3.1 Het koninkrijk der Nederlanden

Hoofdstuk 3.1
Je herkent de relatie tussen de industriële revolutie en emancipatiebewegingen.
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3.1
Je herkent de relatie tussen de industriële revolutie en emancipatiebewegingen.

Slide 1 - Tekstslide

Verandering
Rond 1825 ontstaan de eerste politieke stromingen. Liberalisme

  • vrijheid
  • burgers beslissen mee
  • parlement wordt gekozen
  • parlement controleert de regering
Liberalisme: denk aan het engelse woord 'liberty' dat vrijheid betekent. Zo kun je altijd onthouden wat liberalen willen.

Slide 2 - Tekstslide

Personen uit deze les
Afgebeeld van boven naar beneden:

  • Koning Willem I
  • Koning Willem II
  • Johan Rudolf Thorbecke

Slide 3 - Tekstslide


Koning-koopman

  • Willem I wil van Nederland een modern land maken
  • Om dit te kunnen betalen richtte hij de Nederlandsche Handelsmaatschappij (NHM) op.
  • Deze maatschappij zorgde ook dat de handel met Indië weer winstgevend werd
  • Willem I wordt soms, spottend, ook wel koning-koopman genoemd

Slide 4 - Tekstslide


Belgische Revolutie
1830



  • Tijdens de viering van de verjaardag van koning Willem I in Brussel, 
  • slaat de vlam in de pan en komt het volk in opstand.

  • Ruim een maand later roepen de Belgen hun onafhankelijkheid uit

Slide 5 - Tekstslide





Koning "Koopman" verliest zijn macht

Slide 6 - Tekstslide

1848 Grondwet:
Wat veranderde er?
  1. Ministeriële verantwoordelijkheid
  2. Koning is onschendbaar

  3. Rechtstreekse verkiezingen
  4. Censuskiesrecht

  5. Parlement hoogste macht:
    wetgevend + controlerend
  6. Klassieke grondrechten

  7. Scheiding kerk en staat

Slide 7 - Tekstslide

Terug in de tijd

Slide 8 - Tekstslide

1789: 
De Franse Revolutie
  • Strijd voor vrijheid, gelijkheid en broederschap

  • Einde aan Koninkrijk Frankrijk

  • Meer gelijkheid: einde aan de standenmaatschappij

  • Een grondwet

Slide 9 - Tekstslide



1795-1801: 
Bataafse Republiek


  • Revolutie o.l.v. de Patriotten

  • De Patriotten krijgen hulp van de Fransen

  • Frankrijk bezet Nederland (1795-1813) en erfstadhouder Willem V moet vluchten naar Engeland

Slide 10 - Tekstslide

1815: Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
  • Napoleon verslagen bij Waterloo

  • Zoon van prins Willem V wordt koning Willem I

  • Verenigd Koninkrijk der Nederlanden: Nederland, België en Luxemburg

Slide 11 - Tekstslide

1840-1848: 
Koning Willem II
  • Conservatief: geen ruimte voor veranderingen

  • Regeert, min of meer, als absolute vorst

  • Moet niets weten van democratie

  • Moeizame relatie met zijn vader

Slide 12 - Tekstslide

Het koninkrijk der Nederlanden
Willem I wil de handel verbeteren, beter vervoer nodig. Richtte NHM op, om handel te verbeteren.

Belgen niet eens met bestuur Willem I (o.a. taal en religie). 
België in 1830 onafhankelijk, in 1839 erkend.

Willem I volgens liberalen teveel macht. 
Willem II liet Thorbecke in 1848 nieuwe grondwet maken. Democratie: kiesrecht! Actief en passief.

Slide 13 - Tekstslide

Waarom was de NHM opgericht en waarvoor staat de afkorting NHM?

Slide 14 - Open vraag

Wie besloten dat België onafhankelijk werd?
A
De Nederlanders
B
Niemand, België hoort nog bij Nederland
C
De Belgen
D
De Europese landen

Slide 15 - Quizvraag

Waarmee moest Willem I samenwerken volgens de grondwet?

Slide 16 - Open vraag

Noem een onderdeel uit de nieuwe grondwet van 1848.

Slide 17 - Open vraag

Wat is Passief Kiesrecht?
A
Het recht om op iemand te stemmen.
B
Het recht om je verkiesbaar te stellen.

Slide 18 - Quizvraag

Wat is Actief Kiesrecht?
A
Het recht om op iemand te stemmen.
B
Het recht om je verkiesbaar te stellen.

Slide 19 - Quizvraag