Maak kennis met gewichtseenheden

Maak kennis met gewichtseenheden

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 5

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 35 min

Onderdelen in deze les

Maak kennis met gewichtseenheden

Thema wonen taak 3

Eenheden van gewicht omrekenen


Eenheden van inhoud omrekenen


Afronden in de praktijk


Hoeveelheid schatten


Antwoord controleren met referentiematen



Wat weet je al over gewicht en grammen?

Leerdoel van deze les

Aan het einde van de les kun je de belangrijkste gewichtseenheden noemen, voorbeelden geven en inschatten hoeveel iets ongeveer weegt

Wat is gewicht?

Gewicht vertelt ons hoe zwaar iets is. Je kunt het meten met een weegschaal.

De eenheid gram

De gram (g) is een van de kleinste gewichtseenheden. Bijvoorbeeld: een papiertje weegt ongeveer 1 gram.

Hoe ziet een gram eruit?

Een paperclip of een klein snoepje weegt ongeveer 1 gram.

Wat is een kilogram?

Een kilogram is 1000 gram. We gebruiken kg voor dingen die wat zwaarder zijn, zoals een pak suiker.

Voorbeeld: 1 kilogram

Een pak suiker in de supermarkt weegt 1 kilogram. Kun jij nog iets bedenken dat even zwaar is?

Tusseneenheden: hectogram en ons

Tussen gram en kilogram zitten hectogram (hg, 100 g) en ons (100 g). Worden vaak gebruikt bij kaas en vleeswaren.

Waar zie je deze eenheden?

Op de markt of bij de slager: vlees koop je vaak per 100 gram of per ons.

Referentiematen: hoeveel is dat nu?

1 gram = een paperclip. 100 gram = een reep chocola. 1 kilogram = een pak suiker.

Wat weegt meer?

Denk zelf na: weegt een appel meer dan 100 gram? En jouw schooltas meer dan 1 kilogram?

Activiteit: kilo suiker challenge!

Wie kan het langst een kilo suiker met gestrekte arm houden? Voel het gewicht zelf!

Wat valt je op?

Bespreek: voelde 1 kilogram zwaarder of lichter dan je had verwacht?

Korte quiz: gewichtseenheden

Wat is zwaarder: 500 gram of 1 kilogram?

Hoeveel gram is een pak boter van 250 gram?

Vraag 2

Vraag 1

Sleepvraag: bijpassen van eenheid

Sleep het juiste getal naar het voorwerp.

A. Paperclip – __ gram B. Pak suiker – __ kilogram C. Plakje kaas – __ gram

Vul in!

Welk voorwerp hoort bij welke eenheid?

Open vraag: zelf verzinnen

Bedenk en beschrijf

Bespreek met klasgenoot

Noem een voorwerp uit jouw keuken en schat hoeveel het weegt. Leg uit waarom je dat denkt.

Vergelijk welke schatting het dichtst bij de werkelijkheid komt.

Terugblik en vooruitblik

Je kent nu de eenheden van gewicht. Volgende keer gaan we oefenen met omrekenen tussen deze eenheden!

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.