Volgende dag om 8.00 uur melden.
Andere applicaties open staan dan relevant voor de les, bijvoorbeeld gamen of Youtube? Volgende dag om 8.00 uur melden.
Telefoon? Inleveren
Kauwgom? Na schooltijd kauwgom krabben.
Ouders worden geïnformeerd
Slide 2 - Tekstslide
Spullen in orde?
Huiswerk gemaakt?
3 kruisjes = lesuur nablijven
Slide 3 - Tekstslide
In de Plenda
1.3 KGT
3.4 Schimmels opdracht 1 t/m 7
1.6
KGT 3.4 Schimmels opdracht 1 t/m 7
Havo 3.5 Schimmels opdracht 1 t/m 8
Slide 4 - Tekstslide
Schimmels
Markeer de kenmerken van schimmels in de tekst.
Slide 5 - Tekstslide
Schimmels
Kenmerken van schimmels:
Schimmels hebben een celkern en een celwand.
Schimmels zijn eencellig of meercellig.
Gisten zijn eencellige schimmels
De meeste schimmels bestaan uit lange dunne draden: schimmeldraden
Schimmels groeien vooral op vochtige plekken.
Slide 6 - Tekstslide
Voortplanting
Hoe plant een schimmel zich voort?
Markeer in de tekst.
Slide 7 - Tekstslide
Voortplanting
Schimmels planten zich voort door middel van sporen. Sporen zijn cellen waaruit een nieuwe schimmel kan ontstaan. Bij andere schimmelsoorten ontstaan de sporen in speciale organen. Die organen zijn de paddenstoelen.
Slide 8 - Tekstslide
Biotechnologie
Een verzamelnaam voor technieken waarbij mensen organismen gebruiken om producten te maken.
Slide 9 - Tekstslide
Nuttig
Schimmels:
voeden zich met resten van dode organismen.
worden gebruikt bij de productie van voedingsmiddelen.
Schimmels kunnen gebruikt worden om geneesmiddelen te maken.