EHBsO lj 3 lw 1. Benaderen van een slachtoffer leerjaar 3

EHBsO

opfrissen kennis en  vaardigheden
Doel

* verlengen Oranje Kruis diploma

* verdieping en casus senario's
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
EHBsOMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

EHBsO

opfrissen kennis en  vaardigheden
Doel

* verlengen Oranje Kruis diploma

* verdieping en casus senario's

Slide 1 - Tekstslide

Benaderen van een slachtoffer.
  • Waar let je op als je een slachtoffer benadert?
  • Hoe controleer je vitale functies?
  • Rautek (vervoersgreep), draaien van buik naar rug, stabiele zijligging.
  • Flauwte, verslikking.
  • Snelle kantelmethode, hevig bloedverlies, mogelijk wervelletsel.

Slide 2 - Tekstslide

STAP 1
STAP 2
STAP 3
STAP 4
STAP 5
STAP 6
STAP 7
AED / 112
VEILIG VOOR MEZELF?
AANSPREKEN / SCHUDDEN
CHECK ELKE MIN. VITALE FUNCTIES
VEILIG VOOR SLACHTOFFER?
STABIELE ZIJLIGGING
CONTROLEER ADEMHALING

Slide 3 - Sleepvraag

Je komt een ruimte binnen en je ziet een slachtoffer liggen. Wat doe je als eerste?

Slide 4 - Open vraag

Stap 1 en 2
Stap 1: 
Is het veilig voor mezelf?  NEE? -> bel 112 en houdt afstand!

Stap 2
Is het veilig voor het slachtoffer?
NEE? 
verplaatsen met Rautek

Slide 5 - Tekstslide

Het is veilig voor jezelf EN veilig voor het slachtoffer, wat doe je?

Slide 6 - Open vraag

Stap 3 en Stap 4
Stap 3: 
Controleer het bewustzijn, door
  • aanspreken, hallo gaat het?
  • zachtjes schudden aan de schouders
Stap 4 bij geen reactie:
  • Wil jij 112 bellen?
  •  Wil jij een AED halen?

Slide 7 - Tekstslide

De AED is onderweg, 112 is gebeld.
Wat is stap 5?

Slide 8 - Open vraag

Stap 5:
Controleer de ademhaling:  

1. Kinlift (pistoolgreep)  
2. OOR luister of je ademhaling hoort  
3. OOG kijk of de borst op en neer gaat  
4. WANG voel of je ademhaling voelt

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Stap 6 en 7
Stap 6:
Leg het slachtoffer in de stabiele zijligging.

Stap 7:
Controleer elke minuut de vitale functies.

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Benaderen van een slachtoffer:
1. Is het veilig voor mezelf? (NEE -> 112, afstand houden)
2. Is het veilig voor het slachtoffer? (NEE -> Rautek)
3. Controleer het bewustzijn (aanspreken + schudden)
4. 112 / AED
5. Controleer ademhaling (kinlift , oor-oog-wang) (2-3 / 10 sec)
6. Stabiele zijligging
7. Controleer elke minuut de vitale functies

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Waar let je het eerste op als je een slachtoffer ziet liggen?
A
eigen veiligheid
B
veiligheid slachtoffer

Slide 15 - Quizvraag

Hoe heet de vervoersgreep?
A
Heimlich
B
Rautek
C
Smit
D
De Vries

Slide 16 - Quizvraag


Hoeveel ademhalingen in 10 seconden is 'normale ademhaling'?
A
minimaal 1
B
minimaal 4
C
2 of 3
D
18-21

Slide 17 - Quizvraag

Wat moet een omstander halen als een slachtoffer niet reageert op aanspreken / schudden?
A
kop koffie voor de hulpverlener
B
een dokter
C
een AED
D
pleisters

Slide 18 - Quizvraag

Hoe ziet je hand eruit bij de kinlift?

Slide 19 - Open vraag

2

Slide 20 - Video

00:15
Welke kant draai je het slachtoffer op?
A
naar je toe
B
van je af

Slide 21 - Quizvraag

00:39
Waar moet je tijdens het draaien goed op letten?o
A
omstanders
B
de benen van het slachtoffer
C
de armen van het slachtoffer
D
het hoofd van het slachtoffer

Slide 22 - Quizvraag

Flauwte
Wat is een flauwte?
  • is een kortdurende stoornis in het bewustzijn. Dit komt door tijdelijk tekort aan bloed/zuurstof in de hersenen.

Hoe herken je een flauwte?
  • dit herken je aan: bleek/zweet/geeuwen/slap/misselijk/duizelig

Wat doe je:
  • - 112 bellen bij bewusteloosheid, pijn op de borst, buik- of rugpijn
  • -laat het slachtoffer 10 minuten liggen 
  • -leg een nat washandje op het voorhoofd 
  • -geef drinken/eten bij volledige alertheid

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Slide 25 - Tekstslide

VERSLIKKING,
wat doe je?

Slide 26 - Woordweb

Slide 27 - Video

Slide 28 - Tekstslide

wat doe je?

Slide 29 - Woordweb

let op: er volgt een bloederig plaatje

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Wat doe je?
(het is veilig)

Slide 32 - Woordweb

Slide 33 - Tekstslide

De vitale functies zijn:
A
horen, zien, zwijgen
B
hersenen, longen, hart
C
bewustzijn, ademhaling, bloedcirculatie
D
dokter, arts, fysio

Slide 34 - Quizvraag

Bel 112 bij flauwte als....
A
bij flauwte bel je altijd 112
B
112 bellen bij pijn op de borst
C
het so verward reageert
D
als het so gaat zitten

Slide 35 - Quizvraag

Wat is de juiste volgorde bij verslikken?
A
112, hoesten, rugslagen, buikstoten
B
hoesten, 112, buikstoten, rugslagen
C
hoesten, buikstoten, rugslagen, 112
D
hoesten, 112, rugslagen, buikstoten

Slide 36 - Quizvraag

Mogelijk wervelletsel: wat zeg je tegen het so?
A
beweeg niet!
B
het komt goed!
C
voel je je tenen?
D
hallo, gaat het?

Slide 37 - Quizvraag

Er is een ernstige wond. Je bent met z'n tweeën, wat laat je de ander doen?
A
druk op de wond geven
B
112 bellen
C
koffie halen voor de hulpverlener
D
wonddrukverband aanleggen

Slide 38 - Quizvraag

vragen?

Slide 39 - Woordweb