5.4 Waterkwaliteit (zuren, basen en waterhardheid)
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4
In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
5.4 Waterkwaliteit (zuren, basen en waterhardheid)
Slide 1 - Tekstslide
Ik heb een oplossing met pH 6.3. Ik doe hier een base bij. De pH
A
gaat omlaag
B
gaat omhoog
C
blijft hetzelfde
Slide 2 - Quizvraag
Bij het meten van de pH kleurt het universele pH papier blauw. Welke pH heeft de stof ongeveer?
A
1
B
5
C
7
D
14
Slide 3 - Quizvraag
Ammonia heeft een pH van 11 Regenwater heeft een pH van 5 Wat is waar?
A
Ze zijn allebei zuur
B
Ze zijn allebei basisch
C
Ammonia is zuur, regenwater is basisch
D
Ammonia is basisch, regenwater is zuur
Slide 4 - Quizvraag
Een oplossing met een pH van 5,4 wordt verdund. Hoe verandert de pH?
A
De pH blijft hetzelfde
B
De pH wordt kleiner
C
De pH wordt groter
Slide 5 - Quizvraag
Bij het meten van de pH kleurt het universele pH papier oranje. Welke pH heeft de stof ongeveer?
A
1
B
5
C
7
D
11
Slide 6 - Quizvraag
Een douchegel is "pH huidnetraal" en heeft een pH van 8,2. Deze douchegel is...
A
Zuur
B
Basisch
C
Neutraal
Slide 7 - Quizvraag
Wat geeft pH aan?
A
de zuurgraad
B
aanhechtingsvermogen
C
of het een vloeistof, vaste stof of gas is
D
de neutraalheid
Slide 8 - Quizvraag
Citroensap heeft een pH van 3. Waarmee kan deze pH zijn bepaald?
A
blauw lakmoespapier
B
rood lakmoespapier
C
fenolftaleïen
D
universeelindicatorpapier
Slide 9 - Quizvraag
Hoe hoger de pH, hoe...
A
...zuurder de oplossing
B
...minder zuur de oplossing
Slide 10 - Quizvraag
Is het azijnzuur een sterk/zwak zuur of base? Gebruik Binas 49.
A
Sterk zuur
B
Zwak zuur
C
Sterke base
D
Zwakke base
Slide 11 - Quizvraag
Is het sulfide-ion een sterk/zwak zuur of base? Gebruik Binas 49.
A
Sterk zuur
B
Zwak zuur
C
Sterke base
D
Zwakke base
Slide 12 - Quizvraag
Zuur of base?
NH3
A
zuur
B
base
Slide 13 - Quizvraag
Zuur of base?
OH−
A
zuur
B
base
Slide 14 - Quizvraag
Zuur of base?
Cola
A
zuur
B
base
Slide 15 - Quizvraag
1 dH komt overeen met 7,1 mg Ca2+ per liter leidingwater.
Hoeveel Ca2+ (aq) bevat 30 liter water van 25 dH?
A
177,5 mg
B
213,0 mg
C
750,0 mg
D
5325,0 mg
Slide 16 - Quizvraag
Aïsya heeft een vloeistof getest met een universeel indicatorpapier. Het papiertje werd donkerblauw. Is de vloeistof dan een zuur, een base of is het neutraal?
A
Zuur
B
Base
C
Neutraal
D
11
Slide 17 - Quizvraag
Aïsya heeft een vloeistof getest met een universeel indicatorpapier. Het papiertje werd donkerblauw. Is de vloeistof dan een zuur, een base of is het neutraal?
A
Zuur
B
Base
C
Neutraal
Slide 18 - Quizvraag
Bekijk de volgende reactie vergelijking: CaCO3 + H2O + CO2 --> Ca2+ + 2 HCO3-
Bij welk proces treedt deze reactie op?
A
Bij het ontstaan van ketelsteen
B
Bij het ontstaan van hard water
C
Bij het ontharden van water door koken
D
Bij het ontharden van water door ontkalker
Slide 19 - Quizvraag
Hoe noem je de aanslag die vormt op verwarmingsmantels van o.a. wasmachines?
Slide 20 - Open vraag
Ketelsteen is kalk (CaCO3). Hardheid van water wordt aangegeven met dH 1dH komt overeen met 7,1 mg Ca2+ per liter leidingwater. Een waterleidingbedrijf streeft naar een minimale waterhardheid van 8,5dH. Geef de indampvergelijking, waarbij ketelsteen ontstaat.
Slide 21 - Open vraag
Waar moet een molecuul zeep aan voldoen om een emulsie te laten mengen?
Slide 22 - Open vraag
Een vlogger laat in een video zien hoe je drinkwater kunt maken zonder vuur. Bij een sloot graaft hij een kuiltje, wat direct vol stroomt met water dat uit de bodem omhoog komt. Trots vertelt hij dat de grond alle viezigheid eruit filtert en hij neemt een slok. Hoewel het water helder is, is zijn methode erg onveilig en kun je als nog ernstig ziek worden.
Noem 2 dingen waarmee het water nog steeds verontreinigd kunnen zijn.