Mavo Th9 Planten

Mavo Th9 Planten
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Mavo Th9 Planten

Slide 1 - Tekstslide

Welke onderdeel van de cel vind je alleen in planten en niet in dieren?
A
Celkern
B
Cytoplasma
C
Celwand
D
Celmembraan

Slide 2 - Quizvraag

Basisstof 9.1 Bladeren
Leerdoel:
Je kunt de bouw en functie van bladeren en het belang hiervan voor de fotosynthese beschrijven.

Slide 3 - Tekstslide

Blad en huidmondjes

Slide 4 - Tekstslide

Bouw van bladeren

Slide 5 - Tekstslide

Fotosynthese
Fotosynthese

Slide 6 - Tekstslide

De formule van fotosynthese
Wat de plant nodig heeft voor fotosynthese.
Maakt een plant dmv fotosynthese.
Koolstofdioxide
Water
Glucose
Licht
Zuurstof

Slide 7 - Sleepvraag

Voor fotosynthese neemt de plant                                    op uit de lucht. Het komt de plant binnen via de                                                  . Met de                          neemt de plant                               op uit de bodem. Het gaat via de                                    van de wortels naar de bladeren. De vertakkingen van de vaatbundels heten                             
koolstofdioxide
huidmondjes
wortels
vaatbundels
nerven
water

Slide 8 - Sleepvraag

Stevigheid door water
krijgt een plant te weinig water,
dan gaan de bladeren hangen.
De druk op de cellen wordt kleiner. 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Openen en sluiten van de huidmondjes

Slide 11 - Tekstslide

Waarom sluiten de huidmondjes als het droog is?
A
Dan vindt er minder verdamping plaats.
B
Dan heeft de plant minder koolstofdioxide nodig.
C
Anders wordt de plant opgegeten.
D
Daar is geen reden voor.

Slide 12 - Quizvraag

Basisstof 9.2 Stengels en Wortels
Leerdoelen:
  • Je kunt in afbeeldingen vaatbundels, houtvaten en bastvaten benoemen en je kunt de functie van deze delen beschrijven.
  • Je kunt beschrijven hoe planten stevigheid verkrijgen.
  • Je kunt beschrijven hoe opname en transport van water en mineralen bij planten plaatsvinden.

Slide 13 - Tekstslide

Vervoer via vaatbundels

Er zijn twee typen vaten: houtvaten en bastvaten, die bij elkaar in een vaatbundel liggen.

Ezelsbruggetje:

  • Houtvaten: Water en mineralen uit bodem (transport omHoog)
  • Bastvaten: Producten uit fotosynthese naar andere plant-delen vervoeren (transport naar Beneden)

Slide 14 - Tekstslide

Stoffen vervoeren
  • Houtvaten zijn hol en liggen aan de binnenkant van de vaatbundel.
  • Bastvaten zijn smaller en bevatten veel zeefplaatjes en liggen aan de buitenkant van de vaatbundel (denk aan de bast van de boom).

Slide 15 - Tekstslide

Bouw van houtvaten en vezels 
  • Houtvaten
Boven elkaar dode houtcellen.
De verticale celwanden zijn verdikt(cellulose en houtstof)
cellulose + houtstof = stevigheid
De dwarswanden zijn verdwenen
  • Vezels : zijn hetzelfde opgebouwd als houtvaten alleen de wand is nog dikker!!! 

Slide 16 - Tekstslide

Vezels
  • Vezels zorgen voor stevigheid in zowel de plant als rondom de vaatbundels.
  • Van vezels worden allerlei pructen gemaakt.

Slide 17 - Tekstslide

Water met mineralen
Water met suiker
Houtvaten
Bastvaten
Van wortel naar de rest
Van blad naar de rest
Ligging: Buitenkant
Ligging: Binnenkant

Slide 18 - Sleepvraag

Wortels
  • Wortels nemen water en mineralen op uit de bodem
  • Dit doen ze met wortelharen
  • Aan de onderkant groeit de wortel door

Slide 19 - Tekstslide

De bladeren zuigen water door verdamping 
Wortels duwen water omhoog = worteldruk

Slide 20 - Tekstslide

Wortels kunnen:
timer
0:15
A
De plant vastzetten in de grond.
B
Voedsel opslaan voor na de winter.
C
Water en mineralen opnemen uit de grond.
D
Alle bovenstaande antwoorden.

Slide 21 - Quizvraag

Basisstof 9.2 Glucose als grondstof
Leerdoelen:
  • Je kunt beschrijven onder welke omstandigheden fotosynthese en verbranding plaatsvinden.
  • Je kunt aangeven welke stoffen een plant kan maken uit de grondstof glucose en wat de functies zijn van deze stoffen.

Slide 22 - Tekstslide

Energierijke en energiearme stoffen.
Twee groepen stoffen waaruit organismen bestaan:
• energierijke stoffen: organismen zijn hieruit opgebouwd en/of maken deze. Bijvoorbeeld eiwitten, koolhydraten, vetten.
• energiearme stoffen: komen in organismen voor en in de levenloze natuur. Bijvoorbeeld water, mineralen.

Slide 23 - Tekstslide

Fotosynthese 
Energiearme stoffen
- Koolstofdioxide
-Water
- Zuurstof
Energierijke stoffen
- Glucose

Slide 24 - Tekstslide

Overdag en 's nachts

Slide 25 - Tekstslide

Assimilatie
Met fotosynthese maken bladeren glucose. 
Uit glucose maken planten andere stoffen:
  • Andere suikers (vervoer)
  • Zetmeel (opslag, in bladeren en wortels)
  • Cellulose (opbouw celwanden)
  • Eiwitten (maken cytoplasma, opslag in zaden)
  • Vetten (opslag in zaden)

Slide 26 - Tekstslide

Opslag reservevoedsel
Ongeslachtelijk
  • Knollen: verdikte wortels (rode biet)
  • Bollen: korte stengel met korte dikke bladeren (tulpen en rode ui)
Geslachtelijk
  • Zaden: reservevoedsel (eiwitten, vetten, zetmeel)voor energie tijdens ontkieming (boon)

Slide 27 - Tekstslide

Wat is assimilatie?
A
omzetten van glucose in koolstofdioxide
B
omzetten van glucose in water
C
omzetten van glucose in een andere organische stof
D
omzetten van glucose in warmte

Slide 28 - Quizvraag

Welk proces is een vorm van assimilatie?
A
Fotosynthese
B
Verbranding

Slide 29 - Quizvraag

Examen 2018
Kiezelwieren leven in het water en kunnen van koolstofdioxide, zuurstof maken. Hierbij vormen ze ook glucose. Ditzelfde stofwisselingsproces vindt ook plaats bij andere planten.

Hoe heet het stofwisselingsproces waarbij in kiezelwieren zuurstof gemaakt wordt?

A
Assimilatie
B
Verbranding
C
Vertering
D
Fotosynthese

Slide 30 - Quizvraag