V&U hoofdstuk 1 deel 1

Welkom!
Ben je klaar voor de les?
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 20 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 5 min

Onderdelen in deze les

Welkom!
Ben je klaar voor de les?

Slide 1 - Tekstslide

Economie - Havo 5

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
  • De productiewaarde berekenen via de opbrengsten- en kostenkant van het productieproces.
  • Onderscheid maken tussen verschillende inkomenscategorieën.
  • De productiewaarde berekenen m.b.v. gegevens uit de bedrijfskolom.
  • De relatie beschrijven tussen het bruto binnenlands product en de toegevoegde waarde.
  • Uitleggen waarom het nationaal inkomen gelijk is aan het bruto binnenlands product.
  • Het bruto binnenlands product berekenen door de primaire inkomens bij elkaar op te tellen.
  • Het bruto binnenlands product berekenen door de toegevoegde waarden van bedrijven bij elkaar op te tellen.

Slide 3 - Tekstslide

Planning
Studiewijzer
1e uur Instructie H1 Verdienen & Uitgeven 
2e uur Zelfstandig (nakijken/maken)

Slide 4 - Tekstslide

Intro
Hans Rosling (The Joy of Stats, BBC)
'200 countries, 200 years, 4 minutes'

  • Wat staat er op de assen?
  • Wat probeert Hans Rosling daarmee te meten?
  • Welke trend laat Hans Rosling zien?

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Welvaart meten
  • Wat is welvaart?
  • Gezondheid, geluk, loon, productie?
  • Traditioneel bij Economie => BBP
  • Bruto Binnenlands Product
  • Objectief of subjectief

Slide 7 - Tekstslide

Nominaal BBP Objectief
  • Nominale waarde van alles wat alle bedrijven en de overheid in een land in een jaar produceert
  • Omzet bedrijf - levering door derden = Toegevoegde waarde

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide


Bedrijfstak: de geledingen uit de bedrijfskolom die dezelfde soort productie verrichten.


Slide 10 - Tekstslide

Productiefactoren
Kapitaal
Arbeid
Natuur
Ondernemerschap

Slide 11 - Tekstslide

Nominaal BBP Objectief
  • Nominale toegevoegde waarde van alles wat alle bedrijven en de overheid in een land in een jaar samen produceren
  • Omzet bedrijf - levering door derden = Toegevoegde waarde

Hoe meet je de toegevoegde waarde van de overheid?

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

BBI 
  • Kunnen we niet bij de bedrijven ook de inkomens meten?
  • Ja, dat dan! => Bruto Binnenlands Inkomen => Subjectieve methode

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Overdrachtsinkomen
  • Primair inkomen = beloning productiefactoren (loon, winst, huur, pacht en rente)
=> worden verdiend door bij te dragen aan de productie. 

  • Overdrachtsinkomens = uitkeringen, toeslagen
=>geen directe bijdrage aan de productie

Slide 17 - Tekstslide

Huiswerk
  • Nakijken Examenopgave 5 (correctiemodel)
  • Nakijken 5.14 t/m 5.19 & 6.1 t/m 6.9
  • Maken 1.1 t/m 1.7
  • Klaar? Ga verder met 1.8 t/m 1.19, en/of:
  • Lees 'Hoe meten we de Economische welvaart' uit De Correspondent

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Evaluatie
  • De productiewaarde berekenen via de opbrengsten- en kostenkant van het productieproces.
  • Onderscheid maken tussen verschillende inkomenscategorieën.
  • De productiewaarde berekenen m.b.v. gegevens uit de bedrijfskolom.
  • De relatie beschrijven tussen het bruto binnenlands product en de toegevoegde waarde.
  • Uitleggen waarom het nationaal inkomen gelijk is aan het bruto binnenlands product.
  • Het bruto binnenlands product berekenen door de primaire inkomens bij elkaar op te tellen.
  • Het bruto binnenlands product berekenen door de toegevoegde waarden van bedrijven bij elkaar op te tellen.

Slide 20 - Tekstslide