Presentatie Medicatie training Laverhof lesdag 2.pptx


Medicatie training

Training voor Helpende

Lesdag 2.

1 / 35
volgende
Slide 1: Slide
newEditorExcelBeroepsopleiding

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 180 min

Onderdelen in deze les


Medicatie training

Training voor Helpende

Lesdag 2.

Deze les.

  • Medisch rekenen nabespreken

  • Handhygiëne

  • Hormonen en diabetes

  • Bloedsuiker prikken

  • Diabetes en insuline

Rekenopdracht
oefenen

Oefenvraag 1:

Linde moet van de cardioloog 3x dgs 240mg lisinopril nemen, de apotheek kan alleen tabletten van 160mg leveren

  • hoeveel tabletten moet Linde per keer innemen?

  • hoeveel tabletten moet Linde per dag innemen?

  • over 2 weken moet Linde weer op controle bij de cardioloog, hoeveel tabletten moet ze op voorraad hebben?


Oefenvraag 2:

Daan moet starten met een antibioticakuur. Het drankje bevat 300.000IE/5ml. Daan moet 3x dgs 150.000IE innemen en krijgt een fles van 50ml mee naar huis.

  • hoeveel ml geef je per keer?

  • de arts heeft een kuur voor 5 dagen voorgeschreven. Heb je genoeg aan 1 fles? Hoeveel teveel/te weinig.

Rekenopdracht
oefenen

Oefenvraag 3:

Daan heeft als medicatievoorschrift gekregen dagelijks 2ml/kg lichaamsgewicht morfine toegediend te krijgen in 4 gelijke delen. Daan weegt 18kg.

Hoeveel ml moet Daan per keer toegediend krijgen?

Handhygiëne

  • Wassen met water en zeep vs handalcohol

  • Wanneer wassen en wanneer alcohol?

  • Welke momenten?


Diabetes

  • Wat weten we al over diabetes?

  • Oorzaken van diabetes?


Hormonen en diabetes

Het hormoonstelsel

  • Het 'bewakingssysteem' van ons lichaam

  • Regelt de werking van onze organen

  • Bestaat uit hormoonklieren:

    • Deze liggen verspreid door het lichaam

    • Geven hormonen af aan het bloed


Verschillende organen maken hormonen aan




Insuline

  • Is een hormoon

  • Gemaakt in de alvleesklier

  • Suiker/ koolhydraten uit voeding omgezet in glucose

  • Energieleverancier voor je organen

  • Insuline is de sleutel

  • Wat is diabetes?

Insuline en glucagon

Glucagon:

  • hormoon dat wordt gemaakt in de alvleesklier, verhoogt de glucose in het bloed

  • verhoogt de bloedsuikerspiegel als deze daalt



Insuline:

  • hormoon dat een belangrijke rol speelt bij de glucose waarde

  • een tekort of geen aanmaak leidt tot diabetes

  • wordt aangemaakt in de alvleesklier

Glucosewaarden

Normaal is de glucoseconcentratie in het bloed ongeveer tussen de 4,0 en 8,0 millimol per liter. 

Wat is een hypo en een hyper?








Hypoglykemie = bloedglucosewaarde onder de 3,5 mmol/l

Hyperglykemie = bloedglucosewaarde is extreem hoog (hoger dan 10 mmol/l)




Hypo vs Hyper

Quiz time

Bij diabetes maakt de alvleesklier te veel insuline aan

A

Waar

B

Niet waar

Wat is de functie van insuline?

A

Geeft je meer energie om te sporten

B

Zorgt ervoor dat je bloedsuikerspiegel wordt verhoogd

C

Zorgt ervoor dat je lichaam glucagon aanmaakt

D

Zorgt ervoor dat het lichaam glucose kan opnemen in de cellen

Insuline en glucagon worden aangemaakt in?

A

De lever

B

De nieren

C

De alvleesklier

D

De maag

Als je veel sport dan?

A

Stijgt je glucose gehalte?

B

Daalt je glucose gehalte

Wat gebeurt er met de bloedsuikerspiegel na het drinken van een biertje

A

De bloedsuikerspiegel stijgt direct, maar na een paar uur daalt hij weer.

B

De bloedsuiker spiegel stijgt

C

De bloedsuikerspiegel daalt, maar na een paar uur stijgt hij

D

De bloedsuikerspiegel daalt

Wat doet glucagon

A

Hebben we niet nodig, is een overbodig hormoon

B

Verlaagt de bloedsuikerspiegel als deze teveel zakt

C

Verhoogt de bloedsuikerspiegel als deze teveel zakt

D

Zorgt ervoor dat insuline wordt aangemaakt

In welke producten zitten snelle koolhydraten:

A

Vruchtensap, aardappel, witbrood, melk

B

Vruchtensap, aardappel & melk

C

Vruchtensap, witbrood & melk

D

Vruchtensap, aardappel, witbrood

Waarom moet metformine tijdens (of na) het eten ingenomen worden en dus niet van tevoren?

A

Omdat er dan minder bijwerkingen zijn

B

Er is niks aan de hand als je cliënt voor het eten metformine neemt

C

Omdat je cliënt anders een hyper kan krijgen

Helpt water drinken bij een hyper?

A

Waar

B

Niet waar

Was je eigen handen en de handen van je bewoner met water en zeep


Warm koude vingers eerst wat op


Ga niet knijpen in de vinger (stuwen)


1e of 2e druppel gebruiken


Prik aan de zijkant van de top


Mijd de duim en wijsvinger

Bloedsuiker prikken

Soorten insuline


Snelwerkend: Je spuit dit

onmiddellijk voor de maaltijd

(of tijdens de maaltijd).




Kortwerkend: Je spuit dit 15-20 minuten vóór de maaltijd


Insuline
spuiten/
injecteren

  • Buik: snelle resorptie


  • Bovenbenen (dijen): langzame resorptie


  • Bovenarm wordt niet zo vaak gebruikt


  • Billen

Juiste plaats

Roteren

Aandachtspunten

  • Neem bij minder dan 12 IE troebele(!) insuline, een nieuwe pen of insulinepatroon


  • Zwenk of rol de insulinepen vóór gebruik (NIET schudden)


  • Masseer de huid NIET na toediening


  • Voorraad insuline in de koelkast – insuline die gebruikt wordt op kamertemperatuur


  • Insuline is na aanbreken vier tot acht weken houdbaar.







Middellang: Kan voor de nacht, of bij de maaltijden in combinatie met snelwerkend of kortwerkend



Mengsel: Je spuit het 15-30 minuten vóór de maaltijd.

Langwerkend: voor de nacht

Soort/handelsnaam Actieve insuline tijd


Insuline Aspart: NovoRapid Werkt na +/- 15minuten

Piekwerking 1-3 uur

Maximale werkingsduur 3-5uur


Novomix 30/70 Werkt na 10-20minuten

Piekwerking tussen 1-4uur

Maximale werkingsduur tot 24uur


Insulatard Werkt na 1-2uur

Piekwerking 2-12uur

Maximale werkingsduur 14-24uur


Lantus Werkt na 1,5uur

Maximale werkingsduur tenminste 24uur




Bekijken en instructie insulinepennen

+ bloedsuikerapparaat


Protocol laverhof

Aan de slag

Opdracht

bloedsuiker prikken en glucose waarde


Evaluatie



N.B.

  • Let op de toets data

  • Let op de overige criteria voor verkrijgen certificaat.

Vragen ?