In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 15 min
Onderdelen in deze les
Les 1 - Formules
Slide 1 - Tekstslide
LET OP ∙ = * = x
In presentaties zoals deze als twee grootheden of getallen met elkaar vermenigvuldigt worden dit op verschillende manieren wordt weergegeven:
soms met een punt ( ∙ )
soms met een ster (*)
en soms met een kruis (x)
Slide 2 - Tekstslide
LET OP : = / = breuk
In presentaties zoals deze als twee grootheden of getallen met elkaar gedeelt worden in een formule, dan kan dit op verschillende manieren wordt weergegeven:
soms met een dubbele punt ( : )
soms met een schuine streep (/)
en heel soms met een breuk.
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Video
formules omschrijven
Slide 5 - Tekstslide
Formules ombouwen
Slide 6 - Tekstslide
Hieronder zie je een formule. Probeer deze formule te herschrijven zodat je de "G" uitrekent.
J= G/K
J
G
K
=
/
X
+
-
Slide 7 - Sleepvraag
Als de formule p = F / A is, wat is dan de formule als je A wilt uitrekenen?
A
A = F / p
B
A = p / F
C
A = F x p
Slide 8 - Quizvraag
Wat is de formule voor stroomsterkte (I) ?
A
I = P * U
B
I = P/U
C
I = U/P
Slide 9 - Quizvraag
Meer formules...
Slide 10 - Tekstslide
Formules 2e en 3e klas
Slide 11 - Tekstslide
Vul de formules in:
Kracht: F = ..... * .....
Afstand: s = ..... * .....
m
a
v
t
Slide 12 - Sleepvraag
=
dichtheid
volume
massa
/
*
+
_
Slide 13 - Sleepvraag
Als je de snelheid (v) wilt berekenen, moet je de afstand (s) delen door de tijd (t). Hoe noteer je dit?
A
afstand x tijd
B
afstand : tijd
C
tijd x afstand
D
tijd : afstand
Slide 14 - Quizvraag
Als je de formule voor snelheid in symbolen wilt noteren, dan schrijf je dit als (zie de vorige vraag):
A
v = t/s
B
s = t/v
C
s = v/t
D
v=s/t
Slide 15 - Quizvraag
Als je de formule voor afstand in symbolen wilt noteren, dan schrijf je dit als (zie de vorige opgave):
A
s = t/v
B
s = v/t
C
s = v * t
D
v = s/t
Slide 16 - Quizvraag
De formule voor de kracht is: F=m⋅a
Herleid de formule zodat je de a kunt berekenen als je de F en m weet. Welke van de volgende formules is juist?
A
a=F⋅m
B
a=Fm
C
a=mF
D
a=F-m
Slide 17 - Quizvraag
Wat is de formule van dichtheid? (zie eerder in deze presentatie)
A
𝛒 = m ・ V
B
𝛒 = m/V
C
𝛒 = V/m
D
𝛒 = g/cm²
Slide 18 - Quizvraag
s staat voor ........... en bereken je door de formule .............
t staat voor ........... en bereken je door de formule .............
v staat voor ........... en bereken je door de formule .............
snelheid
tijd
Afstands
t = s * v
t = s
v
v = s
t
v = s * t
s = v * t
s = t
v
Slide 19 - Sleepvraag
Einde van les 7
Je hebt in deze les geleerd:
dat er een hoop formules bestaan in de natuurkunde;
dat je voor het omschrijven van formules de balansmethode kunt gebruiken;
dat we dit jaar eigenlijk alleen formules van 3 letters gebruiken. Soms komen ook formules van 4 of meer letters voor.
het altijd handig is om een formule die je zoals voor oppervlak (A=l*b) te vergelijken met een getallen voorbeeld: 6 = 2*3.
Slide 20 - Tekstslide
huiswerk
maak de diagnostische toetsen van de werkbladen van les 1