H2 - Bloedsomloop

V2I
Pak de volgende spullen voor je: 
  • chromebook
  • etui 
  • aantekeningenschrift
  • EF-agenda!
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

V2I
Pak de volgende spullen voor je: 
  • chromebook
  • etui 
  • aantekeningenschrift
  • EF-agenda!

Slide 1 - Tekstslide

Regels

Regels in de klas:
  • Ik luister naar de docent en klasgenoten.
  • Ik heb elke les mijn spullen op orde.
  • Ik heb een actieve werkhouding.
  • Ik ga respectvol om met elkaar en met spullen.

Slide 2 - Tekstslide

Lesprogramma

  • Huiswerk bespreken
  • Theorie: Bloedsomloop
  • Werkvorm Bloedsomloop
  • Afsluiting 

Slide 3 - Tekstslide

Huiswerk bespreken
Vraag 1 t/m 19 uit je werkboek voor je pakken!

Slide 4 - Tekstslide

Waar denk je aan bij het woord bloed?

Slide 5 - Woordweb

Waarom is bloed zo belangrijk in je lichaam?

Slide 6 - Woordweb

Leerdoelen
  • Ik leg uit hoe de bouw en functie van de organen van de bloedsomloop samenhangen.
  • Ik leg het verschil uit tussen de grote en de kleine bloedsomloop.
  • Ik kan verschillende typen bloedvaten benoemen en de verschillen uitleggen.
  • Ik benoem de samenstelling van bloed (plasma, rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes) en beschrijf de functie van elk onderdeel.
  • Ik benoem de onderdelen van het hart en leg de werking van het hart uit.




Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Bloedsomloop
Het bloedvatenstelsel bestaat uit:
  • Hart = pomp
  • Bloedvaten = slagaders, haarvaten, aders
  • Bloed = vervoert zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen

Twee rondjes:
Kleine bloedsomloop: hart → longen → hart
Grote bloedsomloop: hart → organen → hart

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Hart
Bestaat uit 4 ruimtes:
  • Linker boezem: zuurstofrijk bloed uit de longen
  • Linker kamer: pompt zuurstofrijk bloed naar het lichaam
  • Rechter boezem: zuurstofarm bloed uit het lichaam
  • Rechter kamer: pompt zuurstofarm bloed naar de longen
Hartkleppen: zorgen dat bloed maar één kant op stroomt.

Slide 11 - Tekstslide

Bloedvaten
Slagaders: van hart naar organen (onder hoge druk)
  • Grootste: aorta

Haarvaten: allerkleinste vaten, uitwisseling van stoffen

Aders: van organen terug naar het hart

Hemoglobine = eiwit dat zuurstof bindt
  • te weinig hemoglobine → bloedarmoede

Slide 12 - Tekstslide

Levensgrote
bloedsomloop
  • Wat: Je gaat aan de slag met het "werkblad: levensgrote bloedsomloop". 
  • Waar: Werkblad + extra bladen krijg je uitgedeeld in de les.
  • Hulp: Je werkt in groepjes van 4-5; lees de opdracht goed door.
  • Tijd: 30 min
  • Uitkomst: Foto maken van je canvas + inleveren in classroom.
  • Klaar?: Maken theoriekaart: bloedsomloop vraag 20 t/m 31 uit je werkboek.


timer
30:00

Slide 13 - Tekstslide

Bloed

  • Rode bloedcellen: vervoeren zuurstof naar je cellen.
  • Witte bloedcellen: beschermen je lichaam tegen infecties door ziekteverwekkers te doden.
  • Bloedplaatjes: zorgen ervoor dat een wondje stopt met bloeden. 

Slide 14 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Ik leg uit hoe de bouw en functie van de organen van de bloedsomloop samenhangen.
  • Ik leg het verschil uit tussen de grote en de kleine bloedsomloop.
  • Ik kan verschillende typen bloedvaten benoemen en de verschillen uitleggen.
  • Ik benoem de samenstelling van bloed (plasma, rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes) en beschrijf de functie van elk onderdeel.
  • Ik benoem de onderdelen van het hart en leg de werking van het hart uit.




Slide 15 - Tekstslide

Huiswerk
Schrijf op in je EF-agenda: Dinsdag 22 september
  • Maken theoriekaart: bloedsomloop vraag 20 t/m 31 uit je werkboek..

Slide 16 - Tekstslide