Parkinson en MS

Parkinson 
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Parkinson 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Parkinson
  • Tekort aan signaalstof dopamine en serotonine 
  • Oorzaak onbekend - nieuws: pesticide...
  • Progressief
  • Levensverwachting neemt NIET af.
  • wel vergrote kans op dementie:  Lewy Bodie

Slide 3 - Tekstslide

signaalstoffen dat je hersencellen met elkaar communiceren. Deze stoffen geven signalen door van de ene hersencel naar de andere

 Lewy Bodies dementie = door eiwitophoping in hersenen (lewy bodie eiwitten)
Symptomen

2 hoofdgroepen:
  1. Voornamelijk tremoren van handen, benen, kin of tong
  2. Voornamelijk bradykinesie; trager worden van bewegingen en rigiditeit; stijfheid. Daardoor ook slecht evenwicht




Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Diagnostiek

- Anamnese 
- Observeren 
- Lichamelijk onderzoek; spieren, bewegingen en evenwicht 
- Scan van het hoofd


Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor vragen stel je tijdens de anamnese?

Slide 6 - Open vraag

  • hoe zijn de klachten zijn begonnen
  • hoelang de klachten al voorkomen
  • op welke momenten de klachten toenemen
  • of Parkinson voorkomt in de familie
Waar let je op bij lichamelijk onderzoek?

Slide 7 - Open vraag

Na het voeren van het gesprek doe je lichamelijk onderzoek, wat inhoudt dat je de spieren, bewegingen en het evenwicht bekijkt. Wanneer je een vermoeden hebt op Parkinson, let je daarbij op de volgende punten:
langzame bewegingen sinds één jaar;
stijve spieren, trillen of evenwichtsproblemen sinds één jaar;
een kleine kans op een andere reden voor de klachten. Soms is een andere ziekte ook waarschijnlijk, maar wanneer dit niet zo is, is de kans dat de zorgvrager Parkinson heeft groter.
Welke aandoeningen kunnen dezelfde symptomen als parkinson?

Slide 8 - Open vraag

een hersentumor;
een hersenbloeding;
een bijwerking van een medicijn.
parkinsonisme is een verzamelnaam voor parkinson
A
juist
B
onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Parkinsonisme

  • Symptomen van Parkinson, maar geen sprake van   Dopamine tekort (of andere signaalstof)
  • Oorzaak; vaak medicatie (antipsychotica)
  • (Bij twijfel soms proefbehandeling met Dopamine)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Parkinson = ongeneeslijk
Wat zijn behandelmogelijkheden?

Slide 11 - Woordweb

  • dopamine (nabootsen of aanvullen) (levodopa = voorloper, lichaam zet dit zelf om in dopamine)

Behandeling
- Medicatie  -> Bootsen Dopamine na; moeten op vaste tijden!
- Para medisch;  logo-, fysio-,ergotherapie, diëtist e.d.
- Diepe hersenstimulatie(DBS) 
- Patiënten vereniging: Parkinson vereniging
- Gezins- en partner begeleiding / Maatschappelijk werk

Slide 12 - Tekstslide

dopamine (nabootsen of aanvullen) (levodopa = voorloper, lichaam zet dit zelf om in dopamine)

Parkinson kan erfelijk zijn.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Parkinson is:
A
Een neurologische ziekte
B
Een spierziekte
C
Een vorm van dementie
D
Een zeldzame ziekte

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Parkinsonisme is de uitingsvorm van Parkinson
A
Waar
B
Niet waar

Slide 15 - Quizvraag

Antwoord
Dit is waar, mensen met dementie in het eerste stadium zijn zich vaak pijnlijk bewust van hun eigen achteruitgang en
het verlies van kennis en vaardigheden. Ze zoeken houvast bij andere mensen en in kleine details. Ze zijn alert op de
omgeving vanuit de angst (weer) iets te missen, te vergeten of niet te weten. Ook in lichaamshouding is die alertheid
vaak terug te zien: toegeknepen ogen, gespannen spieren en veel rondkijken. Vaak zoeken mensen zelf een plek op
in de woonkamer waarin ze goed overzicht hebben op alles wat er gebeurt.
Wat is geen symptoom van Parkinson?
A
Hallucinaties
B
Maskergezicht
C
Traag bewegen
D
Tremor

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Multiple Sclerose (MS)

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Multiple Sclerose
  • Ziekte van het centrale zenuwstelsel
  • Beschadiging van de laag om de zenuwen (myeline) waardoor deze bloot komen te liggen
  • Auto immuun
  • Als het afweersysteem de eigen zenuwcellen aanvalt spreken we van een schub
  • tijdens "schub" klachten 
  • De ontstekingen veranderen uiteindelijk in harde plekken in het zenuwstelsel.
  • Letterlijk betekent multiple sclerose dan ook meervoudige (multiple) littekens (sclerose).

Slide 19 - Tekstslide

n geven minder goed (of helemaal niet) signalen van en naar de hersenen door.
Hierdoor kunnen plotseling verlammings- en uitvalsverschijnselen optreden.
 Daarom wordt MS ook wel een auto-immuunziekte genoemd. Zo’n aanval noem je schub en veroorzaakt een ontsteking. Dit kan binnen een paar dagen tot een paar weken gebeuren
Bij wie komt MS vaker voor?

Slide 20 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken - kenmerken 
  • Koude landen  
  • Genen
  • Vrouwen 
  • Huidskleur; blank 

Slide 21 - Tekstslide

Vrouwen 2x zo veel dan mannen 

Ras: mensen met een blanke huid hebben meer kans om MS te krijgen dan donkere of aziatische mensen
Er zijn ......... veelvoorkomende symptomen die ontstaan aan het begin van MS
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Symptomen 

De plaats van de ontsteking bepaalt de klachten!

  1. Neuritis optica: ontsteking oogzenuw  - 33% 
  2. Hersenstamsyndroom: ontsteking hersenstam - 25%
  3. Ruggenmergsyndroom: ontsteking ruggenmerg - 25%

Slide 23 - Tekstslide

hersenstam; Eén van de vier zorgvragers met MS heeft dit als eerste klacht. Klachten die hierbij horen, zijn:
dubbel zien;
trillende ogen;
duizeligheid;
verstoord evenwicht.

ruggenmerg:
minder kracht in de benen. 
problemen met gevoel. dit kan omhooggaan naar de benen. Hierbij kunnen ook schokjes ontstaan die beginnen in de nek en dan over de rug naar beneden gaan;
problemen met plassen. Zowel het ophouden van de urine als normaal kunnen plassen kunnen hierdoor moeilijker worden.

Beloop 
  1. Primair progressieve MS - 20%
  2. Relapsing-remitting; periodes van klachten - 80%
  3. Relapsing-remitting met toenemende achteruitgang; combinatie van de twee bovenstaande vormen. ook wel secundaire progressieve MS genoemd 
       60% van nummer 2.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling van MS is gericht op genezing
A
waar
B
niet waar

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling 
Verschillende zorgprofessionals.
Bijv. de neuroloog, fysio of  oogarts;
Behandeling door medicatie en andere therapie (oefeningen en gesprekken).

Doel:
  • Minder lange periodes van klachten heeft
  • Dit is belangrijk bij de relapsing-remitting vorm van MS
  • Minder last van steeds erger wordende klachten


Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Noem een leefstijladvies bij MS

Slide 27 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Adviezen

  • Vermijd warmte
  • Blijf bewegen
  • Goed naar het lichaam luisteren 
  • Vermijd stress 
  • Zorg voor regelmaat in de dag
  • Eet gezond



Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Multiple sclerose is een van de belangrijkste oorzaken van chronische neurologische invaliditeit op jonge leeftijd.
Stelling I: Multiple sclerose is een aandoening van de witte stof van de hersenen, leidend tot neurologische uitvalsverschijnselen.
Stelling II: Bij multiple sclerose speelt erfelijkheid geen rol.
A
Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
B
Stelling 1 en 2 zijn beiden juist
C
Stelling 1 en 2 zijn beiden onjuist
D
Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Multiple sclerose is een spierziekte.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke van de volgende uitspraken over multiple sclerose is waar?
A
Komt alleen voor bij mannen
B
Komt vooral voor in Oost-Europa
C
Komt vooral voor bij volwassenen
D
Ontstaat door beschadiging van de myeline

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een symptoom van multiple sclerose kan zijn het hebben van spraakstoornissen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar let je op bij de zorg voor zorgvragers met MS? Noem 3 dingen.

Slide 33 - Open vraag

Je hebt verschillende soorten ondersteuning voor verschillende klachten. 
  •  zorgvrager vermoeid? goed om een schema bij te houden wanneer de zorgvrager erg moe is. Hij weet dan bij welke activiteit of in welke periode hij meer rust moet inplannen. 
  • geestelijke problemen
  • lichamelijke problemen
Wat heb je hebt geleerd vandaag?
Noem eens 3 dingen.

Slide 34 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies