Een bakkerij in een winkelstraat, 2020
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Kengetallen en ratio's
Examenstof bedrijfseconomie havo
Een bakkerij in een winkelstraat, 2020
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Kengetallen en ratio's
Examenstof bedrijfseconomie havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: G 26.2-26.4. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Wat ga je kunnen?
Ik kan liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit berekenen en de ontwikkeling over twee jaar beoordelen.
Deze slide heeft geen instructies
Een bank overweegt een lening aan een bakkerij. Wat wil de bank weten?
Verwachte woorden: kan ze betalen, schulden, resultaat, eigen geld, rente, voorraad, risico. Zet ze later in de les bij liquiditeit (betalen), solvabiliteit (schulden en eigen geld) en rentabiliteit (resultaat). Syllabus 26.3.
Een bankkantoor in Gouda, 2019
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Waarom kengetallen?
Kengetallen zijn getallen uit de jaarrekening, zoals ratio's, waarmee je een bedrijf beoordeelt.
Een stakeholder (belanghebbende) gebruikt ze: een bank, belegger of leverancier.
Voordeel: je vergelijkt jaren en bedrijven snel, zonder alle posten te lezen.
Nadeel: een momentopname op de balansdatum, die niet laat zien waarom iets verandert.
Syllabus 26.2: voor- en nadelen van kengetallen; 26.3: beoordeling door de stakeholder (belanghebbenden zoals banken, beleggers en investeerders). De syllabus noemt de voor- en nadelen niet uitputtend: dit zijn eigen, gangbare omschrijvingen. Andere voordelen: een kengetal vat veel cijfers samen. Andere nadelen: verschillen in waardering of in branche maken vergelijken lastig, en een kengetal zegt niets over niet-financiële zaken. Veelgemaakte fout: denken dat een kengetal de oorzaak van een verandering laat zien. Image credit: Donald Trung Quoc Don / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Bakkerij Yilmaz BV in cijfers
Bakkerij Yilmaz BV, bedragen in euro's (2025 / 2026). Resultaat 2026: 30.000. Interestkosten 2026: 9.000.
Activa: vaste activa 240.000 / 280.000, voorraad 40.000 / 60.000, debiteuren 30.000 / 35.000.
Liquide middelen 50.000 / 25.000. Totaal activa 360.000 / 400.000. Vlottende activa samen: 120.000 / 120.000.
Passiva: eigen vermogen 180.000 / 210.000, lang vreemd vermogen (hypotheek) 120.000 / 120.000.
Kort vreemd vermogen (crediteuren en rekening-courant) 60.000 / 70.000. Totaal passiva 360.000 / 400.000.
Syllabus 26.1 en 26.4: de balansposten uit de les Jaarrekening lezen komen hier terug als rekengegevens. Verzonnen mkb-bv. Controle: vlottende activa = voorraad + debiteuren + liquide middelen = 40.000 + 30.000 + 50.000 = 120.000 (2025) en 60.000 + 35.000 + 25.000 = 120.000 (2026). Het eigen vermogen stijgt met het resultaat (180.000 + 30.000 = 210.000). Laat leerlingen eerst zelf zien wat er veranderd is: meer voorraad en vaste activa, minder geld op de bank. Veelgemaakte fout: de hypotheek bij het kort vreemd vermogen rekenen terwijl het lang vreemd vermogen is.
Kassa's in een winkel
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Liquiditeit in ratio's
Een liquiditeitsratio laat zien of het bedrijf zijn korte schulden kan betalen.
current ratio = vlottende activa / kort vreemd vermogen
quick ratio = vlottende activa exclusief voorraden / kort vreemd vermogen
Voorraden zijn niet snel in geld om te zetten. Yilmaz 2025: current 2,00, quick 1,33; 2026: 1,71 en 0,86.
Syllabus 26.3: liquiditeitsratio's, current ratio en quick ratio (Bijlage 4, de formules staan niet in het examen). Uitwerking 2025: 120.000 / 60.000 = 2,00; (120.000 min 40.000) / 60.000 = 1,33. 2026: 120.000 / 70.000 = 1,71; (120.000 min 60.000) / 70.000 = 0,86. Hoe hoger, hoe beter de liquiditeit. De quick ratio laat de voorraden weg omdat die niet snel in geld om te zetten zijn. Veelgemaakte fout: de voorraad ook bij de quick ratio meetellen, of de breuk omdraaien. Image credit: Marlith / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
Welk voordeel hebben kengetallen voor een stakeholder?
Ze laten precies zien waarom het resultaat daalt
Ze zeggen alles over de toekomst van het bedrijf
Je vergelijkt jaren en bedrijven snel met elkaar
Ze maken de hele jaarrekening overbodig
Syllabus 26.2. Kengetallen vatten cijfers samen, zodat je makkelijk vergelijkt. Ze geven geen oorzaken, voorspellen niets en vervangen de jaarrekening niet. Verwachte fout: denken dat een kengetal ook de oorzaak laat zien.
Vlottende activa € 150.000, waarvan voorraad € 60.000. Kort VV € 50.000. Quick ratio?
3,0
1,2
1,8
4,2
Syllabus 26.3. Uitwerking: (150.000 min 60.000) / 50.000 = 90.000 / 50.000 = 1,8. Afleiders: 3,0 is de current ratio (150.000 / 50.000), 1,2 is alleen de voorraad gedeeld door het kort vreemd vermogen (60.000 / 50.000), 4,2 komt van de voorraad erbij optellen (210.000 / 50.000).
Medewerkers van de Kamer van Koophandel in Haarlem
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Solvabiliteit
Een solvabiliteitsratio laat zien of het bedrijf zijn schulden op lange termijn kan dragen.
EV/VV = eigen vermogen / vreemd vermogen x 100%
VV/TV = vreemd vermogen / totaal vermogen x 100%
Vreemd vermogen is lang en kort samen. Totaal vermogen is eigen plus vreemd vermogen.
Syllabus 26.3: solvabiliteitsratio's EV/VV en VV/TV (Bijlage 4: solvabiliteit = EV/VV x 100% of VV/TV x 100%). Het totaal vermogen is gelijk aan het totaal van de activa en van de passiva. Veelgemaakte fout: het vreemd vermogen alleen als het lange deel nemen, en EV/VV en VV/TV door elkaar halen. Image credit: Fotopersbureau de Boer / Wikimedia Commons, CC0
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Solvabiliteit van Yilmaz
Vreemd vermogen 2025: 120.000 + 60.000 = 180.000. In 2026: 120.000 + 70.000 = 190.000.
EV/VV 2025: 180.000 / 180.000 x 100% = 100,0%. In 2026: 210.000 / 190.000 x 100% = 110,5%.
VV/TV 2025: 180.000 / 360.000 x 100% = 50,0%. In 2026: 190.000 / 400.000 x 100% = 47,5%.
Een hogere EV/VV en een lagere VV/TV betekenen een betere solvabiliteit: minder schuld in verhouding tot het eigen geld.
Yilmaz is in 2026 beter solvabel, want het eigen vermogen groeide met het resultaat.
Syllabus 26.3 en 26.4. Uitwerking: 180.000 / 180.000 = 100,0%; 210.000 / 190.000 = 1,1053 dus 110,5%; 180.000 / 360.000 = 50,0%; 190.000 / 400.000 = 47,5%. EV/VV stijgt van 100,0% naar 110,5%: dat is een stijging van 10,5 procentpunt. VV/TV daalt van 50,0% naar 47,5%: een daling van 2,5 procentpunt. Veelgemaakte fout: denken dat een hogere VV/TV beter is.
Het eigen vermogen is € 90.000 en het vreemd vermogen € 60.000. Hoe hoog is EV/VV?
150,0%
40,0%
66,7%
60,0%
Syllabus 26.3. Uitwerking: 90.000 / 60.000 x 100% = 150,0%. Afleiders: 40,0% is VV/TV (60.000 / 150.000), 66,7% is VV/EV (breuk omgedraaid), 60,0% is EV/TV (90.000 / 150.000).
Vul in
Bij de VV/TV deel je het vreemd vermogen door het totaal vermogen en vermenigvuldig je met 100%.
Syllabus 26.3. Verwachte fout: het eigen vermogen noemen (dat is de teller van EV/VV).
Een beursscherm met koersen van aandelen, Frankfurt
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Rentabiliteit
Een rentabiliteitsratio laat zien hoeveel resultaat het vermogen oplevert, in procenten.
RTV = (resultaat + interestkosten) / gemiddeld totaal vermogen x 100%
REV = resultaat / gemiddeld eigen vermogen x 100%
IVV = interestkosten / gemiddeld vreemd vermogen x 100%. Gemiddeld = (begin + eind) / 2.
Syllabus 26.3: rentabiliteitsratio's REV, RTV en IVV (Bijlage 4). In de examentekst heet het resultaat 'resultaat' (synoniem: winst). RTV: rendement op het totale vermogen, daarom de interestkosten erbij (het vreemd vermogen is ook in het bedrijf gebruikt). REV: rendement op het eigen vermogen, voor de aandeelhouder. IVV: de gemiddelde rente op het vreemd vermogen. Veelgemaakte fout: het vermogen aan het begin of eind nemen in plaats van het gemiddelde. Image credit: Ank Kumar / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Een bakker met een eigen winkel
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Yilmaz rekent 2026 door
Gemiddeld totaal vermogen: (360.000 + 400.000) / 2 = 380.000. Gemiddeld eigen vermogen: 195.000.
Gemiddeld vreemd vermogen: (180.000 + 190.000) / 2 = 185.000.
RTV = (30.000 + 9.000) / 380.000 x 100% = 10,3%. REV = 30.000 / 195.000 x 100% = 15,4%.
IVV = 9.000 / 185.000 x 100% = 4,9%: zo duur is het vreemd vermogen gemiddeld.
Syllabus 26.3. Uitwerking: gemiddeld EV (180.000 + 210.000) / 2 = 195.000; 39.000 / 380.000 = 0,10263 dus 10,3%; 30.000 / 195.000 = 0,15385 dus 15,4%; 9.000 / 185.000 = 0,04865 dus 4,9%. Rond af op 1 decimaal. Voor 2025 kun je geen rentabiliteit berekenen, want daarvoor is ook de balans van eind 2024 nodig. Veelgemaakte fout: de interestkosten vergeten bij de RTV. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Ontwikkeling analyseren
Bekijk bij twee jaar elk soort ratio apart: liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit.
Liquiditeit: een hogere current ratio en quick ratio is beter. Solvabiliteit: hoger EV/VV en lager VV/TV is beter.
Rentabiliteit: een hogere RTV of REV is gunstig. Een lagere IVV betekent dat het vreemd vermogen minder kost.
Gaat de RTV van 8% naar 10%? Dat is een stijging van 2 procentpunt, maar van 25 procent (2 / 8).
Trek een conclusie voor je stakeholder en zoek de oorzaak in de cijfers, bijvoorbeeld meer voorraad.
Syllabus 26.4: de ontwikkeling van liquiditeit, solvabiliteit en rentabiliteit aan de hand van kengetallen van twee opeenvolgende balansen en/of winst- en verliesrekeningen analyseren. Yilmaz: liquiditeit verslechterd (quick ratio van 1,33 naar 0,86, door meer voorraad, minder geld en meer kort vreemd vermogen), solvabiliteit verbeterd (eigen vermogen groeide met het resultaat). Procent en procentpunt: een stijging van 8% naar 10% is 2 procentpunt; 2 / 8 x 100% = 25 procent. Veelgemaakte fout: procent en procentpunt door elkaar gebruiken.
Wat meet de IVV?
Het resultaat in procenten van het eigen vermogen
Het resultaat in procenten van het totaal vermogen
De interest in procenten van het eigen vermogen
De interest in procenten van het vreemd vermogen
Syllabus 26.3. IVV = interestkosten / gemiddeld vreemd vermogen x 100%. Afleiders: REV, RTV (zonder interest erbij) en een verwisseling van vreemd en eigen vermogen. Verwachte fout: REV en IVV verwarren.
Vul in
De RTV bereken je als (resultaat + interestkosten) gedeeld door het gemiddeld totaal vermogen, maal 100%.
Syllabus 26.3. Verwachte fout: het eigen vermogen noemen (dat hoort bij de REV).
Wat vond je het lastigst in deze les?
De formules onthouden
Het gemiddeld vermogen berekenen
Ratio's beoordelen
Twee jaar vergelijken
Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de training extra tijd voor neemt.
Welke ratio kijkt een bank het eerst na, en waarom?
Goede antwoorden: solvabiliteit of liquiditeit, met een reden (kan het bedrijf de lening en rente terugbetalen?). Beide zijn te verdedigen als de reden klopt.
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Begrippen (1/2)
kengetallen: Getallen uit de jaarrekening, zoals ratio's, om een bedrijf te beoordelen.
stakeholder: Belanghebbende bij een bedrijf, zoals een bank, belegger of leverancier.
liquiditeitsratio: Laat zien of het bedrijf zijn korte schulden kan betalen.
current ratio: Vlottende activa / kort vreemd vermogen.
quick ratio: Vlottende activa exclusief voorraden / kort vreemd vermogen.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · JAARREKENING · RATIO'S
Begrippen (2/2)
solvabiliteitsratio: Laat zien of het bedrijf zijn schulden op lange termijn kan dragen: EV/VV en VV/TV.
rentabiliteitsratio: Laat zien hoeveel resultaat het vermogen oplevert, in procenten.
RTV: (Resultaat + interestkosten) / gemiddeld totaal vermogen x 100%.
REV: Resultaat / gemiddeld eigen vermogen x 100%.
IVV: Interestkosten / gemiddeld vreemd vermogen x 100%.
Deze slide heeft geen instructies