2VWO: 2.6 en 2.7 (voeding en vertering bij zoogdieren/nadenken over eten) 2025

Planning
  1. begrippen ''leren''
  2. leerdoelen + uitleg:  2.6 + 2.7
  3. proefwerk ingepland
  4. huiswerk opgeven
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
Biologie / VerzorgingMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Planning
  1. begrippen ''leren''
  2. leerdoelen + uitleg:  2.6 + 2.7
  3. proefwerk ingepland
  4. huiswerk opgeven

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leg alle begrippen op je tafel met alleen het begrip leesbaar.
timer
1:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort bij:

Deze stoffen zorgen ervoor dat je niet ziek wordt. 




  • Beschermende stoffen



Welk begrip hoort bij:

Deze stof is belangrijk voor de vorming van cytoplasma en de opbouw van spieren.



  • Eiwitten

timer
0:30

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort bij:

Vitamine C is een voorbeeld van een ....... 




  • Essentiële voedingsstof



Welk begrip hoort bij:

Bij dit proces worden grotere voedingsstoffen afgebroken tot kleinere verteringsproducten die wel door de darmwand kunnen worden opgenomen in het bloed. 



  • Vertering

timer
0:30

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort bij:

Deze stoffen zorgen dat scheikundige reacties versnelt verlopen.



  • Enzymen



Welk begrip hoort bij:

In de wand van je hele darmkanaal zitten
.............. en .............
die zorgen voor peristaltische bewegingen.



  • Kringspieren en lengstespieren

timer
0:30

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort bij:

Deze stof verteert zetmeel.





  • Speeksel



Welk begrip hoort bij:

Aan het eind van je maag zit een kringspier die de uitgang van je maag kan afsluiten.



  • Maagportier

timer
0:30

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort bij:

Gal wordt geproduceerd door je ......




  • Lever


Welk begrip hoort bij:

Vetten mengen niet met water, maar vormen grote druppels. 
Gal kan van die grote druppels kleinere druppels maken, zodat daarna enzymen er beter bij kunnen. Dit heet.....


  • Emulgeren

timer
0:30

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip hoort bij 1:


oor je ......




  • Darmplooien


Welk begrip hoort bij 2:







  • Darmvlok

timer
0:30
   1 
      1 
  2
  2

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ruim je flitskaarten goed op!
timer
1:00

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vanuit vragen die vele oranje/rood hadden bij 2.5:

In koude, droge (en veel) wind kunt je makkelijk voedsel drogen.
Vooral aan de kust en op open vlaktes is er veel wind.
(Je kunt je was hierin ook drogen.)

Er zijn vanuit vroegere tijden al veel stoffen gebruikt om voedsel luchtdicht af te sluiten;
 Zoals het laagje om kazen, voedsel in gelei bewaren.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.6: voeding en vertering bij zoogdieren

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2.6 Leerdoel:
Ik kan bij zoogdieren het verband aangeven tussen 
  • de voedselkeuze,
  • de lengte van het darmkanaal en
  • de kenmerken van het gebit. 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 soorten eters
Planteneters - Herbivoren
Vleeseters - Carnivoren
Alleseters - Omnivoren

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planteneters - Herbivoren
De cellen van planten hebben celwanden en 
ze bestaan uit o.a. de stof cellulose. Deze stof is moeilijk verteerbaar.
Een planteneter heeft daarom een lang darmkanaal (in verhouding tot zijn lichaamslengte)  zodat de 
celwanden verteerd kunnen worden.
Plantencel

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vleeseters - Carnivoren
Een vleeseter eet alleen vlees en geen planten. 
Dus hij hoeft geen celwanden van planten te verteren. 
Een vleeseter heeft een kort darmkanaal in verhouding tot zijn lichaamslengte.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alleseters - Omnivoren
Alleseters eet zowel planten als vlees. 
Hij moet dus ook de celwanden van planten verteren. 
De alleseter heeft daarom een middellang darmkanaal.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Verhouding darmkanaal - lichaamslengte

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kiezen vergelijken

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Blauw: snijtanden
Oranje: hoektanden
Geel + bruin: kiezen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

'uitzondering' is bijvoorbeeld;
De voorouders van de reuzenpanda waren vleeseters. Toch is de reuzenpanda een echte planteneter. Hij eet voornamelijk bamboe. Het gebit van de reuzenpanda is grotendeels aangepast op zijn speciale dieet, maar zijn maag en darmen niet. Om toch voldoende 
voedingsstoffen binnen te krijgen, 
moet een reuzenpanda veel eten en 
vooral goed op die keiharde 
bamboestengels kauwen.


Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou de voedselkeuze zijn met dit gebit?
Dassen zijn alleseters. Ze zijn slechte jagers en eten wat ze tegenkomen. Ze eten voornamelijk regenwormen die ze 's nachts in weilanden en open gebieden opsporen. Verder eten ze bosvruchten, gevallen fruit, noten, eikels, knollen, maïs, koren, paddenstoelen, knaagdieren, slakken, kevers en andere geleedpotigen.
(Als je alleen het gebit bekijkt, zo je echter denken; vleeseters.)

                                                



Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou de voedselkeuze zijn met dit gebit?
Dassen zijn alleseters. Ze zijn slechte jagers en eten wat ze tegenkomen. Ze eten voornamelijk regenwormen die ze 's nachts in weilanden en open gebieden opsporen. Verder eten ze bosvruchten, gevallen fruit, noten, eikels, knollen, maïs, koren, paddenstoelen, knaagdieren, slakken, kevers en andere geleedpotigen.
(Als je alleen het gebit bekijkt, zo je echter denken; vleeseters.)

                                                



Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

'uitzondering' is bijvoorbeeld;
Dassen zijn alleseters. Ze zijn slechte jagers en eten wat ze tegenkomen. Ze eten voornamelijk regenwormen die ze 's nachts in weilanden en open gebieden opsporen. Verder eten ze bosvruchten, gevallen fruit, noten, eikels, knollen, maïs, koren, paddenstoelen, knaagdieren, slakken, kevers en andere geleedpotigen.
(Als je alleen het gebit bekijkt, zou je echter denken; vleeseters.)

                                                



Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De tabel hierover goed invullen in je werkboek
Middellang darmkanaal
Omnivoor
Herbivoor
Carnivoor
Lang darmkanaal
Kort darmkanaal
Knipkiezen
Knobbelkiezen
Plooikiezen
Geen hoektanden
Grote hoektanden
Grote of kleine hoektanden

Slide 25 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

2.7: Nadenken over eten
Leerdoel:
  • Ik kan uitleggen dat minder vlees eten beter is voor de gezondheid en voor het milieu.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overproductie en tekorten

In sommige landen (ook Nederland) wordt zoveel voedsel geproduceerd dat het zelfs voedsel vernietigt. 

In Nederland wordt ook wel voor consumenten geschikt voedsel gebruikt als veevoer, bijv.  varkens- en kippenvoer.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overproductie en tekorten
Een voorbeeld van zo'n bedrijf dat zijn kippen 
voert met resten is kipster. Denk aan reststromen van het land, zoals haverdoppen of van bakkerijen, zoals gebroken beschuit. Ze doen nog veel meer op het gebied van duurzaamheid m.b.t. voedsel en afval. 
                                                                                         # dit is geen reclame, 
                                                                                     gewoon een voorbeeld!

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hongeroedeem door eiwittekort
(waterhuishouding is verstoord; vooral vochtophoping in de buik)

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overproductie en tekorten
Er is genoeg voedsel op aarde om alle mensen te voedsel. Het voedsel is echter niet eerlijk verdeeld, waardoor mensen doodgaan van de honger. 

In sommige delen van de wereld is echter een groot voedsel tekort. Vooral aan eiwitten. Hierdoor worden mensen slap en moe en zijn ze vatbaarder voor ziektes. 


Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eiwitten; waar zitten ze in?
Als we eiwitten halen uit dierlijk voedsel, dan heeft dat dier eerst zelf eiwitten moeten eten; Om al die eiwitten voor vee te verbouwen is veel land nodig;
Eiwitten zitten voornamelijk in dierlijk voedsel, maar ook in peulvruchten en noten. 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eiwitten; indirect eten?
  • Voor 1kg dierlijke eiwitten moet een koe 10 kg plantaardig eiwit eten.
  • Voor 1 kg dierlijk eiwit die een kip levert, is veel minder nodig. 


Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eiwitten; 
direct eten?

Op de landbouwgrond waarop diervoer wordt geproduceerd, kunnen ook producten worden verbouwd die wij als mensen wel zelf eten. 

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke redenen kan je verzinnen om geen of minder vlees te eten?

Slide 34 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Welke redenen kan je verzinnen om geen of minder vlees te eten?






Er zijn namelijk nog meer redenen waarom mensen dat doen.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Minder vlees
  • Slecht voor het milieu
  • Slecht voor je gezondheid 

  • Vegetariër 
  • Veganisten
  • Flexitariër  
Wat is het verschil tussen deze 3?

Slide 36 - Tekstslide

Voor 1 kilo rundvlees moet een koe zo'n 25 kilo veevoer eten. Dat veevoer moet verbouwd worden. Daar moet dan wel plek voor zijn. In zuid-amerika worden stukken bos gekapt om onder andere veevoer te verbouwen. Dat veevoer heeft water nodig om te groeien, maar de koe heeft ook water nodig om te overleven. 
Dus voor 1 kilo vlees kost het eigenlijk heel veel grond en water. 
Redenen om te minderen met vlees;
  • dierenwelzijn
  • eigen gezondheid
  • milieu 
  • het voedselvraagstuk: hoe kunnen we zorgen dat iedereen nu en in de toekomst voldoende te eten heeft?
  • geloofsovertuiging
  • smaak

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ruimtegebruik en CO2 uitstoot van diverse diëten 

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vlees vervangen
Als je wilt stoppen of minderen met vlees eten, dan moet je wel zorgen dat je op een andere manier voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt. 
Dit kan door bijvoorbeeld peulvruchten en granen te eten bij de maaltijd en door noten en veel groentes en fruit te eten. 

Eet je ook geen zuivel en eieren, dan zal je ook extra vitamine B12 en ijzer moeten nemen. Als supplement of door vleesvervangers te eten waaraan dit is toegevoegd. Voor een goede opname van ijzer moet je dan veel vitamine C binnenkrijgen.

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou voor jou een reden kunnen zijn om geen of minder vlees te eten? Of een reden om dit juist niet te doen?

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Zelfstandig werken
Wat: extra stof 2.7 opdracht 1 t/m 5 (te lezen vanaf blz. 141)
Hoe: online maken 
Tijd: 15 minuten
Klaar?: Lees zelfstandig in je boek blz. 133+134


timer
15:00

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk volgende les = 
1 =  ONLINE maken van 2.7 - opdracht 1 t/m 5 EN
2 = ONLINE maken van 2.6 - opdracht 1 t/m 8 (4 moet in WB)



Woensdag 28-1-2026= Proefwerk thema 2.1 t/m 2.8 + LO 1 

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen een vegetariër en een veganist?

Slide 43 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer ben je een flexitariër?

Slide 44 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Volgende les
  • Vragenuur: stuur via teams je vragen in
  • Optie: als afsluiting een nieuw themaspel 

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies