Herhaling TW 3 plant

Herhaling TW 3 plant
Maak een mindmap met de belangrijkste woorden/begrippen van H1 t/m 4. 
Doel: Overzicht van de leerstof maken / herhalen / kennis activeren

Eerder klaar? = In stilte iets voor jezelf doen
Iedereen klaar na 15 min is bespreken + toets starten
timer
15:00
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 1

In deze les zitten 31 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Herhaling TW 3 plant
Maak een mindmap met de belangrijkste woorden/begrippen van H1 t/m 4. 
Doel: Overzicht van de leerstof maken / herhalen / kennis activeren

Eerder klaar? = In stilte iets voor jezelf doen
Iedereen klaar na 15 min is bespreken + toets starten
timer
15:00

Slide 1 - Tekstslide

Lesprogramma

  • Herhalen theorie periode 3
  • Maken oefentoets (Kwizl)
  • Afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Aantekeningen maken 
  • Cornell methode 

Slide 3 - Tekstslide

Plant



Hoofdstuk 1 - 
Opbouw plant

Slide 4 - Tekstslide

4 rijken
Organismen kun je verdelen in vier verschillende groepen (rijken).

Dit hangt af van de opbouw van de cellen. 

Er zijn overeenkomsten en verschillen tussen de cellen.





Leerdoel: Ik benoem dat organismen ingedeeld worden in 4 rijken; planten, dieren, schimmels en bacteriën.

Slide 5 - Tekstslide

Plantencel
Dierlijke cel
Leerdoel: ik benoem de verschillen tussen planten en dierlijke cellen.

Slide 6 - Tekstslide

Celonderdelen
Celmembraan: Zit om het cytoplasma heen, beschermt de cel en zorgt dat er uitwisseling van stoffen is. 

Cytoplasma: De stroperige vloeistof in de cel.
Grote centrale vacuole: Een blaasje gevuld met vocht.
Bladgroenkorrel: Geeft de groene kleur en maakt eten voor de plant.
Celwand: Harde laag die om de plantencel zit en de cel beschermt.
Celkern: Regelt alles in de cel, hier ligt het DNA van de cel.




Leerdoel: Ik benoem de onderdelen van planten- en dierlijke cellen en de functies daarvan.

Slide 7 - Tekstslide

Leerdoel: Ik kan een schematische tekening van een plantencel maken volgens de tekenregels.

Slide 8 - Tekstslide

Plant



Hoofdstuk 2 - 
Fotosynthese 

Slide 9 - Tekstslide

Leerdoel: Ik benoem wat fotosynthese is, waar dit plaatsvindt en leg uit hoe dit proces werkt.

Slide 10 - Tekstslide

Levenscyclus

Levenscyclus = het leven van een plant.


Een cyclus is een proces dat zich herhaalt, het blijft maar doorgaan.
Leerdoel: Ik ken de levenscyclus van de plant.

Slide 11 - Tekstslide

Plantenleven
Stap 1: Het zaadje ontkiemt.
Stap 2: Jonge plantje groeit uit tot een volwassen plant met bloemen.
Stap 3: Uit de bloemen ontstaan zaden en vruchten.
Stap 4: Zaden worden uiteindelijk verspreid en hieruit groeit weer een nieuw plantje.

Deze stappen gebeuren elke keer opnieuw in een vaste volgorde, oftewel een cyclus. 





Leerdoel: Ik ken de levenscyclus van de plant.

Slide 12 - Tekstslide

Plant



Hoofdstuk 3 - 
Aangepaste planten

Slide 13 - Tekstslide

Organen van de plant

De plant heeft 4 organen:
  1. Bloem
  2. Blad
  3. Stengel
  4. Wortel
Leerdoel: Ik benoem voorbeelden van organen bij planten.

Slide 14 - Tekstslide

Leerdoelen: 
-Ik benoem voorbeelden van organen bij planten en kan de bouw en werking hiervan uitleggen.


Slide 15 - Tekstslide

Transport
Twee verschillende vaten: bastvaten en houtvaten. 

  • Houtvaten: vervoeren water en mineralen van de wortels naar de stengel, bladeren en bloemen --> (omhoog).

  • Bastvaten: vervoeren glucose (suikers) vanuit de bladeren naar andere delen van de plant --> (omlaag).


Leerdoelen: 
-Ik benoem dat planten, water, suikers en mineralen via houtvaten en bastvaten vervoeren.



Slide 16 - Tekstslide

Onderdelen bloem
Leerdoel: Ik herken de onderdelen en functies van een bloem.

Slide 17 - Tekstslide

Bestuiving

1. Stuifmeelkorrels van de helmknop plakt op de bij.

2. Stuifmeelkorrels worden losgelaten op de stempel van de stamper (andere bloem)


Leerdoel: Ik leg uit wat bestuiving en bevruchting is en kan dit in stappen verwoorden.

Slide 18 - Tekstslide

Bevruchting
  1. Stuifmeelkorrels op stempel.
  2. Stuifmeelbuis groeit in de stijl.
  3. Stuifmeelkorrel naar beneden richting het zaadbeginsel.
  4. Kernen versmelten.
  5. Zaadje groeit uit zaadbeginsel.
Leerdoel: Ik leg uit wat bestuiving en bevruchting is en kan dit in stappen verwoorden.

Slide 19 - Tekstslide

Aanpassingen planten
1. Aanpassing bloem
2. Aanpassing klimaat
3. Aanpassing zaden
4. Andere aanpassing
Leerdoel: Ik benoem en herken hoe planten zijn aangepast aan hun omgeving.

Slide 20 - Tekstslide

1. Aanpassing bloem

Planten hebben door aanpassingen verschillende soorten bloemen:

  • Insectenbloemen: bestuiving door insecten.
  • Windbloemen: bestuiving door wind.
Leerdoel: Ik benoem en herken hoe planten zijn aangepast aan hun omgeving.

Slide 21 - Tekstslide

2. Aanpassing klimaat


Planten passen zich aan aan het klimaat. 

Droge gebieden: Weinig water!
Planten hebben zich aangepast met:
--> groot wortelstelsel
--> kleine bladeren
--> huidmondjes dicht

Natte gebieden: Veel water!
Planten hebben zich aangepast met:
--> klein wortelstelsel
--> grote bladeren
--> huidmondjes open
Leerdoel: Ik benoem en herken hoe planten zijn aangepast aan hun omgeving.

Slide 22 - Tekstslide

3. Aanpassing zaden


Planten passen zich aan door de manier van zaadverspreiding.
Leerdoel: Ik benoem en herken hoe planten zijn aangepast aan hun omgeving.

Slide 23 - Tekstslide

4. Meer aanpassingen
Planten hebben nog meer aanpassingen om in leven te blijven:

  • Sneller groeien om licht te krijgen.
  • (Gifstoffen) uitscheiden.
  • Verdedigingsmechanismen inzetten.
Leerdoel: Ik benoem en herken hoe planten zijn aangepast aan hun omgeving.

Slide 24 - Tekstslide

Plant



Hoofdstuk 4 - 
De plant als voedselbron

Slide 25 - Tekstslide

Gezond eten
Schijf van 5: helpt jou om gezonder te eten.
  • Hoe groter het vak, hoe meer je ervan moet eten/drinken
Leerdoel: Ik benoem de belangrijkste voedingsstoffen: eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen, vitamines en water en kan herkennen in welke voedingsmiddelen deze te vinden zijn.

Slide 26 - Tekstslide

Voedingsmiddelen
Voedingsmiddelen zijn alles wat je eet en drinkt.

  • Plantaardige voedingsmiddelen zijn afkomstig van planten (groente, fruit, rijst)
  • Dierlijke voedingsmiddelen zijn afkomstig van dieren (vlees, melk, boter, ei)

Vegetarisch: dan eet je geen dieren. 

Veganistisch: dan eet je ook geen eieren of kaas.
Leerdoelen: Ik kan de belangrijkste functies van de voedingsstoffen voor het lichaam benoemen.
Leerdoelen: Ik benoem de belangrijkste voedingsstoffen: eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen, vitamines en water en kan herkennen in welke voedingsmiddelen deze te vinden zijn.

Slide 27 - Tekstslide

Voedingsstoffen
Voedingsstoffen: zijn stoffen uit je voeding die het lichaam nodig heeft om te kunnen groeien, bewegen en gezond te houden.






Leerdoelen: Ik kan de belangrijkste functies van de voedingsstoffen voor het lichaam benoemen.

Slide 28 - Tekstslide

Aan de slag!

  • Wat: Maken oefentoets 
  • Hoe: De oefentoets is te vinden in KWIZL
  • Hulp: Je werkt zelfstandig -> Stoplicht op rood! (vragen = vinger opsteken) 
Je mag je oortjes in tijdens de oefentoets. 
  • Tijd: .... min
  • Uitkomst: Oefentoets is af aan het einde van de les.
  • Klaar?: Leren voor de toetsweek. STILTE!


timer
30:00

Slide 29 - Tekstslide

Tips voor het leren
  1. Ga naar het kopje 'Voorbereiding toets' op de website.
  2. Check of je de leerdoelen kunt beantwoorden, kijk de oefentoets na en bekijk hoe je een vraag moet aanpakken.
  3. Leer de theorie van de website (theoriekaarten) en uit je aantekeningenschrift. Maak mindmaps - Flashcards - je wb opdrachten nog een keer en kijk deze na. 
  4. Ga op zoek naar extra informatie, filmpjes, spelletjes, etc. over dit onderwerp op het internet.
  5. Heb je vragen of extra hulp nodig? Vraag het (op tijd) aan de docent.

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide